Recensie

Aan, uit, aan, uit, aan, uit. Ik knipper even met mijn ogen. Uit. En uit. Toch weer aan, uit en aan en uit. Het is godverdomme niet bij te houden.

Op ons nachtkastje ligt Het Maakbare Uur, van Jurgen van Teeffelen. Een boek over het werelduurrecord. Nou ja, het zou moeten gaan over het werelduurrecord, maar het gaat over het Nederlandse Uurrecord. Ook leuk, maar toch niet helemaal hetzelfde.

Als iemand zegt “Ik heb Nederland rond gefietst” ben je toch minder onder de indruk dan wanneer iemand zegt “Ik heb de wereld rond gefietst”. Zo is het ook met dit boek.

Van Teeffelen volgde Dion Beukeboom een jaar lang, terwijl Beukeboom zich voorbereidde op het werelduurrecord. Spoiler: Dion redt het niet. Waarom niet? Hoe niet? Hoezo niet? Dat mag jezelf lezen, wij geven hier alleen onze mening over een boek.

En die mening is een beetje minder scherp dan we zouden willen. Want jezus zeg, wat is die Dion Beukeboom een lastige gozer. Het spijt ons, maar het lukt niet om echt van hem te houden. Hij doet zijn best. Leeft voor zijn sport. En met dit boek zit je echt op zijn huid. En hij redt het niet – dat is altijd extra fijn.

We hebben kasten vol boeken van wielrenners die het niet halen. Thomas Dekker, David Millar, Lieuwe Westra en kennen jullie Joe Perkin? Nee, nou zeker lezen dan. Zoek maar op. Ook de jongens achter ‘The Rules’, zijn gewoon wielrenners zonder talent, of die het niet redden. En laten we wel wezen, zelfs het wielrenboek der wielrenboeken De Renner, gaat over iemand die tweede wordt.

Wij hier bij De Buik kunnen alleen maar dromen van tweede worden, dus dat is niet het probleem.

Het probleem is dat Dion er eigenlijk nooit helemaal in lijkt te geloven. Hij heeft altijd een smoesje, er gaat altijd wat mis. En dat maakt dat je net niet met hem mee kan huilen. Wat Van Teeffelen goed doet, is je meenemen in al die smoesjes en alle ontwikkelingen rond de poging van Beukeboom. En bijna achteloos propt hij ontzettend veel kennis over tijdrijden, of presteren, over koersen in Nederland in een boek dat heerlijk leest. Wetenschap, analyses, verhalen, geschiedenis, alles zit er in.

Is het dan erg dat er hier en daar nog een typefout instaat. Nee, ook niet.

Wat wel pijn doet is een sleutelscène in Het Maakbare Uur. Die scène speelt zich af tijdens de Ronde van Zuid-Oost Friesland. Juist – de ronde die wel, niet, wel, niet doorgaat. Wat waren wij daar komende zaterdag graag vierde geworden. Nu gaan we de tijd die we daar niet koersen gebruiken om een nieuw boek op te sporen, voor op ons nachtkastje.

————————————————————-

Jurgen van Teeffelen, Het maakbare uur. Een zoektocht naar de ultieme wielerprestatie. Harper Collins, 2019. €19.99 te koop bij alle slechte boekhandels en ook bij de goede. Dit boek is ons gratis opgestuurd, ter recensie. De redactie van De Buik heeft nu slaande ruzie, want iedereen vindt dat zij/hij de rechtmatige eigenaar van dit boek is.


Over Kleine Hein 2019

Te laat. Tuurlijk. Altijd te laat. Er moet dan toch altijd meer in de kutauto dan je denkt, je moet een keer vaker poepen dan verwacht en voor je het weet loop je een kleine twintig minuten achter op schema. Tot overmaat van ramp vindt de wedstrijd van vandaag plaats in Emmen. Emmen is bij uitstek goed bereikbaar vanuit Duitsland, maar toevallig kom ik vandaag niet uit Duitsland dus ik rijd godverdegodver over een weg maar je maar 80 mag achter een vrachtwagen en het schiet daarom godverdegodver al helemaaaaaaal niet op.

Rustig. Rustig nu.. Alleen kalmte kan me redden. Zoals zo vaak biedt muziek de oplossing. Met een keur aan opzwepende ellende kalmeer ik en maakt de irritatie plaats voor willekeurige gedachten over logo’s van transporfirma’s. Conclusie: zonder Comic Sans en verstandelijk gehandicapt ontwerp doe je in het Oostblok totaal niet mee.

Voor ik het weet rijd ik op de ring van Emmen. U gelooft het niet, maar ik voel iets van vreugde. Dat kan dus, op de ring van Emmen. Ik laat  nu echt alles los, behalve de urine die zich kostte wat kost uit mijn blaas wil bevrijden. Op karakter en pure wilskracht strompel ik, na haastig parkeren, naar een plaskruis, dat nadien pardoes afgevoerd kan worden.

Goed, half negen. Geen man overboord, in principe ruim op tijd voor een start om half 10. Toch twijfel ik, want we zijn te gast bij de WSV Emmen. Een vereniging die niets dan lof verdient voor het organiseren van talloze fantastische wedstrijden voor jeugd en gewone stervelingen, laat dat vooropstaan. De Omloop door het Land van Kleine Hein, want daar zijn we vandaag, is dé Hoogmis voor amateurrenners in het voorjaar. Die organiseren ze al veertig jaar dus geen kwaad woord over de WSV. Echter.

Nou ja, goed. Ik stapte dus om half negen in een rijtje en om 5 voor negen liep ik weg met mijn startnummers. Iedereen had zich van tevoren ingeschreven, een groot deel had van tevoren betaald. WAT DUURT ER DAN ZO LANG!?

CSG verpiemelde het in Middelstum,  de WSV tijdens Kleine Hein. Het kan dus overduidelijk de besten overkomen. Maar het is verdomme 2019.  Los het op, organisaties. Dat moet echt een kleine moeite zijn. In alle eerlijkheid: ik verloor ook een minuut aan Raymond Koch. Die sloot in eerste instantie al voor, om vervolgens van alles niet geregeld te hebben. Als trouw lezer vindt ‘ie het vast leuk om even genoemd te worden, en zo hoeft de WSV maar op te draaien voor 24 minuten ergernis in plaats van 25.

De resterende 25 minuten heb ik me vervolgens weer vreselijk gehaast om vervolgens te vroeg bij de start te staan, waarna ik er achter kwam dat ik niet meer mocht inrijden wegens transponderperikelen. De mentale weerbaarheid is prima op orde, maar hemeltjelief, hij werd op de proef gesteld.

Start. Geneutraliseerd, dus dringen in het peloton en, als je ambitie hebt, halsbrekende toeren uithalen om vooraan te raken. Zo kon het gebeuren dat ik ergens tussen een verkeersbord en Heras-hekwerk 30 plaatsen wist te winnen, om deze vervolgens in de maalstroom van de ringweg binnen 2 seconden weer te verliezen. Vooraf voorgenomen: bij de eerste 15 van de ringweg af. Wonderlijk hoe je jezelf heel snel kan wijsmaken dat 90e ook prima is.  Sowieso was het voornemen om constant top 15 te rijden. Als je dat goed doet en consequent uitvoert eindig altijd top 15. Dus.

We hollen, staan stil, hollen weer en gaan halsoverkop richting de Limietweg. Dé klinkerstrook van deze koers. Veel slechter liggen ze niet in Nederland, vermoed ik zo,  en laat dat in vredesnaam voor altijd zo blijven. In de eerste kilometers vond ik het opvallend rustig. Geen valpartijen gezien, alleen de bekende nervositeit van een koers met vrijwel windstil weer. Dat betekent dus wel dat ik al 3 keer iemand heb uitgescholden en al 8 keer bijna ben gevallen. Maar bijna is niet helemaal, dus hartstikke top zo. De klinkers missen hun uitwerking niet. Onverbiddelijk rammelen en schudden ze pretenties uit slappe benen, waardoor de eerste schifting wordt gemaakt. Dat was het dan ook, want er rijdt niets weg. Ja, ik even. Ik krijg een metgezel, maar we besluiten al snel dat dit kansloos is.

Holderdebolder de tweede omloop in. Op de klinkers langs een vaart vind ik mezelf plots terug achter een bekend postuur. Verdomd. Raymond Koch. Ik weersta de verleiding om Pieter Weening te bellen met slecht nieuws, want ik ben op zich ook druk genoeg met de koers enzo, maar ik heb nu iemand gevonden die zijn eigen knieën en materiaal nog meer geweld aandoet met een trapfrequentie die nog net niet op twee handen te tellen is en dat wil ik ‘m toch even laten weten. Pieter, als dit leest: jammer man.

Al snel zie ik dat het geweld van Koch niet uit weelde is. Het gestamp komt piepend en knarsend tot een aangekondigd, maar toch plots einde. Tot overmaat van ramp blijft de imposante gestalte midden op de toch niet te brede weg rijden, waardoor ik tot mijn schaamte toch weer wat vloek en een klein poefje moet doen om de aansluiting weer te maken. Geen ramp, ik zit er nog.

Via een viaduct dat voelt als Alpencol denderen we op de tweede keer Limietweg af. Dit keer start ik perfect van voren, maar er zijn er plots een hoop beter dan ik op de klinkers. Een knauw. Ik herpak me, beperk het verlies en weet na  de klinkers weer aan te sluiten.

Doorrijden, doorrijden. Om me heen louter schoon volk. Het zelfvertrouwen groeit. Dit kan gewoon wat worden. De hoop groeit, ik vertel mezelf dat ik niet moet verslappen. Bijna geloof ik dat dat gaat lukken, maar plots komt er op de laatste klinkerstrook een hoos van 30 pannenkoeken over mee heen. Natuurlijk geen echte pannenkoeken, want dat zou gek zijn, hoewel ik op een avondje pannenkoeken eten best een eind kom. Niet zover als Raymond Koch, echter (klikken op deze link is een aanrader). Nee, gewoon andere renners. Die in mijn hoofd toch allemaal een stuk minde recht hebben om mijn plekje dan ik. Maar goed, zij zitten er wel, en ik niet, dus het kwaad is al geschied.

Kortom: het MacMenu nadien is het hoogtepunt van de dag, die zaterdag. Maar wát een koers. Wat een koers. En wat een organisatie. Om zoiets uit de grond te stampen voor gewone klootzakken als wij is fantastisch. Waarvoor duizendmaal dank en hulde. Tot volgend jaar, godverdomme.


Gastbijdrage: “Aankomende zaterdag is het zover…”

Aankomende zaterdag is het zover: de 40ste editie van De Omloop door het Land van Kleine Hein. De koers benoemd in de verhalen van schrijver Tim Krabbe, de Hoogmis onder de amateurkoersen. Geen enkele koers op ons niveau is qua stresslevel te vergelijken met Kleine Hein. Voor de winnaar ligt er respect en eeuwige roem in het peloton in het verschiet en dat maakt de koers mythisch. Maar ik ben zo bang dat Hij weer gaat winnen….

Hij is Harko Kievit, de winnaar van de laatste drie edities. Wint hij zaterdag, wat ik niet uitsluit, dan is dat zijn vierde zege. Dat betekent dat hij in totaal 10% van alle edities van Omloop der Omlopen heeft gewonnen. Ik kan het niet uitstaan!

Begrijp me niet verkeerd. Ik heb groot respect voor de wielrenner Harko. Hij gaf mij eens een bidon toen de mijne was gevallen in de koers. En toen ik het afgelopen seizoen bij een inschrijving achter hem stond zag ik op zijn licentie dat hij op dezelfde dag geboren is als mijn zoon. Ik weet het slaat nergens op, maar toen ik het zag voelde ik een sterke verbondenheid tussen mijzelf en de man die meer overwinningen op zijn palmares heeft staan als ik DNF’jes. De foto op zijn stuur vlak nadat zijn vader was overleden getuigt van meer liefde voor de koers dan hij soms doet overkomen. Ik bewonder het feit hoe hij het peloton naar zijn hand zet, geniet van zijn magistrale eindsprint, van zijn ongekende talent en ervaring voor het kiezen van de juiste positie. Ondanks zijn twee meter tien, zit hij 99% van de wedstrijd uit de wind zit. Nee, Harko maakt de koers misschien niet, maar hij maakt hem wel altijd af.

Waarom kunnen wij niet winnen van een man van dik in de 40? Waarom laten wij ons in de luren leggen door een basisschoolleraar (en visualiseer dan even meester Anton uit de Luizenmoeder)? Wanneer maken we een einde aan de hegemonie van de man uit Leek? Die al jaren met zijn veteranenploegje (Bestaande uit onder andere een loodgieter in een midlifecrisis en die gast die er bij de geboorte waarschijnlijk al zo saai uitzag dat ze hem naar een verzekeringsmaatschappij hebben vernoemd), de mooiste koersen naar zijn hand zet?

Ik wil Harko zien lossen op de Limietweg, zoals Indurain in 1996 deed op Hautacam. Hem een mental breakdown zien krijgen waarbij die van Barney een sombere bui lijken. Ik wil hem zien lijden als Sven Kramer op een Olympische tien kilometer. Ik wil zaterdag verliezen van een krachtpatser in de bloei van zijn leven. Gewoon omdat het goed is voor iedereen. Voor mijzelf, het peloton én Harko. Omdat vrijwel alle grote sporters der aarde vroeg of laat ergens hun Waterloo vinden. En waar kan dat nou mooier dan in de 40ste editie van De Omloop door het Land van Kleine Hein.


Over de koers, met Douwe Doorduin

Terwijl het seizoen volop is losgebarsten hoorde jij maar niets van je favoriete podcastpiemels. Hoog tijd dat daar een einde aan kwam. De mannen kropen achter de microfoon vanuit huize Slagter, nog nadampend van een trainingskoers in het wonderschone Langelo.

Douwe Doorduin, vriend van de show, schuift aan om te vertellen hoe het hem vergaat in het elitepeloton. Best leuk, maar we zijn natuurlijk veel meer bezig met de koers in het algemeen. Middelstum, Goenga, De Slag om Westerland, Warns, Assen, De Bronneger Bult: allemaal komt het aan bod. Ook vertelt Arie openhartig over zijn dip, en blijkt Tom plots in grootse vorm te steken. Ook komen er een paar interessante luisteraarsvragen aan bod, dank daarvoor!

Dus: fasten your seatbelts, hier is een nieuwe aflevering van De Buik van het Peloton: De Podcast!


Gastbijdrage: Middelstum vanuit de onderbuik

De hele dag zeikt het van de regen, dat wordt natuurlijk helemaal niks morgen. Gelukkig heb ik me niet vooraf ingeschreven, daar heb ik altijd zo’n hekel aan. Dan besluit je drie weken van tevoren al dat je op die dag moet gaan fietsen. En als het dan takkeweer is zit je met een pleurishumeur op die fiets de hele dag tegen je medefietsers te zeiken dat het zo’n pleuris weer is. Zo kun je nu al kaarten kopen voor een optreden van Youp van ’t Hek ergens in december van dit jaar. Dan moet ik nu dus al beslissen dat ik op 23 december zin heb om te lachen, ik geef het niet veel kans. Dus geen kaarten voor Youp en niet vooraf inschrijven voor het ICW in Middelstum. Van dat dorp heeft natuurlijk nog nooit iemand gehoord en van dat ICW al helemaal niet. Maar als je De Buik van het Peloton mag geloven hoor je er pas echt bij als je daaraan mee doet. Dat je erbij bent als die podcastpipo’s weer gaan proberen een wedstrijd te winnen. Weten jullie de uitslag al? Ik licht een tipje van de sluier op: ze wonnen niet. Kunnen ze de komende podcast weer tips gaan vragen. Ik zal ze een tip geven: nodig eens iemand van Tandje Hoger uit. Die studenten rijden met drie man in de kopgroep bij de sportklasse. Ze zitten tot vier uur ’s ochtends aan het bier in de sociëteit en slingeren nog een eierballetje naar binnen. Rond de middag worden de tenues uit de wasmand getrokken. Onderwijl vragen ze zich af hoe dat hertje nou toch ook al weer heet, dat in d’r blote reet in bed ligt. Wel winnen. Overigens heb ik niks te zeiken over die podcasts verder hoor, ga er vooral mee door. Kudo’s, roepen jullie dan.

Tot mijn grote schrik is het zondagochtend best mooi weer, geen excuses om niet te gaan en je kunt inschrijven tot een half uur voor de start. Dat wordt uiteindelijk tot tien minuten voor de start. Maar daarover later meer. Aangekomen bij het parcours besluit ik gelijk maar even een stukje ervan mee te pakken. Windkracht vier, had ik zien staan. Het klopt bijna. In de bocht sla ik haringen om niet van de weg te waaien, ik klauter met 25 kmh richting Ronald Heringa die zijn vaste bocht al staat te bewaken. Ik schaam mij altijd een beetje als ik hem zie staan, hij zou de hele sportklasse met een been naar huis fietsen. Maar dat doet hij niet, sympathiek gebaar. Kudo’s voor de vrijwilligers sowieso. Ook voor die vrijwilligers achter de inschrijftafel, maar jezus, wat duurde dat lang. Komt door al die bijschrijvers. Van inrijden komt niks meer terecht. Van uitrijden kwam ook niks terecht trouwens.

Als bijschrijver wordt je gelukkig direct gestraft door de officials van de KNWU . Leuke types, we moeten ons in een visgraat opstellen. Geen hond weet wat ze bedoelen en wat er gebeurt maar uiteindelijk sta ik als bijschrijver op de laatste startrij. Eigen schuld. Op de laatste startrij ben je kansloos. Op de laatste startrij bij windkracht heel veel, ben je nog veel meer kansloos. Op de laatste startrij met tussen de starters ook nog wat junioren ben je extreem kansloos. Tot de eerste bocht gaat het prima, dan slaat de wind het peloton uit elkaar. Er is geen buik van het peloton, er is überhaupt geen peloton. Er zijn her en der wat junioren die achterwaarts tussen de renners door worden geblazen, er wordt gevloekt, er wordt geremd en er wordt gevallen. Ik rijd een paar rondjes, tussendoor vraag ik mij af of Middelstum eigenlijk een dorpskern heeft of alleen een koekjesfabriek. Ik steek mijn duim nog eens op naar Heringa en knijp in de remmen.

 

Gave koers, volgend jaar weer.


Onvolgroeide prefrontale cortex

Onvolgroeide prefrontale cortex
Dit onderdeel in de hersenen is cruciaal in het onderscheid tussen mens en dier. Het is namelijk betrokken bij cognitieve en emotionele functies als beslissingen nemen, plannen, sociaal gedrag en impulsbeheersing. Een ander onwillekeurig voorbeeld, Risico’s inschatten. Dit deel is ook het onderdeel wat zich als laatst ontwikkeld bij de mens. In de puberteit welteverstaan. 

Amersfoort, zondag 17 februari 2019, Midden Nederland Competitie.
Het is twaalf uur en het startschot klinkt. We vertrekken in 4 verschillende groepen ieder 30 seconden na elkaar, aflopend in vooraf ingeschatte sterkte. Het is heerlijk weer voor de tijd van het jaar en omdat het parcours van WV Eemland een moeilijkheidsgraad van onder 0 heeft blijft het pelotonnetje bijeen en kachelt lekker door. Het leven als wielrenner op deze dagen is goed, er lijkt geen vuiltje aan de lucht.

Niets is minder waar echter. Er klinkt onheilspellende muziek op de achtergrond. Halfweg koers lijkt er iets op ons af te doemen in de verte op het parcours. Door de zon op mijn gelaat heb ik moeite om te zien wat het is en moet ik mijn ogen lichtjes dichtknijpen. Het lijkt steeds dichterbij te komen. Het is een vreemde gewaarwording. Het lijkt te hollen en stil te staan, hollen en dan weer stil te staan. Dit schouwspel duurt een aantal ronden. We zijn inmiddels echt heel dichtbij en ik zie pas waar we in verzeild zijn geraakt als het al veel te laat is. Het is een giftige zwerm junioren die een x aantal minuten later is gestart dan wij. Ik schiet in de paniek, hier komen we nooit meer vanaf besef ik me. Zodra we deze zwerm passeren hoop ik tegen beter weten in dat ze ons met rust laten, maar diep van binnen weet ik beter. Onze aanwezigheid maakt ze nog banger en onrustiger en het eeuwenoude gezegde luidt dan ook niet voor niets: ‘een junior in het nauw maakt nog gekkere sprongen dan hij normaal al doet.’

We zijn ze nog geen half rondje gepasseerd of de eerste twee valpartijen zijn een feit. Ik ben nog nooit zo bang geweest op de fiets en hoop dat de jury ingrijpt en ons de hongerige zwerm laat passeren nu het al twee slachtoffers gemaakt heeft. Ook dat is hopen tegen beter weten in, want zij aanschouwen dit met bulderend gelach vanuit hun ivoren toren. Wij zijn aan ons lot overgelaten. Het volgende half uur lijkt een eeuwigheid te duren, maar daar is eindelijk de verlossende bel en ik pink een traantje van vreugde weg. Ze hebben mij niet te pakken gekregen deze keer! De meeste van ons kunnen het navertellen.


Moraal

Ik moet het wiel houden. Ik.moet.het.wiel.houden. Het wiel. Voor me. Ik geef, maar heb niet veel te geven. De wind komt hard van links. En ik zit helemaal op rechts. Ik heb maar weinig, echt heel weinig, maar wat er is, dat knapt. Ik ben er klaar mee, stuur naar buiten en kijk naar voren.

De wind, waar ik zo van houd, breekt mijn wedstrijd, verplettert mijn moraal. Ik heb geen waaier gereden. Niemand uit een wiel gebokst. Soms is alles gewoon kut. En vandaag is soms.

Er loopt een traan over mijn wang. Omdat ik net een nieuwe, kekke bril heb, rolt die traan daar niet door de wind die in mijn ogen waait. In mijn oor hoor ik iemand hartgrondig vloeken. Die moet het gat dicht rijden dat ik laat vallen. Het doet me niet zo veel. Vandaag heb ik verdomd weinig zin.

Bij een kruispunt staan twee vrijwilligers, dat ik langzaam nader. De gele hesjes staan grappend te wijzen. Genoeg materiaal om voor een domme opmerking van mijn kant, maar ook dat zit er niet in. Ik steek een duim op, maar kijk de andere kant uit. Alsof ik van die kant verkeer verwacht. Dat zou een wonder zijn, want daar liggen alleen maar weilanden.

Voor me zie ik de schifting. De kopgroep rijdt weg bij een soort versnipperd peloton. Het gebeurt op een paar honderd meter, dan op een halve kilometer, dan op een kilometer. Het gebeurt voor me. Alles gaat daar nog een keer op de kant. Er zijn achterblijvers die me inhalen. Ik krijg even de wind mee en tik de 30 km/u aan. Het peloton reed hier zeker tegen de 60. Maakt het mij wat uit? Nee, ik geloof het niet.

Ik stond vanochtend op met hoofdpijn. En ging gister zonder goesting naar bed. Normaal stuiter ik door huis voor een koers. Zonet zocht ik stilletjes mijn spullen bij elkaar. De rit naar de koers verliep met een snik en een grimlach. Het was koud toen ik in de wind naar de start liep. Maar zelfs de koude had geen vat op me. Ik had geen zin om een gelletje te eten, ik nam geen extra cafeïne van Spaak. Voor de vorm zoog ik even aan mijn bidon. Zelfs daar werd ik niet blij van.

Natuurlijk mocht ik achteraan starten.

Ik draai af. Lever mijn rugnummer in en ga stilletjes naar huis. Daarvoor moet ik tegen die keiharde wind in. En dan, op een smal weggetje, onder een maartse bui, vind ik eventjes wat gevoel. Vechtend tegen de wind, zet ik mijn bril af. Er rollen nog meer tranen over mijn wangen. En er is niemand in de buurt, dus er is niemand om me voor te schamen als ik keihard schreeuw:

“GODVERDOMME!”


Podcastspecial: Vanuit het Omnium

Een primeur! De jongens van de podcast mochten een avond leiden in het Omnium, dé wielerafdeling van het Topsportzorgcentrum in Groningen. Tijdens deze avond voelen ze de experts die aangesloten zijn bij het Omnium aan de tand over hun specialisme en proberen ze het ook nog een beetje leuk te houden.

Het Omnium is de zorglaag van het TopsportZorgCentrum in Groningen. In het Omnium komen vijf disciplines tot één, wat leidt tot een breed assortiment aan sportbegeleiding voor topsporters, (nog niet) bewegers, breedtesporters en organisaties. Binnen Het Omnium wordt er volledig gefocust op bewegen, prestatieverbetering, herstel, blessurepreventie en gezondheid.

Tijdens de avond spreken Arjen, Berend en Tom de volgende experts:

  • Hans de Vries, sportarts Martini Ziekenhuis en ook FC Groningen
  • Peter Eppinga, inspanningsfysioloog/fysiotherapeut (MCZ, FC Emmen)
  • Linda Swart (sportdiëtiste)
  • Siemen Oude Booijink (podotherapeut)
  • Thomas Waanders (sportpsycholoog oa van FCG)
  • Stefan Poutsma (wielercoach)

Veel luisterplezier!


Ophef wegens gênant knappe Deen van TH

Ophef in het amateurpeloton: er rijdt sinds enige tijd een gênant knappe Deen in het peloton. Het kan ook een Noor of een Zweed zijn, maar zoals gezegd behoort een Deen ook tot de mogelijkheden. Geen Fin, denken we, maar wie weet. Zeker geen Let, voor 95% dan. Litouwen al helemaal niet, en verder kennen we daar geen landen, dus daar komt hij mogelijk niet vandaan ook.

Genoeg over zijn nationaliteit, want de “looks” (Engels voor looks) van de Deen spreken veel meer tot de verbeelding dan zijn geboorteland. Het nieuws dat menig wielerdame de zeem net iets klammer dan normaal voelt worden bij de aanblik van de halfgod bereikte ons al eerder, maar dat de verschijning ook in het mannenwereldje voor ophef zorgt was nieuw voor ons.

Zo schijnt Mart “Mooiboy” Menger dermate onder de indruk te zijn geweest dat hij zijn kansen op dit continent voor gezien achtte en naar Maleisië verkaste. Ook Marten Veen, toch hét lekkere hapje bij uitstek, schijnt sterk te overwegen om te gaan trainen in plaats van te flaneren. En ook Ron “Ronnie” Timmermans, toch goed voor menig vrouwelijke hartritmestoornis, voelt zich dermate in de kuif gepikt dat de Deen een kwakje mag verwachten (geen sperma, red.).

Opvallend genoeg toonde Rene Mink “Spieker” van der Werf zich opvallend positief over de komst van de Deen. “Ik roep al veel langer dat er veel te weinig knappe mannen in het peloton rondrijden. Ik kijk al jaren tegen de troosteloze koppen van Friezen, Drenten en Groningers aan. Van zo’n Scandinavische verrassing gaat het hartje wel sneller kloppen.”

“Ik probeer al tijden aandacht te vragen voor het gebrek aan mannelijk schoon in het amateurpeloton”, vervolgt de Emmenaar. “Daarom plaats ik erg veel selfies en foto’s van mijn ploeggenoten van de Stormvogels, die ik voorzie van willekeurige #hashtags. Op die manier kan de hele wereld zien hoe schrijnend de situatie is”.

 

 


9. Een podcast met Henrieke Wijnsma en Ivana Tiessens

Vanuit wielercafe Spaak spreken onze mannen van de podcast deze keer met Henrieke Wijnsma en Ivana Tiessens. Allebei rensters uit het damespeloton, en bovendien is Henrieke eigenaar van Spaak. Vrouwen met een mening over de koers en de fiets!

Verder komen de actualiteiten natuurlijk aan het licht.Wie won Sleen, wie won Annen en zijn er nog roddels? Vast!

Deze week wordt onze podcast gesponsord door www.rbl-wear.nl, dé sportkledingleverancier voor clubs, bedrijven, vriendenteams en nog veel meer. Grote dank daarvoor!