Het is tijd

Het was gezellig gisteravond. Erg gezellig. Het wakker worden gaat maar moeilijk. De scheet die onder de dekens vandaan waait ruikt naar bier, hamburgers en bitterballen. Er trekt een flard voorbij van halve liters Franziskaner, bolletjes Chouffe en aantrekkelijke barvrouwen.

Het bed is even een hele grote vriend. Warm, zacht en bovendien ligt er een gezellig, harig bolletje tegen me aan. Superleuk dat een van de katten lekker tegen me aan is gekropen. Gek, want die komen normaal helemaal niet boven. Maakt voor nu niet uit, nog even lekker soezen. De kat krijgt een aai over z’n ronde, harige lijfje. Dat voelt anders dan anders.

Lang verhaal kort: ik heb net mijn eigen dikke buik geaaid en het is hoog, hoog tijd om te gaan trainen.


Blijham, Delfzijl, maar vooral Sloof

Met het NCK in het vooruitzicht werd het tijd eens flink over tijdrijden te praten. Natuurlijk moeten de mannen wel eerst even hun plasje doen over de koersen en ontwikkeleingen van de laastste tijd, maar daarna is Steven Sloof aan het woord.

Steven is het tijdritfenomeen van circa 10 jaar geleden. Waar hij startte won ‘ie, parcoursrecords sneuvelden bij bosjes en als kers op de taart werd hij Wereldkampioen tijdrijden bij de Masters.

Verhalen, tips, trucs, you name it, they’ve got it. Veel luisterplezier!


TCR 2019 met Nicole Clerx

Allereerst: ontzettend sorry voor de kutkwaliteit waarin deze podcast tot u komt. Doordat we nog slechter met techniek zijn dan we kunnen fietsen is deze hele podcast per ongeluk opgenomen met de interne microfoon van de laptop van Berry. We kunnen wel janken.

De kwaliteit is volgens ons nog net goed genoeg om online te klatsen. Het verhaal is er namelijk mooi genoeg voor, want Nicole Clerx reed de Trans Continental Race, een self-supported race van Sofia naar Brest. Dwars door Europa, op eigen houtje. Superstoer, superzwaar, supergaaf.

Nou goed, nogmaals sorry, we hopen dat jullie er desalniettemin van kunnen genieten!


Met Muta in Ternaard

Rechtstreeks vanuit Herberg “De Waard van Ternaard”: een podcast met de mannen van Cycling Team Mutasport!

Na de (fantastische, idioot mooie en unieke) koers in Ternaard praten we je bij over koersen van de afgelopen tijd, presenteren we wat roddels en transfergeruchten en willen we alles weten over de een van de meest opvallende teams van dit seizoen: Muta.

Er is bier, de sfeer is goed, er heerst euforie over een geweldige koers: zet je maar schrap dus. Veel plezier!


Ternaard

Joe, iedereen: we hebben jullie ff nodig. Dus doe even mee.

Ga achterover zitten en doe je ogen dicht. Eh, kut, nu kan je niet meer lezen natuurlijk. Dus lees eerst dit stukje even uit. Dit is het plan: je gaat achterover zitten en doet je ogen dicht. Dan stel je je een weg voor, een pad dat ophoudt, een waterval, een dijk met daarachter een eindeloze vlakte, een zee die steeds bij je weg stroomt, eeuwige jachtvelden. Snap je?

Daar aan de rand sta jij te kijken. En je staat te shinen. Met je fiets. Het waait. De zon schijnt. Er staan allemaal mensen te klappen en te juichen. Het is een beetje Kinderen-voor-Kinderen (“Ik heb zo wa-wa-waanzinnig gedroomd”) en ook een beetje districtskampioen zijn. Je zwaait, met bloemen. En je juicht. Je krijgt een of andere krentenbol. En je huilt een beetje, want je vriendin is zo trots. En je moeder is zo blij.

De kerkklokken beginnen te luiden. Er hangen slingers in de bomen. En de boerenknecht gaat een koe melken. En een boerenmeid gaat allemaal andere dingen doen. En jij hebt gekoerst. Alles lukte. Als je op je pedalen ging staan, dan had je power. In iedere bocht was jij de koning. Toen de slag moest vallen, deed jij de slag vallen. Alleen de echte kleppers konden mee.

Maar je wist: zij zijn er vandaag voor jou. Harko Kievit, Berend Slagter, Ron Timmermans, Arjen Bos, Joakim Zuidema, Cor van Leeuwen, Hans Groenhoff, Evert Jan Veldkamp, Jack Kuper – en jij. Een elite clubje. Alleen maar hardrijders, maar je lacht erom, want je weet dat ze je vandaag niet gaan kloppen op de meet. Geen gefuck – jij bent hier de baas. En ZO GAAT HET DUS OOK.

Dit is dus hoe je je Ternaard moet voorstellen. Ok?

En nu opgeven godverdegodver, want er zijn te weinig inschrijvingen en straks gaat een van de leukste koersen van het jaar niet door.

Dat kan hier: https://mijnknwu.knwu.nl/


Road rash

Als ik thuis kom, ben ik blij dat mijn vriendin er niet is. Dan kan ik me een beetje fatsoeneren. Ik til mijn rechterbeen omhoog – letterlijk, met mijn rechterhand – en stap af. Mijn fiets lijkt vrij ongeschonden, slechts een paar krassen. Het shirtje kan weg, en de shiny witte schoenen zijn wat zwarter dan ik leuk vind.

Mijn helm kan ik wel weer op, als ik even een tijdje met duct tape in de weer ben geweest. Ik lach een brede lach om de idioten die denken dat ze veiliger zijn zonder. Ik heb al zo vaak een helm in deze staat gezien. ‘Zelf weten, jongens,’ zeg ik, terwijl ik hem kreunend in de richting van de vuilnisbak gooi.

Ik loop naar het kastje met verband. Eilandpleisters, watten, witte gaasjes, zalfgaasjes, alcohol. Daar graai ik wat van bij elkaar. Als ik bij de drogist ben, kijk ik altijd even of dit spul in de aanbieding is. Ik heb al anderhalf jaar de voorraad niet hoeven aan te vullen, maar nu mag ik eindelijk weer aan de gang met tape en schaar.

Langzaam pel ik laagjes van mijn lijf. Eerst het kapotte shirt, dat knap een paar schaafwonden verborgen hield. Bij het uittrekken van mijn ondershirt krijg ik mijn linkerarm niet heel hoog, toch doe ik dat gewoon. Godver. Onder mijn broek zitten op willekeurige plaatsen ook wat kleine rode plekken. Aan de buitenkant was daar niks van te zien, maar het verklaart wel de steken in mijn bovenbeen. Gek genoeg is een teen aan mijn rechtervoet helemaal blauw. Terwijl er in die buurt verder niks aan de hand is.

Ik pak twee handdoeken en loop naar de douche. Het lauwe water laat ik eerst over mijn ongeschonden kant stromen. Ik bijt op mijn tanden en pak de douchekop. Die zet ik op mijn been, daarna pak ik de ene handdoek en ros wat over de roze-rode bebloedde plekken. Ik ben blij dat ik mijn benen net geschoren had. Daarna doe ik mijn schouder, mijn arm, en mijn dijbeen. Opgelucht haal ik adem. En dan doe ik voor de zekerheid een tweede ronde.

Als ik me afsop en mijn haar was kom ik er achter dat mijn linkeroor beurs is. Leuk die kleine ontdekkingen na een valpartij.

Als een halve mummie sta ik een half uurtje later eieren te bakken. Kan ik morgen weer fietsen? Vast wel. Ben vandaag ook zonder al te veel problemen thuis gekomen.


Zomer: DK, Peize, Meerdaagse, vrouwen.

Het lange wachten wordt beloond! Terwijl het buiten teringwarm is, het voorjaar inmiddels definitief is ingewisseld voor de zomer en de Oranje dames in Frankrijk hun ziel en zaligheid op de mat leggen doen jouw favoriete podcast-matties hetzelfde vanuit de riante woonkamer van Arjen. Ze bespreken het DK, De Bronneger Bult, Peize, de aanstaande Wielermeerdaagse en nog veel, veel meer. Bovendien doen de mannen een belofte aan alle wielrennende vrouwen… Spannend!

Een lach, een traan, een knipoog. Je kent ze, je houdt van ze. Veel plezier. <3


Het perfecte DK tijdrijden

Speciaal voor jullie zijn we afgelopen woensdag naar het DK Tijdrijden in Zeijen (Drenthe) gegaan. En heel eerlijk: dat was weer ontzettend gaaf. Niet vanwege het tijdrijden, want dat is toch een beetje meh, maar wel omdat het Wielercultuur uit Noord-Nederland was. Dat zien jullie goed, Wielercultuur met een hoofdletter.

Het was namelijk het perfecte Districtskampioenschap. De meeste dingen waren vrij standaard, of gewoon goed. Zo stonden er meer dan 160 renners aan de start. Werd Wieger van der Wier DK bij de elite, maar er was een belofte sneller (klasse Aaron de Jong!). De zon scheen, het waaide wat. Bij de dames won Manon de Boer. En Bodi del Grosso was een klasse apart bij de junioren. Er reed een buurtbewoner in een busje door een afzetting heen (paardelul). En die ene chagrijnige podcast-jongen kon voor het eerst in maanden weer eens lachen.

Een DK-tijdrijden dus.

Dat maakte het allemaal niet perfect.

De Consul speelde haar rol als ronde-mis. Ronald Heringa – voor de 13e keer (!!!) achter elkaar op het podium bij de amateurs – greep z’n kans en zoende haar vol op de mond. Dat gaf ons een vrolijk gevoel.

Maar het maakte het nog niet perfect.

Het live-commentaar op Twitter van een van onze meer getalenteerde podcast-jongens vonden we fantastisch. Als je het DK gemist hebt, zeker even terugkijken/lezen/luisteren op de Twitter pagina van de TT-Gekkies-Club Cycle Sport Groningen.

Maar ook dit maakte het niet perfect.

Wij aanschouwden dit hele tafereel vanaf het terras van Café Hingstman. Daar hadden we een kopje koffie gedronken, waar we niet van op keken (we misten de Spaak bus), en namen we een biertje, maar tussen bieren proeven we geen verschil.

Dus ook dat maakte de avond niet perfect.

Nee, perfect werd het pas toen we patat bestelden, bij Café Hingstman. Dat klinkt niet speciaal en dat was het ook niet: het was patat met. Maar wat blijkt, daar bij dat kleine café in Zeijen, daar is de Patat met mayonaise bijzonder en heel lekker. Daar in dat kleine café in Zeijen, daar in het hart van Drenthe, net boven Assen, daar maken ze patat met, zoals patat met bedoeld is.
Hier heeft God aan gedacht, toen ze zei: “de mensen op de aardkloot hebben recht op wat vertier, ik gun ze patat. En fuck it, ik gun ze ook mayonaise.”

En dat maakte een gewoon DK tijdrijden perfect.

Een probleem is alleen dat het echte DK dit jaar op de VAM-berg plaats vindt. En daarvoor wilden we juist afvallen. De realiteit leert dat we iedere dag in Zeijen te vinden zijn, om een paar bakjes patat weg te snacken.


Recensie

Aan, uit, aan, uit, aan, uit. Ik knipper even met mijn ogen. Uit. En uit. Toch weer aan, uit en aan en uit. Het is godverdomme niet bij te houden.

Op ons nachtkastje ligt Het Maakbare Uur, van Jurgen van Teeffelen. Een boek over het werelduurrecord. Nou ja, het zou moeten gaan over het werelduurrecord, maar het gaat over het Nederlandse Uurrecord. Ook leuk, maar toch niet helemaal hetzelfde.

Als iemand zegt “Ik heb Nederland rond gefietst” ben je toch minder onder de indruk dan wanneer iemand zegt “Ik heb de wereld rond gefietst”. Zo is het ook met dit boek.

Van Teeffelen volgde Dion Beukeboom een jaar lang, terwijl Beukeboom zich voorbereidde op het werelduurrecord. Spoiler: Dion redt het niet. Waarom niet? Hoe niet? Hoezo niet? Dat mag jezelf lezen, wij geven hier alleen onze mening over een boek.

En die mening is een beetje minder scherp dan we zouden willen. Want jezus zeg, wat is die Dion Beukeboom een lastige gozer. Het spijt ons, maar het lukt niet om echt van hem te houden. Hij doet zijn best. Leeft voor zijn sport. En met dit boek zit je echt op zijn huid. En hij redt het niet – dat is altijd extra fijn.

We hebben kasten vol boeken van wielrenners die het niet halen. Thomas Dekker, David Millar, Lieuwe Westra en kennen jullie Joe Perkin? Nee, nou zeker lezen dan. Zoek maar op. Ook de jongens achter ‘The Rules’, zijn gewoon wielrenners zonder talent, of die het niet redden. En laten we wel wezen, zelfs het wielrenboek der wielrenboeken De Renner, gaat over iemand die tweede wordt.

Wij hier bij De Buik kunnen alleen maar dromen van tweede worden, dus dat is niet het probleem.

Het probleem is dat Dion er eigenlijk nooit helemaal in lijkt te geloven. Hij heeft altijd een smoesje, er gaat altijd wat mis. En dat maakt dat je net niet met hem mee kan huilen. Wat Van Teeffelen goed doet, is je meenemen in al die smoesjes en alle ontwikkelingen rond de poging van Beukeboom. En bijna achteloos propt hij ontzettend veel kennis over tijdrijden, of presteren, over koersen in Nederland in een boek dat heerlijk leest. Wetenschap, analyses, verhalen, geschiedenis, alles zit er in.

Is het dan erg dat er hier en daar nog een typefout instaat. Nee, ook niet.

Wat wel pijn doet is een sleutelscène in Het Maakbare Uur. Die scène speelt zich af tijdens de Ronde van Zuid-Oost Friesland. Juist – de ronde die wel, niet, wel, niet doorgaat. Wat waren wij daar komende zaterdag graag vierde geworden. Nu gaan we de tijd die we daar niet koersen gebruiken om een nieuw boek op te sporen, voor op ons nachtkastje.

————————————————————-

Jurgen van Teeffelen, Het maakbare uur. Een zoektocht naar de ultieme wielerprestatie. Harper Collins, 2019. €19.99 te koop bij alle slechte boekhandels en ook bij de goede. Dit boek is ons gratis opgestuurd, ter recensie. De redactie van De Buik heeft nu slaande ruzie, want iedereen vindt dat zij/hij de rechtmatige eigenaar van dit boek is.


Over Kleine Hein 2019

Te laat. Tuurlijk. Altijd te laat. Er moet dan toch altijd meer in de kutauto dan je denkt, je moet een keer vaker poepen dan verwacht en voor je het weet loop je een kleine twintig minuten achter op schema. Tot overmaat van ramp vindt de wedstrijd van vandaag plaats in Emmen. Emmen is bij uitstek goed bereikbaar vanuit Duitsland, maar toevallig kom ik vandaag niet uit Duitsland dus ik rijd godverdegodver over een weg maar je maar 80 mag achter een vrachtwagen en het schiet daarom godverdegodver al helemaaaaaaal niet op.

Rustig. Rustig nu.. Alleen kalmte kan me redden. Zoals zo vaak biedt muziek de oplossing. Met een keur aan opzwepende ellende kalmeer ik en maakt de irritatie plaats voor willekeurige gedachten over logo’s van transporfirma’s. Conclusie: zonder Comic Sans en verstandelijk gehandicapt ontwerp doe je in het Oostblok totaal niet mee.

Voor ik het weet rijd ik op de ring van Emmen. U gelooft het niet, maar ik voel iets van vreugde. Dat kan dus, op de ring van Emmen. Ik laat  nu echt alles los, behalve de urine die zich kostte wat kost uit mijn blaas wil bevrijden. Op karakter en pure wilskracht strompel ik, na haastig parkeren, naar een plaskruis, dat nadien pardoes afgevoerd kan worden.

Goed, half negen. Geen man overboord, in principe ruim op tijd voor een start om half 10. Toch twijfel ik, want we zijn te gast bij de WSV Emmen. Een vereniging die niets dan lof verdient voor het organiseren van talloze fantastische wedstrijden voor jeugd en gewone stervelingen, laat dat vooropstaan. De Omloop door het Land van Kleine Hein, want daar zijn we vandaag, is dé Hoogmis voor amateurrenners in het voorjaar. Die organiseren ze al veertig jaar dus geen kwaad woord over de WSV. Echter.

Nou ja, goed. Ik stapte dus om half negen in een rijtje en om 5 voor negen liep ik weg met mijn startnummers. Iedereen had zich van tevoren ingeschreven, een groot deel had van tevoren betaald. WAT DUURT ER DAN ZO LANG!?

CSG verpiemelde het in Middelstum,  de WSV tijdens Kleine Hein. Het kan dus overduidelijk de besten overkomen. Maar het is verdomme 2019.  Los het op, organisaties. Dat moet echt een kleine moeite zijn. In alle eerlijkheid: ik verloor ook een minuut aan Raymond Koch. Die sloot in eerste instantie al voor, om vervolgens van alles niet geregeld te hebben. Als trouw lezer vindt ‘ie het vast leuk om even genoemd te worden, en zo hoeft de WSV maar op te draaien voor 24 minuten ergernis in plaats van 25.

De resterende 25 minuten heb ik me vervolgens weer vreselijk gehaast om vervolgens te vroeg bij de start te staan, waarna ik er achter kwam dat ik niet meer mocht inrijden wegens transponderperikelen. De mentale weerbaarheid is prima op orde, maar hemeltjelief, hij werd op de proef gesteld.

Start. Geneutraliseerd, dus dringen in het peloton en, als je ambitie hebt, halsbrekende toeren uithalen om vooraan te raken. Zo kon het gebeuren dat ik ergens tussen een verkeersbord en Heras-hekwerk 30 plaatsen wist te winnen, om deze vervolgens in de maalstroom van de ringweg binnen 2 seconden weer te verliezen. Vooraf voorgenomen: bij de eerste 15 van de ringweg af. Wonderlijk hoe je jezelf heel snel kan wijsmaken dat 90e ook prima is.  Sowieso was het voornemen om constant top 15 te rijden. Als je dat goed doet en consequent uitvoert eindig altijd top 15. Dus.

We hollen, staan stil, hollen weer en gaan halsoverkop richting de Limietweg. Dé klinkerstrook van deze koers. Veel slechter liggen ze niet in Nederland, vermoed ik zo,  en laat dat in vredesnaam voor altijd zo blijven. In de eerste kilometers vond ik het opvallend rustig. Geen valpartijen gezien, alleen de bekende nervositeit van een koers met vrijwel windstil weer. Dat betekent dus wel dat ik al 3 keer iemand heb uitgescholden en al 8 keer bijna ben gevallen. Maar bijna is niet helemaal, dus hartstikke top zo. De klinkers missen hun uitwerking niet. Onverbiddelijk rammelen en schudden ze pretenties uit slappe benen, waardoor de eerste schifting wordt gemaakt. Dat was het dan ook, want er rijdt niets weg. Ja, ik even. Ik krijg een metgezel, maar we besluiten al snel dat dit kansloos is.

Holderdebolder de tweede omloop in. Op de klinkers langs een vaart vind ik mezelf plots terug achter een bekend postuur. Verdomd. Raymond Koch. Ik weersta de verleiding om Pieter Weening te bellen met slecht nieuws, want ik ben op zich ook druk genoeg met de koers enzo, maar ik heb nu iemand gevonden die zijn eigen knieën en materiaal nog meer geweld aandoet met een trapfrequentie die nog net niet op twee handen te tellen is en dat wil ik ‘m toch even laten weten. Pieter, als dit leest: jammer man.

Al snel zie ik dat het geweld van Koch niet uit weelde is. Het gestamp komt piepend en knarsend tot een aangekondigd, maar toch plots einde. Tot overmaat van ramp blijft de imposante gestalte midden op de toch niet te brede weg rijden, waardoor ik tot mijn schaamte toch weer wat vloek en een klein poefje moet doen om de aansluiting weer te maken. Geen ramp, ik zit er nog.

Via een viaduct dat voelt als Alpencol denderen we op de tweede keer Limietweg af. Dit keer start ik perfect van voren, maar er zijn er plots een hoop beter dan ik op de klinkers. Een knauw. Ik herpak me, beperk het verlies en weet na  de klinkers weer aan te sluiten.

Doorrijden, doorrijden. Om me heen louter schoon volk. Het zelfvertrouwen groeit. Dit kan gewoon wat worden. De hoop groeit, ik vertel mezelf dat ik niet moet verslappen. Bijna geloof ik dat dat gaat lukken, maar plots komt er op de laatste klinkerstrook een hoos van 30 pannenkoeken over mee heen. Natuurlijk geen echte pannenkoeken, want dat zou gek zijn, hoewel ik op een avondje pannenkoeken eten best een eind kom. Niet zover als Raymond Koch, echter (klikken op deze link is een aanrader). Nee, gewoon andere renners. Die in mijn hoofd toch allemaal een stuk minde recht hebben om mijn plekje dan ik. Maar goed, zij zitten er wel, en ik niet, dus het kwaad is al geschied.

Kortom: het MacMenu nadien is het hoogtepunt van de dag, die zaterdag. Maar wát een koers. Wat een koers. En wat een organisatie. Om zoiets uit de grond te stampen voor gewone klootzakken als wij is fantastisch. Waarvoor duizendmaal dank en hulde. Tot volgend jaar, godverdomme.