Fietshonger

We zitten al weken een beetje binnen en een beetje buiten. Vandaag was het koud en winderig, dus binnen. Gister was het warm en zonovergoten, dus buiten.

De meeste renners (en we gaan er van uit dat we hier gelezen worden door renners) snappen inmiddels wel dat je met niet meer dan twee mensen tegelijk op pad moet gaan. We vinden het zelfs (op z’n Argentijns) een beetje dom als je met meer dan één tegelijk op pad gaat. Dat hebben we Berry laten zeggen op RTVNoord, namelijk.

Nou ja, als je alle afleveringen van De Ronde, Behind the Scenes op YouTube hebt gekeken en je hebt de Netflix documentaire over Movistar uitgespeeld, wat dan? When Zwift lost its fun, you’re fucking lazy (ja dat is een verwijzing naar Green Day). Wij zijn maar gaan lezen.

Eerlijk is eerlijk, we lezen graag. Ook als we niet in Lockdown zitten. Lezen en wielrennen, dat hoort een beetje bij elkaar. En wat hebben we gelezen? Van alles. Maar we gaan nu één boek bespreken: Ik en mijn fiets, van Paul Fournel.

WAT.EEN.BOEK.

Klaar, lijkt ons. Uitverkocht bij Van der Velde online. Geen exemplaar meer te krijgen op Bol.com. Jeff Bezos komt de crisis door, want we gaan er van uit dat jullie nu met z’n allen Amazon aan het belagen zijn.

Ok, waarom is het zo’n goed boek? Omdat het over ons gaat. Over jullie. Over wielrenners die geen professional zijn, maar zich dat wel een beetje voelen. Het gaat over iemand met een fiets. Over afzien. Over mooie kuiten. En over het hebben van een fiets om er mee te koersen. Niet om er geld mee te verdienen. Niet om er chicks mee te versieren (dus we hebben het niet over Patty van der Duin). Niet om je vol te spuiten met doping.

Maar om er op te fietsen. In vorm te raken. Een berg te beklimmen. Een waaier te rijden. Of, zoals Fournel het zegt, ‘Ik wil graag als fietser oud worden.’ Hij zegt ook: ‘De fiets ruikt goed.’ Of wat denken jullie hiervan: ‘De fiets is een school voor de wind.’ Fuck it. Dat is gewoon geniaal.

Hebben we dan helemaal niks te zeiken? Jawel. Benjo Maso heeft een prima vertaling afgeleverd. Hij heeft een paar mooie zinnen gemaakt. Klasse. Maar had er niet even een redacteur naar kunnen kijken? Dat er allemaal typefouten staan op deze site: niemand betaalt ons hiervoor. Maar dit is een boek. We hebben hier geld voor betaald. Kom op zeg. Verwijswoorden kloppen niet. Gerommel met tijden. Spelfouten. Supperirritant allemaal.

Laten we de titel als voorbeeld nemen: in het Frans is dat Besoin de vélo. En ook als je geen woord Frans kan, snap je dat Ik en mijn fiets een kutvertaling is. Nu lijkt het alsof Douwe Doorduin dit boek geschreven heeft. Dat had beter gekund. We doen gratis een suggestie. Kijk maar boven deze recensie.

Desalniettemin vijf uit vijf tandwielen voor dit boek. 

Paul Fournel, Ik en mijn fiets, Uitgeverij Oevers, € 18,95, nu nog te koop bij alle goede (en de meeste slechte) online boekhandels. Vertaling door Benjo Maso.   

Fietshonger


Middelstum

ICW Middelstum, een droomkoers

Ik schuif de gordijnen op en kan een lichte glimlach niet onderdrukken. Een strakblauwe lucht, vogeltjes fluiten en bomen dansen in de wind. Vandaag is het dan zover, de dag die elke duurrit in de regen de afgelopen periode zinvol maakt. Die al het Zwift-zweet weet te rechtvaardigen. Vandaag ga ik koersen in Middelstum. Sterker nog, ik ga gewoon winnen. Ik voel het wanneer ik aan het ontbijten ben, ik voel het wanneer ik mijn nieuwe, hoge en witte sokken (speciaal voor vandaag gekocht) aantrek. Ik zie het aan m’n fiets, getooid met een vers stuurlintje en nieuwe bandjes. Blinkend staart hij mee aan, alsof hij wil zeggen: ‘vandaag maken we iedereen kapot jongen.’

Zoals ’t hoort ga ik op de fiets naar Middelstum. Het is meteen een goede warming-up. Al heb ik die niet nodig, want ik ga hoe dan ook winnen vandaag. Het voorjaar hangt in de lucht, bedenk ik me wanneer ik door de weilanden ergens achter Bedum fiets. Ik snuif de lucht van de ontluikende lente op en voor ik het weet nader ik de Pompsterweg in Fraamklap. Waarom heet deze wedstrijd eigenlijk niet ICW Fraamklap?

Het geroezemoes van enkele tientallen, traditioneel luidruchtige, wielrenners doet me uit m’n dagdromerij ontwaken. Veel Cyclesport, Tandje Hoger heeft weer een blik nieuwe studenten opengetrokken, Harko Kievit is sportklasserenner geworden en bij Gaul! hebben ze hun strohoedje ingeruild voor een baard. Maar voor de rest is alles als vorig jaar. Op één ding na. Ik ben niet zenuwachtig. Ik voel me onoverwinnelijk.

Dat gevoel ebt enigszins weg wanneer het startschot geklonken heeft. Het is meteen volle bak om in de eerste waaier te komen (en te blijven!), maar het lukt. Ik kijk om me heen. Een paar CSG’ers, een verdwaalde triatleet of iets in die richting, twee TH’ers, Hekman en Harko. Een mooi groepje en dat blijkt. De samenwerking verloopt soepel en gedurende de koers rijden we alleen maar verder weg van de meute. Het gaat tussen ons en ik wik en weeg m’n kansen. Alles op de slotronde. Ik ga vol aan en zoals ik had verwacht kijkt iedereen naar Harko. Hij doet niets, is het dan echt zo dat hij amper getraind heeft afgelopen winter? In de laatste bocht staat Ronald Heringa in een fluorescerend jasje en met een vlag in de handen. Hij schreeuwt me vooruit.

Ik gooi m’n handen omhoog en schreeuw ik het uit. Wanneer ik naar rechts kijk, maak ik oogcontact met m’n vriendin. Ik kijk haar triomfantelijk aan. Mijn triomfantelijke blik wordt beantwoord door een blik vol verwondering en slaperigheid.

“Gaat het wel goed met je?”

“Sorry lieverd,” antwoord ik. “Ik had een gekke droom. Draai je nog maar even om, we kunnen uitslapen vandaag.”


Spijtoptant

Een volleyballer.
Een roeier.
Een tennisser.
Een hardloper.
Een schaatser.
Een waterpoloër.
Een basketballer.
Een BMX’er.

Een student.
Een promovendus.
Een programmeur.
Een boer.
Een docent.
Een journalist.
Een muzikant.
Een fietsenmaker.
Een museumdirecteur.

En ja, jij ja. Jij ook.

Fietsen was misschien niet eens je eerste keuze. Je vond het misschien gewoon stom. Je kon het eerst niet betalen, je ouders vonden dat ‘een teamsport beter voor je was’ of je vond het leuker om elk weekend starnakel door de kroeg te kruipen. Of wat dan ook. Redenen genoeg om andere dingen te doen dan wielrennen. Snappen we best.

Maar een Prius, een vinexwoning en 10 kilo later weet je het ineens: je wordt wielrenner. Dat je inmiddels te oud, te dik en te talentloos bent om nog iets klaar te spelen in de hogere regionen van de wielersport, maakt geen reet uit: er moet gefietst worden. Sterker: er moet gekoerst worden. En daarom trekt een contigent 30’ers en 40’ers elke week trainend door den lande en maakt in de weekenden de straten en wegen van de meest onooglijke kutdorpen van Nederland onveilig (en met onveilig bedoelen we ook echt onveilig want fatsoenlijk bochtjes nemen zat niet in het pakket bij het volleyballen of tennissen).

Maar dat geeft allemaal niet. Want we zijn nu wielrenners. En wielrenners zijn stoer, en stoere wielrenners gaan wel eens op hun bek. En dat is stiekem soms nog stoerder. Zonder plaatje op je sleutelbeen en schaafplek op je kuit tel je eigenlijk ook niet helemaal mee. Noem het wat je wil: herintreders, bekeerlingen, adepten, trendvolgers… uiteindelijk zijn we allemaal spijtoptanten. Ook die jongens en meisjes die wèl junioren en beloften waren maar het nèt niet (of helemaal niet) redden bij de elites, een paar jaar bier gingen hijsen en toch weer wilden fietsen: spijtoptanten. Of ons vaste clubje sandbaggers: Harko Kievit, Marcel Weinans, Paul de Haan. Ooit heel goed en nu eigenlijk nog steeds. Daarom een Sportklasselicentie en lekker andere huisvaders naar de klote rijden: Juist, spijtoptanten.

Erik Dekker… naja, u begrijpt ‘m.

Omdat we blijkbaar niks beters te doen hebben met ons geld en onze vrije tijd. Diep van binnen wanen we ons allemaal een beetje prof, gloeien we van trots als toeschouwers van een willekeurig criterium in Schubbekutterveen ons aanzien voor een eliterenner en trainen we stiekem net teveel en te fanatiek om van een gewone hobby te kunnen spreken. En dat is mooi. Want dat maakt het amateurpeloton zo’n mooie bonte verzameling van prettig gestoorde idioten. En spijtoptanten.

Dus, Douwe Doorduin.

Tot over 10 jaar en 15 kilo. Als je helemaal uitgebrast bent en die kansloze kutbandjes in Vera helemaal zat bent. Als je eindelijk klaar bent met het alleen maar over jezelf ouwehoeren. Als je die 1,8 kinderen, die hypotheek, die Volvo en de labrador voor elkaar hebt en stiekem terugdenkt aan die 3 jaar tussen al die prettig gestoorde idioten op de Gibcusbaan waar je ze destijds allemaal op een ronde reed en verschroeiend meesprintte om het klassement:

Dan heten we je weer welkom en mag je weer gewoon rondjes draaien in Sleen, Ternaard en Annen. Gewoon omdat dat uiteindelijk het mooiste is, tussen al die andere spijtoptanten.


Een lofzang op Annen

Op de wijs van Anne, van Herman van Veen

Er waren mooie koersjes bij
maar niet zo vroeg in het seizoen als jij
Annen
van al dat nat en haast geen licht
gingen van schrik de ogen dicht
Annen
Even kreeg ik kriebels in mijn keel
maar geen renner was te veel
Annen
Ik stond te blazen was zo bang
jij moest er haast van lachen
Annen

Annen de wereld is niet mooi
maar jij kan haar wat modderiger kleuren
Annen een seizoen staat voor de boeg
maak je geen zorgen daarvoor is het nog te vroeg
veel te vroeg.

De cijfers van het rondebord gaan snel
dat merk je ondertussen wel
Annen
Van de pot naar de wc
In de kleedk’mer huppekee
Annen
Iemand heeft net z’n eerste overwinning van het seizoen gepakt
Of we zijn al weer een jaartje ouder
Voor ik goeiemorgen zeg
Is zelfs het NCK al weg
Annen

Annen de wereld is niet mooi
maar jij kan haar wat modderiger kleuren
Annen een seizoen staat voor de boeg
maak je geen zorgen daarvoor is het nog te vroeg
veel te vroeg.

Er waren mooie koersjes bij
Maar niet zo vroeg in het seizoen als jij
Annen
Alleen de wegen van Middelstum
Waren net zo mooi als jij
Annen

Annen


Podcast: met Rick Nobel en Paul van Muta

Aan de vooravond van Annen II en Storm Dennis zitten Arie, Tom en Berry aan tafel met Rick Nobel. Rick reist de hele wereld over om te koersen. De Ronde van Togo, Cambodja, Moskou: noem het, en hij was er. En hij kan er nog mooi over vertellen ook.

Natuurlijk blikken de mannen even terug op wat nieuws van de afgelopen tijd én bellen ze met Paul Veldhuis van Team Muta, de Friese connectie om te voelen hoe de zaken er daar voor staan.

Wat langer dan normaal, maar daarom niet minder mooi. Geniet er van!


Terugblik: De Buik Ploegenpresentatie

Natuurlijk had je er zelf gewoon bij moeten zijn. Deze terugblik doet totaal geen recht aan het dampende, stampende wieleravondje dat we in Spaak hadden. “It’s just a tribute”, zoals Tenacious D al zo beeldend zong. Maar om het niet direct in de vergetelheid te doen gaan, want zo gaat dat in onze vliegensvlugge Insta-maatschappij, toch even een klein overzichtje.

Vooraf hadden we van alles gedaan om de boel te promoten. De social media stonden er bol van, onze lezers konden er geen bericht meer over zien en we hadden zelf de noordelijke media benaderd met een heus persbericht. In ons enthousiasme hadden we ook Herinneringscentrum Westerbork gemaild, weliswaar per ongeluk. Voor zover we konden zien was er niemand uit die hoek, en dat snappen we dan ook wel weer.

Wie het wel eem mooi oppakte was RTV Noord. Onze Berry mocht in de radioshow Stad en Ommeland verschijnen. Mooi kloot’n dat er tegenwoordig camera’s bij de radio hangen, maar goed, zo hebben wij dus mooi de beelden nog.

Kan je van zeggen wat je wil, maar die avond stond Spaak dus ramvol. Man/vrouw of 80 aanwezig, ver boven de verwachting. Vonden we supermooi. Er zouden zich een team of 6 komen presenteren, en we trapten de avond af met een rondje van de zaak: Spaak-Gaul-Cycling for Warchild-de slager op de hoek-#showyourstripes Racing Team Powered by weetikveel. Een mannetje of 25 stapten het podium op, en de eclectische mix van zwemmers, Spaakbaarden, tijdrijders en marketing-ZZP’ers keek elkaar verwilderd aan. Toen er ook nog gevraagd werd naar namen van teamgenoten dreigde het wat ongemakkelijk te worden, maar Ron Timmermans en Mark Boelens namen de teugels net op tijd weer in handen en zo kon de eerste ploeg zonder al te veel kleerscheuren het podium verlaten.

Nee, dan de geoliede machine van Team Airolube. Strakker stonden ze er die avond niet bij, zelfs niet toen het op een gegeven moment (toch weer) over Airopleasure ging, het glijmiddel dat bij het verlaten van de spuitbus rare scheetgeluidjes maakt (hebben we gehoord). De machtige lijven van Henk-Jaap Moorlag en Cor van Leeuwen, de ongemakkelijke blik van Erwin Rinsma, de bravoure van Dennis: het had alles. De ambitie spatte er van af. Eerst moar eem kiek’n wat er van komt, zeggen ze daar dan. Waarvan akte.

De Kannibaaldames zorgden voor een frisse wind op het podium. Verreweg het beste team op het podium, maar de spanning was er niet minder om. Het gegiechel was derhalve niet van de lucht, maar als er ook zoveel mannen om je heen hun buik staan in te houden snappen we dat ook wel weer. Ambitie genoeg, begrepen we. De clubcompetitie moet weer gewonnen worden, bijvoorbeeld. Zouden wij ook wel willen.

De koppen van Arie en Berry moesten even van het podium, dat was voor iedereen beter, dus Paul van Team Muta kwam het podium op met een MUTA-kwisje. Dit omdat hij deze avond alleen zou zijn, maar de rakker had toch plots 3 teamgenoten meegenomen. Joakim Zuidema, Cor Visser en Bos Basma hadden zich in de auto verstopt en hadden zich zo naar Groningen laten vervoeren. Slim! Houd ze in de gaten, die mannen. De kwis was een hit van jewelste, de Kannibaaldames wisten alles, maar toen halverwege de vragen het woord “Kannibaalvingerbokaal” viel werd er plots veel duidelijk.

Ja mensen, zo’n avond was het.

Na al dit geweld was het tijd voor de Amateurploeg van Cycle Sport Groningen, waar twee akelig fitte spierbonkies (Tim Weerkamp en Hans Groenhoff) werden geflankeerd door huisvaders, nerds en Tom Akkerman. Laatstgenoemde stond daar om de Sportklasse-eer hoog te houden, en dat gebeurde dan ook met verve. Zo’n ploegenpresentatie schreeuwt natuurlijk om het goddelijke lijf van Bram Kempkens, maar die scheen met de mannengriep plat te liggen. Gemiste kans. Spuit in de bil en gaan, lijkt ons, maar goed, wie zijn wij.

Tot slot was daar dan het moment waar we allemaal op gewacht hadden: de opkomst van Team Stouwdam – Was het nou mijn of jouw accountant – Hekman installatietechniek – kenjijnogiemandiewilsponsoren Racing Team Extravaganza. Een aantal geile mannen in het roze/paars schreden naar het podium, stonden vol bravoure te shinen en leken niet onder de indruk van het verbale geweld van de presentatoren. Jan Hekman als kopman van de Sportklasse, Heini Koorenberg moet het gaan doen op amateurniveau. Arjan Elferink had goed geschaatst, dus hij had nu zin om goed te fietsen. En EJ Veldkamp dan, hoor ik u vragen? Die was toch zo goed?

Ja, klopt. Die is zo goed dat hij elitewedstrijden gaat rijden voor De Kannibaal. Heeft u wel eens per ongeluk zo hard getraind dat u het geplande niveau ontsteeg? Nee hè? Nou, Evert Jan wel.

De rest van de mannen stond zich ouderwetst in te dekken met gekke grapjes. Wij kennen ze langer dan vandaag, dus wees gewaarschuwd.

Nou, toen waren we er wel klaar mee. Er werd gedronken, er werd geouwehoerd, Burry lazerde bijna met fiets en al van de trap en toen was het tijd om te gaan. Een dikke dank naar Spaak, alle verenigingen en renners / rensters die dit mogelijk maakten en naar Smart Camels voor het lenen van een geluidssetje.Volgend jaar weer wat ons betreft!

PS: aan een Spaak zonder Henrieke kunnen en willen we niet wennen, denken we.


Annen 1 fuckers

Renners staan te wachten tot het pelotonnetje compleet is. Maar wat is compleet? 1,2,3. Iemand grapt wat, iemand anders lacht te luid en te zenuwachtig. Coureurs kijken elkaar aan en vragen zich af waarom ze staan te wachten.

Het elitepeloton

Langs de kant staan her en der wat mensen verspreid. Met een telefoon wordt haastig een foto geschoten.

Het seizoen staat voor de deur en iedereen heeft er soort-van-zin in. We beginnen met Annen 1.

Na wat beraadslagingen blijkt dat er inderdaad maar drie elite/belofte renners aan de start staan. De rest staat zich in de Spaanse zon klaar te maken voor een of andere training. Er zijn toch wel vijftien ama’s en een stuk of zeven sportklasse renners. De rest ligt op de bank te smachten naar modder, regen en het WK veldrijden, op televisie. Of is ergens bij Emmen zelf door de blubber aan het fietsen.

En team Stouwdam natuurlijk, ook de middelbare mannen zitten ergens onder een zon hier ver vandaan.  

In Annen is het kutweer. Het regent al de hele dag, eigenlijk de hele week, als we eerlijk zijn is het dit decennium nog geen dag mooi geweest. En ondanks een week met voorspellingen van harde wind (waaaaaaiers!!!!), waait het niet. Er ligt wel modder op de weg, niet een klein beetje, maar een hele boel.

Er ligt ook veel modder naast de weg. Als je in die modder raakt, zo leert Dieuwke aan het Noordelijk peloton, dan moet je je laten vallen. Geen mitsen en geen maren. Als je naast de weg rijdt van dit natte vieze modderige parcours dan ga je niet remmen, niet bijsturen, maar je laat je ogenblikkelijk vallen. Anders raak je misschien in de sloot. En dat wil je niet. Want dat is slecht voor de lagers van je fiets.

In koor zeggen we ‘Ja Dieuwke, dan laten wij ons vallen’.

fuckers

We mogen nog niet weg. Eerst gaan we nog klassikaal 10 minuten extra warmfietsen. En dan worden alle categorien bijelkaar gevoegd. Maar dan gaat het echt los.

We klikken voor de eerste keer dit jaar in en scheuren voor de eerste keer vol gas naar de eerste bocht. Seizoen 2020, wij waren erbij.

Ondertussen staan de elites in de Spaanse zon uit te leggen aan mensen op terrasjes dat ze wielrenner zijn. Is team Stouwdam vrouwen van middelbare leeftijd aan het versieren in matige mediterrane disco’s. En wint Mathieu zijn derde regenboogtrui.

Alles leuk en aardig, maar wij zijn blij dat de winter weer achter de rug is. Dat we niet meer iedere week naar een cross hoeven te kijken. Dat we langzaam gaan denken aan het scheren van onze benen. Dat in Emmen de wielerbaan open gaat. In Groningen op donderdag weer baantje is.  

Annen 1 fuckers. Wij waren erbij.


Daar gaan we: seizoen 2020

Seizoen 2020 start morgen. In een vies, goor, druilerig Annen staan over een paar uur mannen, vrouwen, jongens en meisjes te trappelen om een uurtje naar de graftyfus te gaan. Echte coureurs halen hun neus een beetje op voor dit soort wedstrijdjes, maar gelukkig bestaan er geen echte coureurs op ons niveau. Daarom start iedereen met maar 1 doel: winnen. Of nou ja, niet verliezen. Of dat van jezelf is of van een anders maakt soms niet uit.

Stel je voor dat je een hele winter hebt zitten Tacxen en morgen vol ambitie afreist naar de Anner velden achter Annen te Annen. Stel je voor dat je in de eerste kilometer vol gas geeft om de slag maar niet te missen, en daardoor zo achter de poest raakt dat je jezelf opblaast. Stel je voor dat je wordt gepasseerd door iele jongetjes, dikke mannen en grijze ex-kampioenen. Stel je voor dat je nét de aansluiting mist met de voorste groep en deze langzaam maar zeker ziet wegfietsen. Stel je voor dat je omkijkt en recht in de gezichten kijkt de gebruikelijk koekwauzen in de mongolenwaaier. Stel je voor….

Kleine voorspelling? CSG is goed, als ze er zijn. Het kan natuurlijk zijn dat er een toertocht, training, wandelvierdaagse of verjaardag van verre familie belangrijker is. Als EJ Veldkamp er is zal hij niet ademen, als Jan Hekman er is zal hij niet overnemen. Bjorn Koster laat ons allemaal zien dat we koekebakkers zijn. Burry is present, maar hopeloos uit vorm. Dieuwke doet haar uiterste best alles in goede banen te leiden. Luisteren dus. Omega en Stormvogels komen wat dik de winter uit. Te veel turf gegeten. De Cycling Buffels zwaaien hun kopman Steven bij de start uit. De MUTA-mannen zullen er wel staan. TH heeft een blik nieuwe rare mannetjes opengetrokken. Spaak-Gaul is een raadsel: wie daar in hemelsnaam allemaal rondrijden zijn wij ook een beetje kwijt.

Goddank hebben we De Grote Buik van het Peloton Ploegenpresentatie!

Nog wat tips:
– Neem eem een droog jasje mee
– Koop eem wat bij Breeland
– Doe eem normaal, het is de eerste wedstrijd van het seizoen en we willen allemaal heel naar huis
– Komen! Het weer gaat heel erg meevallen.

Tot morgen!


De Buik & Spaak: De Ploegenpresentatie!

De kogel is door de kerk! De ploegenpresentatie gaat plaatsvinden bij Spaak te Groningen. De inloop is vanaf 20:00 en omstreeks 23:00 (met een beetje uitloop) schoppen Henrieke en Martijn ons er weer uit. De gegevens van Spaak:

Spaak Koffie en Koers
Oude Boteringestraat 66
9712GN Groningen
www.spaak.cc

Er wordt geouwehoerd, er wordt gegluurd naar spannings in de beens en en worden buiken ingehouden. We rekenen er op dat de regionale, landelijke en mogelijk mondiale pers massaal zal toestromen.

De inschrijvingen lopen lekker door, maar we kunnen er nog wel wat meer gebruiken. Inschrijven kan via deze link, maar het kan ook via onderstaande velden:


Podcast: Over Team Airolube, de KNWU en wat nieuws dat ons te binnen schoot

Dennis Boskers van Team Airolube had een dag of twee, drie in de auto gezeten vanuit de Verre Veenkolonien en schoof aan bij de podcastboys om het te hebben over zijn nieuwe ploegje. Daar bleef het niet bij, want Dennis is een kenner en connaisseur.

Arie, Tom en Berry worden over het algemeen niet gehinderd door teveel kennis van zaken, maar gelukkig sprong Dennis waar nodig bij om nuance, duiding en expertise aan te brengen in de discussie.

Zo komen de KNWU, Team Stouwdam, Cor van Leeuwen en nog veel meer grote (en minder grote) namen er wat genadiger van af, dus dat scheelt weer.

Veel luisterplezier!