Archieven 2019

Met Muta in Ternaard

Rechtstreeks vanuit Herberg “De Waard van Ternaard”: een podcast met de mannen van Cycling Team Mutasport!

Na de (fantastische, idioot mooie en unieke) koers in Ternaard praten we je bij over koersen van de afgelopen tijd, presenteren we wat roddels en transfergeruchten en willen we alles weten over de een van de meest opvallende teams van dit seizoen: Muta.

Er is bier, de sfeer is goed, er heerst euforie over een geweldige koers: zet je maar schrap dus. Veel plezier!


Ternaard

Joe, iedereen: we hebben jullie ff nodig. Dus doe even mee.

Ga achterover zitten en doe je ogen dicht. Eh, kut, nu kan je niet meer lezen natuurlijk. Dus lees eerst dit stukje even uit. Dit is het plan: je gaat achterover zitten en doet je ogen dicht. Dan stel je je een weg voor, een pad dat ophoudt, een waterval, een dijk met daarachter een eindeloze vlakte, een zee die steeds bij je weg stroomt, eeuwige jachtvelden. Snap je?

Daar aan de rand sta jij te kijken. En je staat te shinen. Met je fiets. Het waait. De zon schijnt. Er staan allemaal mensen te klappen en te juichen. Het is een beetje Kinderen-voor-Kinderen (“Ik heb zo wa-wa-waanzinnig gedroomd”) en ook een beetje districtskampioen zijn. Je zwaait, met bloemen. En je juicht. Je krijgt een of andere krentenbol. En je huilt een beetje, want je vriendin is zo trots. En je moeder is zo blij.

De kerkklokken beginnen te luiden. Er hangen slingers in de bomen. En de boerenknecht gaat een koe melken. En een boerenmeid gaat allemaal andere dingen doen. En jij hebt gekoerst. Alles lukte. Als je op je pedalen ging staan, dan had je power. In iedere bocht was jij de koning. Toen de slag moest vallen, deed jij de slag vallen. Alleen de echte kleppers konden mee.

Maar je wist: zij zijn er vandaag voor jou. Harko Kievit, Berend Slagter, Ron Timmermans, Arjen Bos, Joakim Zuidema, Cor van Leeuwen, Hans Groenhoff, Evert Jan Veldkamp, Jack Kuper – en jij. Een elite clubje. Alleen maar hardrijders, maar je lacht erom, want je weet dat ze je vandaag niet gaan kloppen op de meet. Geen gefuck – jij bent hier de baas. En ZO GAAT HET DUS OOK.

Dit is dus hoe je je Ternaard moet voorstellen. Ok?

En nu opgeven godverdegodver, want er zijn te weinig inschrijvingen en straks gaat een van de leukste koersen van het jaar niet door.

Dat kan hier: https://mijnknwu.knwu.nl/


Road rash

Als ik thuis kom, ben ik blij dat mijn vriendin er niet is. Dan kan ik me een beetje fatsoeneren. Ik til mijn rechterbeen omhoog – letterlijk, met mijn rechterhand – en stap af. Mijn fiets lijkt vrij ongeschonden, slechts een paar krassen. Het shirtje kan weg, en de shiny witte schoenen zijn wat zwarter dan ik leuk vind.

Mijn helm kan ik wel weer op, als ik even een tijdje met duct tape in de weer ben geweest. Ik lach een brede lach om de idioten die denken dat ze veiliger zijn zonder. Ik heb al zo vaak een helm in deze staat gezien. ‘Zelf weten, jongens,’ zeg ik, terwijl ik hem kreunend in de richting van de vuilnisbak gooi.

Ik loop naar het kastje met verband. Eilandpleisters, watten, witte gaasjes, zalfgaasjes, alcohol. Daar graai ik wat van bij elkaar. Als ik bij de drogist ben, kijk ik altijd even of dit spul in de aanbieding is. Ik heb al anderhalf jaar de voorraad niet hoeven aan te vullen, maar nu mag ik eindelijk weer aan de gang met tape en schaar.

Langzaam pel ik laagjes van mijn lijf. Eerst het kapotte shirt, dat knap een paar schaafwonden verborgen hield. Bij het uittrekken van mijn ondershirt krijg ik mijn linkerarm niet heel hoog, toch doe ik dat gewoon. Godver. Onder mijn broek zitten op willekeurige plaatsen ook wat kleine rode plekken. Aan de buitenkant was daar niks van te zien, maar het verklaart wel de steken in mijn bovenbeen. Gek genoeg is een teen aan mijn rechtervoet helemaal blauw. Terwijl er in die buurt verder niks aan de hand is.

Ik pak twee handdoeken en loop naar de douche. Het lauwe water laat ik eerst over mijn ongeschonden kant stromen. Ik bijt op mijn tanden en pak de douchekop. Die zet ik op mijn been, daarna pak ik de ene handdoek en ros wat over de roze-rode bebloedde plekken. Ik ben blij dat ik mijn benen net geschoren had. Daarna doe ik mijn schouder, mijn arm, en mijn dijbeen. Opgelucht haal ik adem. En dan doe ik voor de zekerheid een tweede ronde.

Als ik me afsop en mijn haar was kom ik er achter dat mijn linkeroor beurs is. Leuk die kleine ontdekkingen na een valpartij.

Als een halve mummie sta ik een half uurtje later eieren te bakken. Kan ik morgen weer fietsen? Vast wel. Ben vandaag ook zonder al te veel problemen thuis gekomen.


Zomer: DK, Peize, Meerdaagse, vrouwen.

Het lange wachten wordt beloond! Terwijl het buiten teringwarm is, het voorjaar inmiddels definitief is ingewisseld voor de zomer en de Oranje dames in Frankrijk hun ziel en zaligheid op de mat leggen doen jouw favoriete podcast-matties hetzelfde vanuit de riante woonkamer van Arjen. Ze bespreken het DK, De Bronneger Bult, Peize, de aanstaande Wielermeerdaagse en nog veel, veel meer. Bovendien doen de mannen een belofte aan alle wielrennende vrouwen… Spannend!

Een lach, een traan, een knipoog. Je kent ze, je houdt van ze. Veel plezier. <3


Het perfecte DK tijdrijden

Speciaal voor jullie zijn we afgelopen woensdag naar het DK Tijdrijden in Zeijen (Drenthe) gegaan. En heel eerlijk: dat was weer ontzettend gaaf. Niet vanwege het tijdrijden, want dat is toch een beetje meh, maar wel omdat het Wielercultuur uit Noord-Nederland was. Dat zien jullie goed, Wielercultuur met een hoofdletter.

Het was namelijk het perfecte Districtskampioenschap. De meeste dingen waren vrij standaard, of gewoon goed. Zo stonden er meer dan 160 renners aan de start. Werd Wieger van der Wier DK bij de elite, maar er was een belofte sneller (klasse Aaron de Jong!). De zon scheen, het waaide wat. Bij de dames won Manon de Boer. En Bodi del Grosso was een klasse apart bij de junioren. Er reed een buurtbewoner in een busje door een afzetting heen (paardelul). En die ene chagrijnige podcast-jongen kon voor het eerst in maanden weer eens lachen.

Een DK-tijdrijden dus.

Dat maakte het allemaal niet perfect.

De Consul speelde haar rol als ronde-mis. Ronald Heringa – voor de 13e keer (!!!) achter elkaar op het podium bij de amateurs – greep z’n kans en zoende haar vol op de mond. Dat gaf ons een vrolijk gevoel.

Maar het maakte het nog niet perfect.

Het live-commentaar op Twitter van een van onze meer getalenteerde podcast-jongens vonden we fantastisch. Als je het DK gemist hebt, zeker even terugkijken/lezen/luisteren op de Twitter pagina van de TT-Gekkies-Club Cycle Sport Groningen.

Maar ook dit maakte het niet perfect.

Wij aanschouwden dit hele tafereel vanaf het terras van Café Hingstman. Daar hadden we een kopje koffie gedronken, waar we niet van op keken (we misten de Spaak bus), en namen we een biertje, maar tussen bieren proeven we geen verschil.

Dus ook dat maakte de avond niet perfect.

Nee, perfect werd het pas toen we patat bestelden, bij Café Hingstman. Dat klinkt niet speciaal en dat was het ook niet: het was patat met. Maar wat blijkt, daar bij dat kleine café in Zeijen, daar is de Patat met mayonaise bijzonder en heel lekker. Daar in dat kleine café in Zeijen, daar in het hart van Drenthe, net boven Assen, daar maken ze patat met, zoals patat met bedoeld is.
Hier heeft God aan gedacht, toen ze zei: “de mensen op de aardkloot hebben recht op wat vertier, ik gun ze patat. En fuck it, ik gun ze ook mayonaise.”

En dat maakte een gewoon DK tijdrijden perfect.

Een probleem is alleen dat het echte DK dit jaar op de VAM-berg plaats vindt. En daarvoor wilden we juist afvallen. De realiteit leert dat we iedere dag in Zeijen te vinden zijn, om een paar bakjes patat weg te snacken.


Recensie

Aan, uit, aan, uit, aan, uit. Ik knipper even met mijn ogen. Uit. En uit. Toch weer aan, uit en aan en uit. Het is godverdomme niet bij te houden.

Op ons nachtkastje ligt Het Maakbare Uur, van Jurgen van Teeffelen. Een boek over het werelduurrecord. Nou ja, het zou moeten gaan over het werelduurrecord, maar het gaat over het Nederlandse Uurrecord. Ook leuk, maar toch niet helemaal hetzelfde.

Als iemand zegt “Ik heb Nederland rond gefietst” ben je toch minder onder de indruk dan wanneer iemand zegt “Ik heb de wereld rond gefietst”. Zo is het ook met dit boek.

Van Teeffelen volgde Dion Beukeboom een jaar lang, terwijl Beukeboom zich voorbereidde op het werelduurrecord. Spoiler: Dion redt het niet. Waarom niet? Hoe niet? Hoezo niet? Dat mag jezelf lezen, wij geven hier alleen onze mening over een boek.

En die mening is een beetje minder scherp dan we zouden willen. Want jezus zeg, wat is die Dion Beukeboom een lastige gozer. Het spijt ons, maar het lukt niet om echt van hem te houden. Hij doet zijn best. Leeft voor zijn sport. En met dit boek zit je echt op zijn huid. En hij redt het niet – dat is altijd extra fijn.

We hebben kasten vol boeken van wielrenners die het niet halen. Thomas Dekker, David Millar, Lieuwe Westra en kennen jullie Joe Perkin? Nee, nou zeker lezen dan. Zoek maar op. Ook de jongens achter ‘The Rules’, zijn gewoon wielrenners zonder talent, of die het niet redden. En laten we wel wezen, zelfs het wielrenboek der wielrenboeken De Renner, gaat over iemand die tweede wordt.

Wij hier bij De Buik kunnen alleen maar dromen van tweede worden, dus dat is niet het probleem.

Het probleem is dat Dion er eigenlijk nooit helemaal in lijkt te geloven. Hij heeft altijd een smoesje, er gaat altijd wat mis. En dat maakt dat je net niet met hem mee kan huilen. Wat Van Teeffelen goed doet, is je meenemen in al die smoesjes en alle ontwikkelingen rond de poging van Beukeboom. En bijna achteloos propt hij ontzettend veel kennis over tijdrijden, of presteren, over koersen in Nederland in een boek dat heerlijk leest. Wetenschap, analyses, verhalen, geschiedenis, alles zit er in.

Is het dan erg dat er hier en daar nog een typefout instaat. Nee, ook niet.

Wat wel pijn doet is een sleutelscène in Het Maakbare Uur. Die scène speelt zich af tijdens de Ronde van Zuid-Oost Friesland. Juist – de ronde die wel, niet, wel, niet doorgaat. Wat waren wij daar komende zaterdag graag vierde geworden. Nu gaan we de tijd die we daar niet koersen gebruiken om een nieuw boek op te sporen, voor op ons nachtkastje.

————————————————————-

Jurgen van Teeffelen, Het maakbare uur. Een zoektocht naar de ultieme wielerprestatie. Harper Collins, 2019. €19.99 te koop bij alle slechte boekhandels en ook bij de goede. Dit boek is ons gratis opgestuurd, ter recensie. De redactie van De Buik heeft nu slaande ruzie, want iedereen vindt dat zij/hij de rechtmatige eigenaar van dit boek is.


Over Kleine Hein 2019

Te laat. Tuurlijk. Altijd te laat. Er moet dan toch altijd meer in de kutauto dan je denkt, je moet een keer vaker poepen dan verwacht en voor je het weet loop je een kleine twintig minuten achter op schema. Tot overmaat van ramp vindt de wedstrijd van vandaag plaats in Emmen. Emmen is bij uitstek goed bereikbaar vanuit Duitsland, maar toevallig kom ik vandaag niet uit Duitsland dus ik rijd godverdegodver over een weg maar je maar 80 mag achter een vrachtwagen en het schiet daarom godverdegodver al helemaaaaaaal niet op.

Rustig. Rustig nu.. Alleen kalmte kan me redden. Zoals zo vaak biedt muziek de oplossing. Met een keur aan opzwepende ellende kalmeer ik en maakt de irritatie plaats voor willekeurige gedachten over logo’s van transporfirma’s. Conclusie: zonder Comic Sans en verstandelijk gehandicapt ontwerp doe je in het Oostblok totaal niet mee.

Voor ik het weet rijd ik op de ring van Emmen. U gelooft het niet, maar ik voel iets van vreugde. Dat kan dus, op de ring van Emmen. Ik laat  nu echt alles los, behalve de urine die zich kostte wat kost uit mijn blaas wil bevrijden. Op karakter en pure wilskracht strompel ik, na haastig parkeren, naar een plaskruis, dat nadien pardoes afgevoerd kan worden.

Goed, half negen. Geen man overboord, in principe ruim op tijd voor een start om half 10. Toch twijfel ik, want we zijn te gast bij de WSV Emmen. Een vereniging die niets dan lof verdient voor het organiseren van talloze fantastische wedstrijden voor jeugd en gewone stervelingen, laat dat vooropstaan. De Omloop door het Land van Kleine Hein, want daar zijn we vandaag, is dé Hoogmis voor amateurrenners in het voorjaar. Die organiseren ze al veertig jaar dus geen kwaad woord over de WSV. Echter.

Nou ja, goed. Ik stapte dus om half negen in een rijtje en om 5 voor negen liep ik weg met mijn startnummers. Iedereen had zich van tevoren ingeschreven, een groot deel had van tevoren betaald. WAT DUURT ER DAN ZO LANG!?

CSG verpiemelde het in Middelstum,  de WSV tijdens Kleine Hein. Het kan dus overduidelijk de besten overkomen. Maar het is verdomme 2019.  Los het op, organisaties. Dat moet echt een kleine moeite zijn. In alle eerlijkheid: ik verloor ook een minuut aan Raymond Koch. Die sloot in eerste instantie al voor, om vervolgens van alles niet geregeld te hebben. Als trouw lezer vindt ‘ie het vast leuk om even genoemd te worden, en zo hoeft de WSV maar op te draaien voor 24 minuten ergernis in plaats van 25.

De resterende 25 minuten heb ik me vervolgens weer vreselijk gehaast om vervolgens te vroeg bij de start te staan, waarna ik er achter kwam dat ik niet meer mocht inrijden wegens transponderperikelen. De mentale weerbaarheid is prima op orde, maar hemeltjelief, hij werd op de proef gesteld.

Start. Geneutraliseerd, dus dringen in het peloton en, als je ambitie hebt, halsbrekende toeren uithalen om vooraan te raken. Zo kon het gebeuren dat ik ergens tussen een verkeersbord en Heras-hekwerk 30 plaatsen wist te winnen, om deze vervolgens in de maalstroom van de ringweg binnen 2 seconden weer te verliezen. Vooraf voorgenomen: bij de eerste 15 van de ringweg af. Wonderlijk hoe je jezelf heel snel kan wijsmaken dat 90e ook prima is.  Sowieso was het voornemen om constant top 15 te rijden. Als je dat goed doet en consequent uitvoert eindig altijd top 15. Dus.

We hollen, staan stil, hollen weer en gaan halsoverkop richting de Limietweg. Dé klinkerstrook van deze koers. Veel slechter liggen ze niet in Nederland, vermoed ik zo,  en laat dat in vredesnaam voor altijd zo blijven. In de eerste kilometers vond ik het opvallend rustig. Geen valpartijen gezien, alleen de bekende nervositeit van een koers met vrijwel windstil weer. Dat betekent dus wel dat ik al 3 keer iemand heb uitgescholden en al 8 keer bijna ben gevallen. Maar bijna is niet helemaal, dus hartstikke top zo. De klinkers missen hun uitwerking niet. Onverbiddelijk rammelen en schudden ze pretenties uit slappe benen, waardoor de eerste schifting wordt gemaakt. Dat was het dan ook, want er rijdt niets weg. Ja, ik even. Ik krijg een metgezel, maar we besluiten al snel dat dit kansloos is.

Holderdebolder de tweede omloop in. Op de klinkers langs een vaart vind ik mezelf plots terug achter een bekend postuur. Verdomd. Raymond Koch. Ik weersta de verleiding om Pieter Weening te bellen met slecht nieuws, want ik ben op zich ook druk genoeg met de koers enzo, maar ik heb nu iemand gevonden die zijn eigen knieën en materiaal nog meer geweld aandoet met een trapfrequentie die nog net niet op twee handen te tellen is en dat wil ik ‘m toch even laten weten. Pieter, als dit leest: jammer man.

Al snel zie ik dat het geweld van Koch niet uit weelde is. Het gestamp komt piepend en knarsend tot een aangekondigd, maar toch plots einde. Tot overmaat van ramp blijft de imposante gestalte midden op de toch niet te brede weg rijden, waardoor ik tot mijn schaamte toch weer wat vloek en een klein poefje moet doen om de aansluiting weer te maken. Geen ramp, ik zit er nog.

Via een viaduct dat voelt als Alpencol denderen we op de tweede keer Limietweg af. Dit keer start ik perfect van voren, maar er zijn er plots een hoop beter dan ik op de klinkers. Een knauw. Ik herpak me, beperk het verlies en weet na  de klinkers weer aan te sluiten.

Doorrijden, doorrijden. Om me heen louter schoon volk. Het zelfvertrouwen groeit. Dit kan gewoon wat worden. De hoop groeit, ik vertel mezelf dat ik niet moet verslappen. Bijna geloof ik dat dat gaat lukken, maar plots komt er op de laatste klinkerstrook een hoos van 30 pannenkoeken over mee heen. Natuurlijk geen echte pannenkoeken, want dat zou gek zijn, hoewel ik op een avondje pannenkoeken eten best een eind kom. Niet zover als Raymond Koch, echter (klikken op deze link is een aanrader). Nee, gewoon andere renners. Die in mijn hoofd toch allemaal een stuk minde recht hebben om mijn plekje dan ik. Maar goed, zij zitten er wel, en ik niet, dus het kwaad is al geschied.

Kortom: het MacMenu nadien is het hoogtepunt van de dag, die zaterdag. Maar wát een koers. Wat een koers. En wat een organisatie. Om zoiets uit de grond te stampen voor gewone klootzakken als wij is fantastisch. Waarvoor duizendmaal dank en hulde. Tot volgend jaar, godverdomme.


Gastbijdrage: “Aankomende zaterdag is het zover…”

Aankomende zaterdag is het zover: de 40ste editie van De Omloop door het Land van Kleine Hein. De koers benoemd in de verhalen van schrijver Tim Krabbe, de Hoogmis onder de amateurkoersen. Geen enkele koers op ons niveau is qua stresslevel te vergelijken met Kleine Hein. Voor de winnaar ligt er respect en eeuwige roem in het peloton in het verschiet en dat maakt de koers mythisch. Maar ik ben zo bang dat Hij weer gaat winnen….

Hij is Harko Kievit, de winnaar van de laatste drie edities. Wint hij zaterdag, wat ik niet uitsluit, dan is dat zijn vierde zege. Dat betekent dat hij in totaal 10% van alle edities van Omloop der Omlopen heeft gewonnen. Ik kan het niet uitstaan!

Begrijp me niet verkeerd. Ik heb groot respect voor de wielrenner Harko. Hij gaf mij eens een bidon toen de mijne was gevallen in de koers. En toen ik het afgelopen seizoen bij een inschrijving achter hem stond zag ik op zijn licentie dat hij op dezelfde dag geboren is als mijn zoon. Ik weet het slaat nergens op, maar toen ik het zag voelde ik een sterke verbondenheid tussen mijzelf en de man die meer overwinningen op zijn palmares heeft staan als ik DNF’jes. De foto op zijn stuur vlak nadat zijn vader was overleden getuigt van meer liefde voor de koers dan hij soms doet overkomen. Ik bewonder het feit hoe hij het peloton naar zijn hand zet, geniet van zijn magistrale eindsprint, van zijn ongekende talent en ervaring voor het kiezen van de juiste positie. Ondanks zijn twee meter tien, zit hij 99% van de wedstrijd uit de wind zit. Nee, Harko maakt de koers misschien niet, maar hij maakt hem wel altijd af.

Waarom kunnen wij niet winnen van een man van dik in de 40? Waarom laten wij ons in de luren leggen door een basisschoolleraar (en visualiseer dan even meester Anton uit de Luizenmoeder)? Wanneer maken we een einde aan de hegemonie van de man uit Leek? Die al jaren met zijn veteranenploegje (Bestaande uit onder andere een loodgieter in een midlifecrisis en die gast die er bij de geboorte waarschijnlijk al zo saai uitzag dat ze hem naar een verzekeringsmaatschappij hebben vernoemd), de mooiste koersen naar zijn hand zet?

Ik wil Harko zien lossen op de Limietweg, zoals Indurain in 1996 deed op Hautacam. Hem een mental breakdown zien krijgen waarbij die van Barney een sombere bui lijken. Ik wil hem zien lijden als Sven Kramer op een Olympische tien kilometer. Ik wil zaterdag verliezen van een krachtpatser in de bloei van zijn leven. Gewoon omdat het goed is voor iedereen. Voor mijzelf, het peloton én Harko. Omdat vrijwel alle grote sporters der aarde vroeg of laat ergens hun Waterloo vinden. En waar kan dat nou mooier dan in de 40ste editie van De Omloop door het Land van Kleine Hein.


Over de koers, met Douwe Doorduin

Terwijl het seizoen volop is losgebarsten hoorde jij maar niets van je favoriete podcastpiemels. Hoog tijd dat daar een einde aan kwam. De mannen kropen achter de microfoon vanuit huize Slagter, nog nadampend van een trainingskoers in het wonderschone Langelo.

Douwe Doorduin, vriend van de show, schuift aan om te vertellen hoe het hem vergaat in het elitepeloton. Best leuk, maar we zijn natuurlijk veel meer bezig met de koers in het algemeen. Middelstum, Goenga, De Slag om Westerland, Warns, Assen, De Bronneger Bult: allemaal komt het aan bod. Ook vertelt Arie openhartig over zijn dip, en blijkt Tom plots in grootse vorm te steken. Ook komen er een paar interessante luisteraarsvragen aan bod, dank daarvoor!

Dus: fasten your seatbelts, hier is een nieuwe aflevering van De Buik van het Peloton: De Podcast!


Gastbijdrage: Middelstum vanuit de onderbuik

De hele dag zeikt het van de regen, dat wordt natuurlijk helemaal niks morgen. Gelukkig heb ik me niet vooraf ingeschreven, daar heb ik altijd zo’n hekel aan. Dan besluit je drie weken van tevoren al dat je op die dag moet gaan fietsen. En als het dan takkeweer is zit je met een pleurishumeur op die fiets de hele dag tegen je medefietsers te zeiken dat het zo’n pleuris weer is. Zo kun je nu al kaarten kopen voor een optreden van Youp van ’t Hek ergens in december van dit jaar. Dan moet ik nu dus al beslissen dat ik op 23 december zin heb om te lachen, ik geef het niet veel kans. Dus geen kaarten voor Youp en niet vooraf inschrijven voor het ICW in Middelstum. Van dat dorp heeft natuurlijk nog nooit iemand gehoord en van dat ICW al helemaal niet. Maar als je De Buik van het Peloton mag geloven hoor je er pas echt bij als je daaraan mee doet. Dat je erbij bent als die podcastpipo’s weer gaan proberen een wedstrijd te winnen. Weten jullie de uitslag al? Ik licht een tipje van de sluier op: ze wonnen niet. Kunnen ze de komende podcast weer tips gaan vragen. Ik zal ze een tip geven: nodig eens iemand van Tandje Hoger uit. Die studenten rijden met drie man in de kopgroep bij de sportklasse. Ze zitten tot vier uur ’s ochtends aan het bier in de sociëteit en slingeren nog een eierballetje naar binnen. Rond de middag worden de tenues uit de wasmand getrokken. Onderwijl vragen ze zich af hoe dat hertje nou toch ook al weer heet, dat in d’r blote reet in bed ligt. Wel winnen. Overigens heb ik niks te zeiken over die podcasts verder hoor, ga er vooral mee door. Kudo’s, roepen jullie dan.

Tot mijn grote schrik is het zondagochtend best mooi weer, geen excuses om niet te gaan en je kunt inschrijven tot een half uur voor de start. Dat wordt uiteindelijk tot tien minuten voor de start. Maar daarover later meer. Aangekomen bij het parcours besluit ik gelijk maar even een stukje ervan mee te pakken. Windkracht vier, had ik zien staan. Het klopt bijna. In de bocht sla ik haringen om niet van de weg te waaien, ik klauter met 25 kmh richting Ronald Heringa die zijn vaste bocht al staat te bewaken. Ik schaam mij altijd een beetje als ik hem zie staan, hij zou de hele sportklasse met een been naar huis fietsen. Maar dat doet hij niet, sympathiek gebaar. Kudo’s voor de vrijwilligers sowieso. Ook voor die vrijwilligers achter de inschrijftafel, maar jezus, wat duurde dat lang. Komt door al die bijschrijvers. Van inrijden komt niks meer terecht. Van uitrijden kwam ook niks terecht trouwens.

Als bijschrijver wordt je gelukkig direct gestraft door de officials van de KNWU . Leuke types, we moeten ons in een visgraat opstellen. Geen hond weet wat ze bedoelen en wat er gebeurt maar uiteindelijk sta ik als bijschrijver op de laatste startrij. Eigen schuld. Op de laatste startrij ben je kansloos. Op de laatste startrij bij windkracht heel veel, ben je nog veel meer kansloos. Op de laatste startrij met tussen de starters ook nog wat junioren ben je extreem kansloos. Tot de eerste bocht gaat het prima, dan slaat de wind het peloton uit elkaar. Er is geen buik van het peloton, er is überhaupt geen peloton. Er zijn her en der wat junioren die achterwaarts tussen de renners door worden geblazen, er wordt gevloekt, er wordt geremd en er wordt gevallen. Ik rijd een paar rondjes, tussendoor vraag ik mij af of Middelstum eigenlijk een dorpskern heeft of alleen een koekjesfabriek. Ik steek mijn duim nog eens op naar Heringa en knijp in de remmen.

 

Gave koers, volgend jaar weer.