Gastbijdrage: Middelstum vanuit de onderbuik

De hele dag zeikt het van de regen, dat wordt natuurlijk helemaal niks morgen. Gelukkig heb ik me niet vooraf ingeschreven, daar heb ik altijd zo’n hekel aan. Dan besluit je drie weken van tevoren al dat je op die dag moet gaan fietsen. En als het dan takkeweer is zit je met een pleurishumeur op die fiets de hele dag tegen je medefietsers te zeiken dat het zo’n pleuris weer is. Zo kun je nu al kaarten kopen voor een optreden van Youp van ’t Hek ergens in december van dit jaar. Dan moet ik nu dus al beslissen dat ik op 23 december zin heb om te lachen, ik geef het niet veel kans. Dus geen kaarten voor Youp en niet vooraf inschrijven voor het ICW in Middelstum. Van dat dorp heeft natuurlijk nog nooit iemand gehoord en van dat ICW al helemaal niet. Maar als je De Buik van het Peloton mag geloven hoor je er pas echt bij als je daaraan mee doet. Dat je erbij bent als die podcastpipo’s weer gaan proberen een wedstrijd te winnen. Weten jullie de uitslag al? Ik licht een tipje van de sluier op: ze wonnen niet. Kunnen ze de komende podcast weer tips gaan vragen. Ik zal ze een tip geven: nodig eens iemand van Tandje Hoger uit. Die studenten rijden met drie man in de kopgroep bij de sportklasse. Ze zitten tot vier uur ’s ochtends aan het bier in de sociëteit en slingeren nog een eierballetje naar binnen. Rond de middag worden de tenues uit de wasmand getrokken. Onderwijl vragen ze zich af hoe dat hertje nou toch ook al weer heet, dat in d’r blote reet in bed ligt. Wel winnen. Overigens heb ik niks te zeiken over die podcasts verder hoor, ga er vooral mee door. Kudo’s, roepen jullie dan.

Tot mijn grote schrik is het zondagochtend best mooi weer, geen excuses om niet te gaan en je kunt inschrijven tot een half uur voor de start. Dat wordt uiteindelijk tot tien minuten voor de start. Maar daarover later meer. Aangekomen bij het parcours besluit ik gelijk maar even een stukje ervan mee te pakken. Windkracht vier, had ik zien staan. Het klopt bijna. In de bocht sla ik haringen om niet van de weg te waaien, ik klauter met 25 kmh richting Ronald Heringa die zijn vaste bocht al staat te bewaken. Ik schaam mij altijd een beetje als ik hem zie staan, hij zou de hele sportklasse met een been naar huis fietsen. Maar dat doet hij niet, sympathiek gebaar. Kudo’s voor de vrijwilligers sowieso. Ook voor die vrijwilligers achter de inschrijftafel, maar jezus, wat duurde dat lang. Komt door al die bijschrijvers. Van inrijden komt niks meer terecht. Van uitrijden kwam ook niks terecht trouwens.

Als bijschrijver wordt je gelukkig direct gestraft door de officials van de KNWU . Leuke types, we moeten ons in een visgraat opstellen. Geen hond weet wat ze bedoelen en wat er gebeurt maar uiteindelijk sta ik als bijschrijver op de laatste startrij. Eigen schuld. Op de laatste startrij ben je kansloos. Op de laatste startrij bij windkracht heel veel, ben je nog veel meer kansloos. Op de laatste startrij met tussen de starters ook nog wat junioren ben je extreem kansloos. Tot de eerste bocht gaat het prima, dan slaat de wind het peloton uit elkaar. Er is geen buik van het peloton, er is überhaupt geen peloton. Er zijn her en der wat junioren die achterwaarts tussen de renners door worden geblazen, er wordt gevloekt, er wordt geremd en er wordt gevallen. Ik rijd een paar rondjes, tussendoor vraag ik mij af of Middelstum eigenlijk een dorpskern heeft of alleen een koekjesfabriek. Ik steek mijn duim nog eens op naar Heringa en knijp in de remmen.

 

Gave koers, volgend jaar weer.