Corpus door De Buik & Velodroom

Het begin van het wielerseizoen valt keihard in het water. Geen Annen, lijkt ons. De dropkoersen kunnen we voorlopig op onze winterbuik schrijven. We verlangen zelfs naar Sleen, momenteel. God, dat waren nog eens tijden, dat we dat gewoon een kutkoers konden noemen. We zouden er nu een moord voor doen.

Daarom moeten we creatief zijn. We organiseren een koers op Zwift, in samenwerking met Velodroom Roden. Elke donderdag om 20:00. Als we nou gewoon met z’n allen afspreken dat we elkaar daar de komende tijd zien hoeven we elkaar niet zolang te missen. En ondanks dat we elkaar niet echt zien heeft het ook voordelen, natuurlijk.

Jan Oolders kan niet onterecht een 7e plaats claimen, de NWVG-train rijdt niet vloekend en tierend iedereen naar de tering én we horen geen getoeter van Burry.

Wij hebben er zin in! Wie weet wordt het wel wat, we zien wel. Inschrijven doe je hier, en het is essentieel dat je Velodroom Roden volgt op Zwift. Anders kunnen we je niet uitnodigen. Dus inschrijven én volgen. Beide. Belangrijk.

We starten allemaal tegelijk, nadien maken we een uitslag op op basis van geslacht. Zo zijn we. Elke week is er een klein prijsje te winnen, totdat we er zat van zijn.


De Buik is terug: winter 2020

Er zijn genoeg redenen / smoesjes te verzinnen waarom we even weg waren. Vul ze zelf maar in, je kent ze inmiddels wel. Maakt namelijk niets uit, want we’re back m*therf*ckers.

Arie, Berry & Tom zitten in Arie ’s datcha in het mondaine Haren en bespreken de actualiteit. Dit alles in een nieuw format, waar vooral Arjen flink aan moet wennen. Rubriekjes, muziekjes, de KNWU, maar natuurlijk vooral jouw favoriete geile rakkers die zich speciaal voor jou opwinden over van alles.

Daar gaan we weer, jongens en meisjes. Zak maar onderuit en laat het over je heen komen!


Hoi KNWU, dit is het probleem

De Buik lag even op z’n gat, Coronings en alles mienjong, waist ja wel, maar na de mail van KNWU zijn we verdomme terug. Da’s dan ook geLIJK HET ENIGE POSITIEVE AAN DIE HELE KUTMAIL111!! Sorry, niet schreeuwen, niet gelijk schelden. Rustig blijven nu. Maar ik geef het je te doen.

Er zijn mensen die vinden dat we niet constructief genoeg bezig zijn met De Buik. Die mensen heten voornamelijk Alex de Lange. Da’s niet zomaar iemand, dus we hechten waarde aan z’n mening en proberen daarom het probleem nog even een keer dui-de-lijk uit te leggen. Daarna gaan we weer schelden, want oplossingen verzinnen doen ze op Papendal maar. Dat zijn tenslotte professionals die wij met z’n allen betalen.

Dat we het probleem nog even een keer duidelijk moeten uitleggen is helaas nogal nodig. Bij vrijwel iedere beslissing van de afgelopen jaren rijzen de haren ons ten berge. We krijgen nogal het idee dat de KNWU vrij ver van ons af staat, als amateurrenners. In een notendop: de koersen verdwijnen als sneeuw voor de zon, de KNWU weet het tij niet te keren en rolt daarbij van de ene knulligheid in de andere.

Nu dus Licentiegate. Het was altijd zo dat leden van de KNWU of een KNWU-vereniging met een basislidmaatschap deel mochten nemen aan laagdrempelige InterClubWedstrijden (ICW’s), KNWU-trainingskoersen en wedstrijden als De Koers op Corpus. Dat is leuk, want op deze manier is het hartstikke makkelijk om uit te proberen of het koersen wat voor je is. Je gaat een keer mee met de wedstrijdrenners van je club, je steekt je neus eens aan het venster bij De Koers.

Worst case scenario: je vindt het niet leuk en je blijft lekker trainen met de club. Of je valt en gaat hartstikke bijna dood, natuurlijk. Maar goed, de KNWU verdient geen extra geld aan je (want je koopt geen licentie).

Best case scenario: je vindt het koersen zo leuk dat je een licentie neemt, wordt hartstikke goed en bent het nieuwe boegbeeld van het Nederlandse Wielrennen en daarmee de KNWU.

Waarschijnlijkst scenario: het koersen is best wel leuk. Sterker nog: je bent verkocht. Je wil graag meer wedstrijden rijden en gaat je eens orienteren op wat er zoal in de buurt te rijden is. Na wat navragen merk je dat er, naast de wielerkalender van De Buik, geen centrale plek bestaat waar je kan zien wat er te fietsen valt. Daarom schuim je de site van WV Snits, De Kromme Stuur, KNWU Noord, KNWU landelijk, SWNL en De Kannibaal (Langelo!) wekelijks af. Via via begrijp je dat voor een deel van deze wedstrijden een licentie van ongeveer honderd euro nodig hebt. Wat voor licentie, dat mag je zelf weten. Maar kies wel de juiste, want anders zijn er óf geen wedstrijden, óf iedereen rijdt te hard voor je. Oh ja, ook belangrijk: neem je zo’n licentie, dan mag je niet zomaar meer meedoen aan iedere wedstrijd die je wilt. De KNWU kan je dan namelijk schorsen of beboeten.

Na deze verleidelijke keuze besluit je voorlopig even af te zien van een licentie. Officiele KNWU-wedstrijden zijn er immers niet echt meer, de meeste laagdrempelige clubwedstrijden kan je ook prima met een KNWU-basislidmaatschap rijden, en daarnaast heb je altijd nog Corpus, De Koers, Langelo en dat rare baantje in Leeuwarden. Geen extra inkomsten voor de KNWU, terwijl ze hier en daar wel wat faciliteren bij die kleine wedstrijdjes

Daar moet meer uit te halen zijn, dachten ze. Tot zover zijn we het eens. Maar toen ze op Papendal de koppen eens bij elkaar staken om te kijken hoe ze dit het beste konden aanpakken riep iemand, vermoedelijk een zak wortels, dat het dan misschien wel een goed idee was om de drempel om te gaan koersen nóg iets hoger te maken. Dán zou het geld binnenkort vast tegen de plinten klotsen! Basisleden die het koersen wel leuk vinden moeten vanaf komend jaar een licentie gaan aanschaffen, een zogenaamde startlicentie. Dat komt natuurlijk omdat de KNWU aanhaakte bij een supergoed idee, De Koers, en zag dat er eigenlijk best een hele grote groep mensen is die koersen heel leuk vindt maar geen licentie heeft.

DAT KOMT NIET DOORDAT DIE MENSEN NIET SLIM GENOEG ZIJN OM EEN LICENTIE TE NEMEN, DAT KOMT DOORDAT HET PRODUCT LICENTIE KUT IS. MAAK DAN DAT PRODUCT BETER!!!

Sorry, niet schreeuwen. Maar KNWU, jezus, bouw nou even voort op dat supergoede initiatief van De Koers om laagdrempelige koersen te organiseren. Ondersteun die initiatieven, want er zijn er genoeg, in den lande. Schrap de trainingskampen voor obscure selectietjes en leg een zakje geld klaar voor elke organisatie die een koers wil organiseren. Verplicht ze dan vervolgens niet dat jullie de baas komen spelen bij zo’n wedstrijd, maar faciliteer in jury en tijdregistratie.

Geen enkel lid wil iets anders dan deze twee dingen:

  1. Gewoon lid zijn van de club waarvan ze lid zijn. Die club is leuk, daar fietsen hun trainingsmaten, en doordat ze lid zijn van die club zijn ze per ongeluk ook lid van de KNWU.
  2. Wedstrijden fietsen.

Misschien valt het op dat deze dingen missen in bovenstaande opsomming:

  1. Ledenvoordeel (we hebben even gekeken, maar jezus, doe dan niets)
  2. Een Fondo-app
  3. Trainingskampen voor vage selecties bekostigen
  4. Meer regels voor wedstrijdorganisaties
  5. Een boete wanneer je meedoet aan een niet-KNWU-wedstrijd
  6. Een relletje over de aanstelling van bestuursleden
  7. Weggemoffelde dopingtesten

Ons advies: zorg dat er weer wedstrijden worden georganiseerd, verdomme. Zorg dat het makkelijk is om aan die wedstrijden mee te doen. Let wel: dat betekent niet dat dit gratis of goedkoop moet zijn, we willen best betalen. Zo moeilijk kan dat toch niet zijn. Schrijf een beleidsplan met deze speerpunten, handel er de komende 5 jaar naar en we weten zeker dat het werkt. De licentiehouders komen dan vanzelf.

PS: we hadden al eens Twitter-contact. We willen echt wel langskomen om het er eens over te hebben, maar dit is niet ons werk. We proberen in onze vrije tijd nog een beetje schwung te geven aan de kelder van het wielrennen. Iemand moet het doen. Maar dat gesprek komt er.


Hoi KNWU – we vinden jullie stom

Als twintiger stopte ik met roken, stofte mijn oude stalen racefiets af, en begon kilometers te maken. Ik had nog nooit een wedstrijd gereden, draaide nog ventieldopjes op mijn fiets, dacht er niet aan mijn benen te scheren, en wist echt niet wat een ’11’ was. Ik ging zonder binnenbandje op pad, kwam thuis met 26 pu gemiddeld, en maakte soms rondjes van twintig kilometer, waar ik wel heel trots op was.

Maar ik fietste.

Met de kilometers verdween de behoefte aan een sigaret (nooit weer naar verlangd). En langzaamaan ook mijn buikje (nooit helemaal gelukt). Ik kreeg steeds meer conditie, ging langere afstanden fietsen. Er kwam een nieuwe fiets, een tweede koersbroek. Ik beklom voor het eerst een berg op de fiets. De groep mensen met wie ik af en toe een rondje maakte werd langzaam groter.

Plaatsnaambordjes kregen een andere betekenis. Ik wist inmiddels heel goed wat een ’11’ is. Iedere tocht leerde ik iets over hoe je moet koersen. Een klein beetje, maar er kwam een echt competitief element in.

In een Franse supermarkt kocht ik een setje wegwerpscheermesjes en een grote bus scheerschuim. In een campingdouche schoor ik voor het eerst mijn benen. Een dag voordat ik voor het eerst de Marmotte ging fietsen.

Terug in Nederland groeide het haar weer op mijn benen, maar ik had iets meegenomen uit Frankrijk dat me blijvend veranderde. Mijn plekje bij de eerste 600 in de Marmotte bracht me een gevoel van koers bij. Onderweg had ik geleerd hoe het is je te meten met andere renners. Dat gevoel wilde ik niet weer kwijt. Ik wilde wedstrijden rijden.

Er volgde een eerste keer Corpus. Na twee rondjes lag ik eraf, en ik zwoer nooit weer terug te komen. €2,50 verspeeld. Het ging veel te hard voor me. Ik zag geen toekomst als coureur.

Een weekje later kwam ik daar op terug. Bij de ICW Eelde. Ik betaalde voor een daglicentie, stapte op. Drie rondjes voor het einde snoot ik mijn neus in het gezicht van Berend Smilda (dat vond hij niet leuk, ik wel), twee rondjes voor het einde ontsnapte ik, een rondje voor het einde werd ik terug gepakt, bij de finish lag ik eraf en finishte is als laatste.

Maar ik wist zeker: dit wil ik weer. Wist ik veel dat ik dan wel met de KNWU te maken zou krijgen.

Inmiddels fiets ik niet meer met blote, ongeschoren benen. Ik heb meerdere keren meegeholpen bij het organiseren van wedstrijden. Ik koop jaarlijks een licentie. En heb onvoorstelbaar veel plezier als amateur – een niveau dat ooit onhaalbaar voor me leek.

Is mijn route bijzonder? Nee, er zijn talloos veel renners die op een dergelijke manier beginnen. Die een andere sport inruilen voor het wielrennen. En die langzaam moeten leren hoe onze sport in elkaar zit. Volgens ons is Tim Krabbé (we noemen zomaar iemand) ooit zo begonnen.

Bij De Koers, het prachtige initiatief op de Groninger Wielerbaan afgelopen zomer, had de HELFT van alle deelnemers geen licentie. Bij het NCK staat altijd een grote groep renners aan de start, zonder licentie. In iedere ICW zijn er renners die nog nooit een koers hebben gereden.

Sommige van die renners komen nooit meer terug, andere worden fantastische renners, weer andere heel matige amateurs en die gaan dan stukjes schrijven voor De Buik.

En het is deze route die vanaf nu niet meer mag. Van onze nobele bond mag niemand meer koersen zonder licentie. Dat vinden we dus stom.

Nee, wij vinden dat ronduit belachelijk. Niet omdat we gratis willen koersen, maar omdat we iedere stumper het gunnen om er een keer afgereden te worden. We gunnen het iedereen om langzaam een beetje renner te worden.

P.s. IK HOEF GEEN LEDENVOORDEEL IK WIL KOERSEN.


WielerGIFjes van De Buik

Nine Storms weet hoe Dylan Groenewegen heeft gewonnen op de Champs-Élysées. “Hoe dan! Rije. Gewoon rije. Godsamme!”
Nine Storms is nogal opgewonden en enthousiast nadat Dylan Groenewegen heeft gewonnen op de Champs-Élysées. “Hoe dan!?”
Marcel Kittel roept “scheisse Berge” op een trainingskamp. Beelden uit de documentaire ‘Nieuwe Helden’ van Dirk-Jan Roeleven.

Op een oude fiets moet je het leren

Waar vond je hem? Of is het een haar? De oude Batavus, die roestige Gazelle, de krakende Peugeot? Met de down tube shifters, of zoals jij zegt, ‘schakelen op het frame’. Een prachtige 8-speed, een roestige 7-speed, met versleten remblokken, een rafelend stuurlint, met reflectoren op de pedalen (‘trappers’).

Stond ie in de schuur van je opa en oma? Vond je hem achter het huis van je dode buurman? Waar komt ie vandaan? We weten dat ze bestaan, want ze staan op Marktplaats. De racefiets die ooit in de uitverkoop ging bij de Aldi. Het Halfords modelletje, met zo’n plastic plaatje achter de cassette. Van die fietsen waar iedere renner van denkt: waar vind je die!? Jij weet dat, want jij rijdt erop.

Wanneer dacht je dat het een goed idee was om er op te gaan fietsen? Begrijp ons niet verkeerd – ‘gaan fietsen’ is altijd een goed idee. Je moet nog een kleine honderd emails beantwoorden, iets op tijd inleveren, je bibliotheekboeken zijn al een half jaar te laat, en er staat nog een rekening open van het gasbedrijf en je bent je zoveelste Zoom-gesprek van de dag aan het missen, en jij denkt: ‘Fuck it, ik ga fietsen,’ en dan zeggen wij: ‘Goed idee!’ Maar wanneer kwam je erop? Wat was het moment dat je een been wierp over je nieuw ontdekte oude kutfiets?

Wat we in ieder geval vast kunnen stellen is dat je tussen het vinden van de fiets, en het daadwerkelijk gaan fietsen, nog een helm op de kop hebt getikt. Die helm is te groot, bij sommigen juist te klein. Hij zit scheef op je kop. Er zit een deuk in omdat er al iemand mee gevallen is. De sluiting is zo wijd dat je die niet open of dicht hoeft te doen, maar je kan hem gewoon over je hoofd trekken. Of soms wil de sluiting niet dicht, maar wat kan dat schelen. Dat is allemaal pas een probleem als je er ook echt mee valt. Dus na vijf minuten ofzo.

En we weten ook dat je ergens een koersbroek hebt weten te bemachtigen. Even voor de zekerheid: onder die broek draag je niks. Geen onderbroek, en zeker geen (godsamme, we snappen echt niet dat we dit moeten opschrijven) SPORTSTRING! Oké? Een natte scheet hier en daar, wat onbedoeld vochtverlies, dat hoort er allemaal bij. Mocht je besluiten om toch iets meer dan € 10,- uit te willen geven (je bent begonnen met de gaafste sport uit de geschiedenis van de mensheid, dus lang zal dat niet duren), koop dan een broek met bretels. Geloof ons, als je achter je fietst komt er haar uit je broek. Langs je benen ja, maar ook aan de bovenkant. Het piept precies uit de spleet, die te zien is, omdat je te vrekkig was om het model met bretels te nemen.

Over die benen gesproken. Die moet je scheren (ja, dat moet, nee het heeft verder geen zin, het moet gewoon, jezus, hou op te zeiken). En die lage tennissokken moet je weggooien. En heel leuk dat je mountainbikepedalen met klikschoenen hebt, maar die horen op een mountainbike. Wie je geholpen heeft die op een wegfiets te monteren hoort in de gevangenis.

En je shirt. Ach wat kunnen we er van zeggen. Doe dat Rabo/Lotto Jumbo/US Postal/Phonak/CSC (doorhalen wat niet van toepassing is) maar niet meer aan. Dat AGU jaren negentig blauw met 100 kleurtjes shirt is weer helemaal hip. Mocht je nog een ONCE/Mapei/PDM/wollen Peugeot (doorhalen wat niet van toepassing is) shirt hebben, trek dat dan aan. Daar raken we namelijk een beetje opgewonden van.

Je kan niet sturen. Je fietst te langzaam. En je trapt te groot. Je houdt je niet aan de verkeersregels, waardoor wij een slechte naam krijgen. Je hebt haar op je benen. Je zadeltas slingert. Je stinkt uit je bek. Maar god allemachtig, wat zijn we blij dat je de stap hebt gemaakt tijdens de lockdown. En dat je dat ook met z’n allen hebt gedaan, met z’n miljoenen, dat iedere oude fiets die er in dit land te vinden is nu bereden wordt.

Want ja, ook jij mag er zijn!

Je ziet er alleen niet uit.


Podcast: de pre-post-corona-cast

Tom, Arie & Berry zitten eindelijk weer om tafel om het er eens goed over te hebben. Er gebeurt natuurlijk niet zoveel, maar ook weer wel. Ouwehoeren over tijdritten, we bellen met Paultje Muta, we bespreken maar eens hoe het met ons zelf gaat en uiteraard komt de Harry Witterholt Classic aan bod.

Gordels vast!


Fietshonger

We zitten al weken een beetje binnen en een beetje buiten. Vandaag was het koud en winderig, dus binnen. Gister was het warm en zonovergoten, dus buiten.

De meeste renners (en we gaan er van uit dat we hier gelezen worden door renners) snappen inmiddels wel dat je met niet meer dan twee mensen tegelijk op pad moet gaan. We vinden het zelfs (op z’n Argentijns) een beetje dom als je met meer dan één tegelijk op pad gaat. Dat hebben we Berry laten zeggen op RTVNoord, namelijk.

Nou ja, als je alle afleveringen van De Ronde, Behind the Scenes op YouTube hebt gekeken en je hebt de Netflix documentaire over Movistar uitgespeeld, wat dan? When Zwift lost its fun, you’re fucking lazy (ja dat is een verwijzing naar Green Day). Wij zijn maar gaan lezen.

Eerlijk is eerlijk, we lezen graag. Ook als we niet in Lockdown zitten. Lezen en wielrennen, dat hoort een beetje bij elkaar. En wat hebben we gelezen? Van alles. Maar we gaan nu één boek bespreken: Ik en mijn fiets, van Paul Fournel.

WAT.EEN.BOEK.

Klaar, lijkt ons. Uitverkocht bij Van der Velde online. Geen exemplaar meer te krijgen op Bol.com. Jeff Bezos komt de crisis door, want we gaan er van uit dat jullie nu met z’n allen Amazon aan het belagen zijn.

Ok, waarom is het zo’n goed boek? Omdat het over ons gaat. Over jullie. Over wielrenners die geen professional zijn, maar zich dat wel een beetje voelen. Het gaat over iemand met een fiets. Over afzien. Over mooie kuiten. En over het hebben van een fiets om er mee te koersen. Niet om er geld mee te verdienen. Niet om er chicks mee te versieren (dus we hebben het niet over Patty van der Duin). Niet om je vol te spuiten met doping.

Maar om er op te fietsen. In vorm te raken. Een berg te beklimmen. Een waaier te rijden. Of, zoals Fournel het zegt, ‘Ik wil graag als fietser oud worden.’ Hij zegt ook: ‘De fiets ruikt goed.’ Of wat denken jullie hiervan: ‘De fiets is een school voor de wind.’ Fuck it. Dat is gewoon geniaal.

Hebben we dan helemaal niks te zeiken? Jawel. Benjo Maso heeft een prima vertaling afgeleverd. Hij heeft een paar mooie zinnen gemaakt. Klasse. Maar had er niet even een redacteur naar kunnen kijken? Dat er allemaal typefouten staan op deze site: niemand betaalt ons hiervoor. Maar dit is een boek. We hebben hier geld voor betaald. Kom op zeg. Verwijswoorden kloppen niet. Gerommel met tijden. Spelfouten. Supperirritant allemaal.

Laten we de titel als voorbeeld nemen: in het Frans is dat Besoin de vélo. En ook als je geen woord Frans kan, snap je dat Ik en mijn fiets een kutvertaling is. Nu lijkt het alsof Douwe Doorduin dit boek geschreven heeft. Dat had beter gekund. We doen gratis een suggestie. Kijk maar boven deze recensie.

Desalniettemin vijf uit vijf tandwielen voor dit boek. 

Paul Fournel, Ik en mijn fiets, Uitgeverij Oevers, € 18,95, nu nog te koop bij alle goede (en de meeste slechte) online boekhandels. Vertaling door Benjo Maso.   

Fietshonger


Middelstum

ICW Middelstum, een droomkoers

Ik schuif de gordijnen op en kan een lichte glimlach niet onderdrukken. Een strakblauwe lucht, vogeltjes fluiten en bomen dansen in de wind. Vandaag is het dan zover, de dag die elke duurrit in de regen de afgelopen periode zinvol maakt. Die al het Zwift-zweet weet te rechtvaardigen. Vandaag ga ik koersen in Middelstum. Sterker nog, ik ga gewoon winnen. Ik voel het wanneer ik aan het ontbijten ben, ik voel het wanneer ik mijn nieuwe, hoge en witte sokken (speciaal voor vandaag gekocht) aantrek. Ik zie het aan m’n fiets, getooid met een vers stuurlintje en nieuwe bandjes. Blinkend staart hij mee aan, alsof hij wil zeggen: ‘vandaag maken we iedereen kapot jongen.’

Zoals ’t hoort ga ik op de fiets naar Middelstum. Het is meteen een goede warming-up. Al heb ik die niet nodig, want ik ga hoe dan ook winnen vandaag. Het voorjaar hangt in de lucht, bedenk ik me wanneer ik door de weilanden ergens achter Bedum fiets. Ik snuif de lucht van de ontluikende lente op en voor ik het weet nader ik de Pompsterweg in Fraamklap. Waarom heet deze wedstrijd eigenlijk niet ICW Fraamklap?

Het geroezemoes van enkele tientallen, traditioneel luidruchtige, wielrenners doet me uit m’n dagdromerij ontwaken. Veel Cyclesport, Tandje Hoger heeft weer een blik nieuwe studenten opengetrokken, Harko Kievit is sportklasserenner geworden en bij Gaul! hebben ze hun strohoedje ingeruild voor een baard. Maar voor de rest is alles als vorig jaar. Op één ding na. Ik ben niet zenuwachtig. Ik voel me onoverwinnelijk.

Dat gevoel ebt enigszins weg wanneer het startschot geklonken heeft. Het is meteen volle bak om in de eerste waaier te komen (en te blijven!), maar het lukt. Ik kijk om me heen. Een paar CSG’ers, een verdwaalde triatleet of iets in die richting, twee TH’ers, Hekman en Harko. Een mooi groepje en dat blijkt. De samenwerking verloopt soepel en gedurende de koers rijden we alleen maar verder weg van de meute. Het gaat tussen ons en ik wik en weeg m’n kansen. Alles op de slotronde. Ik ga vol aan en zoals ik had verwacht kijkt iedereen naar Harko. Hij doet niets, is het dan echt zo dat hij amper getraind heeft afgelopen winter? In de laatste bocht staat Ronald Heringa in een fluorescerend jasje en met een vlag in de handen. Hij schreeuwt me vooruit.

Ik gooi m’n handen omhoog en schreeuw ik het uit. Wanneer ik naar rechts kijk, maak ik oogcontact met m’n vriendin. Ik kijk haar triomfantelijk aan. Mijn triomfantelijke blik wordt beantwoord door een blik vol verwondering en slaperigheid.

“Gaat het wel goed met je?”

“Sorry lieverd,” antwoord ik. “Ik had een gekke droom. Draai je nog maar even om, we kunnen uitslapen vandaag.”


Spijtoptant

Een volleyballer.
Een roeier.
Een tennisser.
Een hardloper.
Een schaatser.
Een waterpoloër.
Een basketballer.
Een BMX’er.

Een student.
Een promovendus.
Een programmeur.
Een boer.
Een docent.
Een journalist.
Een muzikant.
Een fietsenmaker.
Een museumdirecteur.

En ja, jij ja. Jij ook.

Fietsen was misschien niet eens je eerste keuze. Je vond het misschien gewoon stom. Je kon het eerst niet betalen, je ouders vonden dat ‘een teamsport beter voor je was’ of je vond het leuker om elk weekend starnakel door de kroeg te kruipen. Of wat dan ook. Redenen genoeg om andere dingen te doen dan wielrennen. Snappen we best.

Maar een Prius, een vinexwoning en 10 kilo later weet je het ineens: je wordt wielrenner. Dat je inmiddels te oud, te dik en te talentloos bent om nog iets klaar te spelen in de hogere regionen van de wielersport, maakt geen reet uit: er moet gefietst worden. Sterker: er moet gekoerst worden. En daarom trekt een contigent 30’ers en 40’ers elke week trainend door den lande en maakt in de weekenden de straten en wegen van de meest onooglijke kutdorpen van Nederland onveilig (en met onveilig bedoelen we ook echt onveilig want fatsoenlijk bochtjes nemen zat niet in het pakket bij het volleyballen of tennissen).

Maar dat geeft allemaal niet. Want we zijn nu wielrenners. En wielrenners zijn stoer, en stoere wielrenners gaan wel eens op hun bek. En dat is stiekem soms nog stoerder. Zonder plaatje op je sleutelbeen en schaafplek op je kuit tel je eigenlijk ook niet helemaal mee. Noem het wat je wil: herintreders, bekeerlingen, adepten, trendvolgers… uiteindelijk zijn we allemaal spijtoptanten. Ook die jongens en meisjes die wèl junioren en beloften waren maar het nèt niet (of helemaal niet) redden bij de elites, een paar jaar bier gingen hijsen en toch weer wilden fietsen: spijtoptanten. Of ons vaste clubje sandbaggers: Harko Kievit, Marcel Weinans, Paul de Haan. Ooit heel goed en nu eigenlijk nog steeds. Daarom een Sportklasselicentie en lekker andere huisvaders naar de klote rijden: Juist, spijtoptanten.

Erik Dekker… naja, u begrijpt ‘m.

Omdat we blijkbaar niks beters te doen hebben met ons geld en onze vrije tijd. Diep van binnen wanen we ons allemaal een beetje prof, gloeien we van trots als toeschouwers van een willekeurig criterium in Schubbekutterveen ons aanzien voor een eliterenner en trainen we stiekem net teveel en te fanatiek om van een gewone hobby te kunnen spreken. En dat is mooi. Want dat maakt het amateurpeloton zo’n mooie bonte verzameling van prettig gestoorde idioten. En spijtoptanten.

Dus, Douwe Doorduin.

Tot over 10 jaar en 15 kilo. Als je helemaal uitgebrast bent en die kansloze kutbandjes in Vera helemaal zat bent. Als je eindelijk klaar bent met het alleen maar over jezelf ouwehoeren. Als je die 1,8 kinderen, die hypotheek, die Volvo en de labrador voor elkaar hebt en stiekem terugdenkt aan die 3 jaar tussen al die prettig gestoorde idioten op de Gibcusbaan waar je ze destijds allemaal op een ronde reed en verschroeiend meesprintte om het klassement:

Dan heten we je weer welkom en mag je weer gewoon rondjes draaien in Sleen, Ternaard en Annen. Gewoon omdat dat uiteindelijk het mooiste is, tussen al die andere spijtoptanten.