Het perfecte DK tijdrijden

Speciaal voor jullie zijn we afgelopen woensdag naar het DK Tijdrijden in Zeijen (Drenthe) gegaan. En heel eerlijk: dat was weer ontzettend gaaf. Niet vanwege het tijdrijden, want dat is toch een beetje meh, maar wel omdat het Wielercultuur uit Noord-Nederland was. Dat zien jullie goed, Wielercultuur met een hoofdletter.

Het was namelijk het perfecte Districtskampioenschap. De meeste dingen waren vrij standaard, of gewoon goed. Zo stonden er meer dan 160 renners aan de start. Werd Wieger van der Wier DK bij de elite, maar er was een belofte sneller (klasse Aaron de Jong!). De zon scheen, het waaide wat. Bij de dames won Manon de Boer. En Bodi del Grosso was een klasse apart bij de junioren. Er reed een buurtbewoner in een busje door een afzetting heen (paardelul). En die ene chagrijnige podcast-jongen kon voor het eerst in maanden weer eens lachen.

Een DK-tijdrijden dus.

Dat maakte het allemaal niet perfect.

De Consul speelde haar rol als ronde-mis. Ronald Heringa – voor de 13e keer (!!!) achter elkaar op het podium bij de amateurs – greep z’n kans en zoende haar vol op de mond. Dat gaf ons een vrolijk gevoel.

Maar het maakte het nog niet perfect.

Het live-commentaar op Twitter van een van onze meer getalenteerde podcast-jongens vonden we fantastisch. Als je het DK gemist hebt, zeker even terugkijken/lezen/luisteren op de Twitter pagina van de TT-Gekkies-Club Cycle Sport Groningen.

Maar ook dit maakte het niet perfect.

Wij aanschouwden dit hele tafereel vanaf het terras van Café Hingstman. Daar hadden we een kopje koffie gedronken, waar we niet van op keken (we misten de Spaak bus), en namen we een biertje, maar tussen bieren proeven we geen verschil.

Dus ook dat maakte de avond niet perfect.

Nee, perfect werd het pas toen we patat bestelden, bij Café Hingstman. Dat klinkt niet speciaal en dat was het ook niet: het was patat met. Maar wat blijkt, daar bij dat kleine café in Zeijen, daar is de Patat met mayonaise bijzonder en heel lekker. Daar in dat kleine café in Zeijen, daar in het hart van Drenthe, net boven Assen, daar maken ze patat met, zoals patat met bedoeld is.
Hier heeft God aan gedacht, toen ze zei: “de mensen op de aardkloot hebben recht op wat vertier, ik gun ze patat. En fuck it, ik gun ze ook mayonaise.”

En dat maakte een gewoon DK tijdrijden perfect.

Een probleem is alleen dat het echte DK dit jaar op de VAM-berg plaats vindt. En daarvoor wilden we juist afvallen. De realiteit leert dat we iedere dag in Zeijen te vinden zijn, om een paar bakjes patat weg te snacken.


Recensie

Aan, uit, aan, uit, aan, uit. Ik knipper even met mijn ogen. Uit. En uit. Toch weer aan, uit en aan en uit. Het is godverdomme niet bij te houden.

Op ons nachtkastje ligt Het Maakbare Uur, van Jurgen van Teeffelen. Een boek over het werelduurrecord. Nou ja, het zou moeten gaan over het werelduurrecord, maar het gaat over het Nederlandse Uurrecord. Ook leuk, maar toch niet helemaal hetzelfde.

Als iemand zegt “Ik heb Nederland rond gefietst” ben je toch minder onder de indruk dan wanneer iemand zegt “Ik heb de wereld rond gefietst”. Zo is het ook met dit boek.

Van Teeffelen volgde Dion Beukeboom een jaar lang, terwijl Beukeboom zich voorbereidde op het werelduurrecord. Spoiler: Dion redt het niet. Waarom niet? Hoe niet? Hoezo niet? Dat mag jezelf lezen, wij geven hier alleen onze mening over een boek.

En die mening is een beetje minder scherp dan we zouden willen. Want jezus zeg, wat is die Dion Beukeboom een lastige gozer. Het spijt ons, maar het lukt niet om echt van hem te houden. Hij doet zijn best. Leeft voor zijn sport. En met dit boek zit je echt op zijn huid. En hij redt het niet – dat is altijd extra fijn.

We hebben kasten vol boeken van wielrenners die het niet halen. Thomas Dekker, David Millar, Lieuwe Westra en kennen jullie Joe Perkin? Nee, nou zeker lezen dan. Zoek maar op. Ook de jongens achter ‘The Rules’, zijn gewoon wielrenners zonder talent, of die het niet redden. En laten we wel wezen, zelfs het wielrenboek der wielrenboeken De Renner, gaat over iemand die tweede wordt.

Wij hier bij De Buik kunnen alleen maar dromen van tweede worden, dus dat is niet het probleem.

Het probleem is dat Dion er eigenlijk nooit helemaal in lijkt te geloven. Hij heeft altijd een smoesje, er gaat altijd wat mis. En dat maakt dat je net niet met hem mee kan huilen. Wat Van Teeffelen goed doet, is je meenemen in al die smoesjes en alle ontwikkelingen rond de poging van Beukeboom. En bijna achteloos propt hij ontzettend veel kennis over tijdrijden, of presteren, over koersen in Nederland in een boek dat heerlijk leest. Wetenschap, analyses, verhalen, geschiedenis, alles zit er in.

Is het dan erg dat er hier en daar nog een typefout instaat. Nee, ook niet.

Wat wel pijn doet is een sleutelscène in Het Maakbare Uur. Die scène speelt zich af tijdens de Ronde van Zuid-Oost Friesland. Juist – de ronde die wel, niet, wel, niet doorgaat. Wat waren wij daar komende zaterdag graag vierde geworden. Nu gaan we de tijd die we daar niet koersen gebruiken om een nieuw boek op te sporen, voor op ons nachtkastje.

————————————————————-

Jurgen van Teeffelen, Het maakbare uur. Een zoektocht naar de ultieme wielerprestatie. Harper Collins, 2019. €19.99 te koop bij alle slechte boekhandels en ook bij de goede. Dit boek is ons gratis opgestuurd, ter recensie. De redactie van De Buik heeft nu slaande ruzie, want iedereen vindt dat zij/hij de rechtmatige eigenaar van dit boek is.


Gastbijdrage: “Aankomende zaterdag is het zover…”

Aankomende zaterdag is het zover: de 40ste editie van De Omloop door het Land van Kleine Hein. De koers benoemd in de verhalen van schrijver Tim Krabbe, de Hoogmis onder de amateurkoersen. Geen enkele koers op ons niveau is qua stresslevel te vergelijken met Kleine Hein. Voor de winnaar ligt er respect en eeuwige roem in het peloton in het verschiet en dat maakt de koers mythisch. Maar ik ben zo bang dat Hij weer gaat winnen….

Hij is Harko Kievit, de winnaar van de laatste drie edities. Wint hij zaterdag, wat ik niet uitsluit, dan is dat zijn vierde zege. Dat betekent dat hij in totaal 10% van alle edities van Omloop der Omlopen heeft gewonnen. Ik kan het niet uitstaan!

Begrijp me niet verkeerd. Ik heb groot respect voor de wielrenner Harko. Hij gaf mij eens een bidon toen de mijne was gevallen in de koers. En toen ik het afgelopen seizoen bij een inschrijving achter hem stond zag ik op zijn licentie dat hij op dezelfde dag geboren is als mijn zoon. Ik weet het slaat nergens op, maar toen ik het zag voelde ik een sterke verbondenheid tussen mijzelf en de man die meer overwinningen op zijn palmares heeft staan als ik DNF’jes. De foto op zijn stuur vlak nadat zijn vader was overleden getuigt van meer liefde voor de koers dan hij soms doet overkomen. Ik bewonder het feit hoe hij het peloton naar zijn hand zet, geniet van zijn magistrale eindsprint, van zijn ongekende talent en ervaring voor het kiezen van de juiste positie. Ondanks zijn twee meter tien, zit hij 99% van de wedstrijd uit de wind zit. Nee, Harko maakt de koers misschien niet, maar hij maakt hem wel altijd af.

Waarom kunnen wij niet winnen van een man van dik in de 40? Waarom laten wij ons in de luren leggen door een basisschoolleraar (en visualiseer dan even meester Anton uit de Luizenmoeder)? Wanneer maken we een einde aan de hegemonie van de man uit Leek? Die al jaren met zijn veteranenploegje (Bestaande uit onder andere een loodgieter in een midlifecrisis en die gast die er bij de geboorte waarschijnlijk al zo saai uitzag dat ze hem naar een verzekeringsmaatschappij hebben vernoemd), de mooiste koersen naar zijn hand zet?

Ik wil Harko zien lossen op de Limietweg, zoals Indurain in 1996 deed op Hautacam. Hem een mental breakdown zien krijgen waarbij die van Barney een sombere bui lijken. Ik wil hem zien lijden als Sven Kramer op een Olympische tien kilometer. Ik wil zaterdag verliezen van een krachtpatser in de bloei van zijn leven. Gewoon omdat het goed is voor iedereen. Voor mijzelf, het peloton én Harko. Omdat vrijwel alle grote sporters der aarde vroeg of laat ergens hun Waterloo vinden. En waar kan dat nou mooier dan in de 40ste editie van De Omloop door het Land van Kleine Hein.


Gastbijdrage: Middelstum vanuit de onderbuik

De hele dag zeikt het van de regen, dat wordt natuurlijk helemaal niks morgen. Gelukkig heb ik me niet vooraf ingeschreven, daar heb ik altijd zo’n hekel aan. Dan besluit je drie weken van tevoren al dat je op die dag moet gaan fietsen. En als het dan takkeweer is zit je met een pleurishumeur op die fiets de hele dag tegen je medefietsers te zeiken dat het zo’n pleuris weer is. Zo kun je nu al kaarten kopen voor een optreden van Youp van ’t Hek ergens in december van dit jaar. Dan moet ik nu dus al beslissen dat ik op 23 december zin heb om te lachen, ik geef het niet veel kans. Dus geen kaarten voor Youp en niet vooraf inschrijven voor het ICW in Middelstum. Van dat dorp heeft natuurlijk nog nooit iemand gehoord en van dat ICW al helemaal niet. Maar als je De Buik van het Peloton mag geloven hoor je er pas echt bij als je daaraan mee doet. Dat je erbij bent als die podcastpipo’s weer gaan proberen een wedstrijd te winnen. Weten jullie de uitslag al? Ik licht een tipje van de sluier op: ze wonnen niet. Kunnen ze de komende podcast weer tips gaan vragen. Ik zal ze een tip geven: nodig eens iemand van Tandje Hoger uit. Die studenten rijden met drie man in de kopgroep bij de sportklasse. Ze zitten tot vier uur ’s ochtends aan het bier in de sociëteit en slingeren nog een eierballetje naar binnen. Rond de middag worden de tenues uit de wasmand getrokken. Onderwijl vragen ze zich af hoe dat hertje nou toch ook al weer heet, dat in d’r blote reet in bed ligt. Wel winnen. Overigens heb ik niks te zeiken over die podcasts verder hoor, ga er vooral mee door. Kudo’s, roepen jullie dan.

Tot mijn grote schrik is het zondagochtend best mooi weer, geen excuses om niet te gaan en je kunt inschrijven tot een half uur voor de start. Dat wordt uiteindelijk tot tien minuten voor de start. Maar daarover later meer. Aangekomen bij het parcours besluit ik gelijk maar even een stukje ervan mee te pakken. Windkracht vier, had ik zien staan. Het klopt bijna. In de bocht sla ik haringen om niet van de weg te waaien, ik klauter met 25 kmh richting Ronald Heringa die zijn vaste bocht al staat te bewaken. Ik schaam mij altijd een beetje als ik hem zie staan, hij zou de hele sportklasse met een been naar huis fietsen. Maar dat doet hij niet, sympathiek gebaar. Kudo’s voor de vrijwilligers sowieso. Ook voor die vrijwilligers achter de inschrijftafel, maar jezus, wat duurde dat lang. Komt door al die bijschrijvers. Van inrijden komt niks meer terecht. Van uitrijden kwam ook niks terecht trouwens.

Als bijschrijver wordt je gelukkig direct gestraft door de officials van de KNWU . Leuke types, we moeten ons in een visgraat opstellen. Geen hond weet wat ze bedoelen en wat er gebeurt maar uiteindelijk sta ik als bijschrijver op de laatste startrij. Eigen schuld. Op de laatste startrij ben je kansloos. Op de laatste startrij bij windkracht heel veel, ben je nog veel meer kansloos. Op de laatste startrij met tussen de starters ook nog wat junioren ben je extreem kansloos. Tot de eerste bocht gaat het prima, dan slaat de wind het peloton uit elkaar. Er is geen buik van het peloton, er is überhaupt geen peloton. Er zijn her en der wat junioren die achterwaarts tussen de renners door worden geblazen, er wordt gevloekt, er wordt geremd en er wordt gevallen. Ik rijd een paar rondjes, tussendoor vraag ik mij af of Middelstum eigenlijk een dorpskern heeft of alleen een koekjesfabriek. Ik steek mijn duim nog eens op naar Heringa en knijp in de remmen.

 

Gave koers, volgend jaar weer.


Onvolgroeide prefrontale cortex

Onvolgroeide prefrontale cortex
Dit onderdeel in de hersenen is cruciaal in het onderscheid tussen mens en dier. Het is namelijk betrokken bij cognitieve en emotionele functies als beslissingen nemen, plannen, sociaal gedrag en impulsbeheersing. Een ander onwillekeurig voorbeeld, Risico’s inschatten. Dit deel is ook het onderdeel wat zich als laatst ontwikkeld bij de mens. In de puberteit welteverstaan. 

Amersfoort, zondag 17 februari 2019, Midden Nederland Competitie.
Het is twaalf uur en het startschot klinkt. We vertrekken in 4 verschillende groepen ieder 30 seconden na elkaar, aflopend in vooraf ingeschatte sterkte. Het is heerlijk weer voor de tijd van het jaar en omdat het parcours van WV Eemland een moeilijkheidsgraad van onder 0 heeft blijft het pelotonnetje bijeen en kachelt lekker door. Het leven als wielrenner op deze dagen is goed, er lijkt geen vuiltje aan de lucht.

Niets is minder waar echter. Er klinkt onheilspellende muziek op de achtergrond. Halfweg koers lijkt er iets op ons af te doemen in de verte op het parcours. Door de zon op mijn gelaat heb ik moeite om te zien wat het is en moet ik mijn ogen lichtjes dichtknijpen. Het lijkt steeds dichterbij te komen. Het is een vreemde gewaarwording. Het lijkt te hollen en stil te staan, hollen en dan weer stil te staan. Dit schouwspel duurt een aantal ronden. We zijn inmiddels echt heel dichtbij en ik zie pas waar we in verzeild zijn geraakt als het al veel te laat is. Het is een giftige zwerm junioren die een x aantal minuten later is gestart dan wij. Ik schiet in de paniek, hier komen we nooit meer vanaf besef ik me. Zodra we deze zwerm passeren hoop ik tegen beter weten in dat ze ons met rust laten, maar diep van binnen weet ik beter. Onze aanwezigheid maakt ze nog banger en onrustiger en het eeuwenoude gezegde luidt dan ook niet voor niets: ‘een junior in het nauw maakt nog gekkere sprongen dan hij normaal al doet.’

We zijn ze nog geen half rondje gepasseerd of de eerste twee valpartijen zijn een feit. Ik ben nog nooit zo bang geweest op de fiets en hoop dat de jury ingrijpt en ons de hongerige zwerm laat passeren nu het al twee slachtoffers gemaakt heeft. Ook dat is hopen tegen beter weten in, want zij aanschouwen dit met bulderend gelach vanuit hun ivoren toren. Wij zijn aan ons lot overgelaten. Het volgende half uur lijkt een eeuwigheid te duren, maar daar is eindelijk de verlossende bel en ik pink een traantje van vreugde weg. Ze hebben mij niet te pakken gekregen deze keer! De meeste van ons kunnen het navertellen.


Moraal

Ik moet het wiel houden. Ik.moet.het.wiel.houden. Het wiel. Voor me. Ik geef, maar heb niet veel te geven. De wind komt hard van links. En ik zit helemaal op rechts. Ik heb maar weinig, echt heel weinig, maar wat er is, dat knapt. Ik ben er klaar mee, stuur naar buiten en kijk naar voren.

De wind, waar ik zo van houd, breekt mijn wedstrijd, verplettert mijn moraal. Ik heb geen waaier gereden. Niemand uit een wiel gebokst. Soms is alles gewoon kut. En vandaag is soms.

Er loopt een traan over mijn wang. Omdat ik net een nieuwe, kekke bril heb, rolt die traan daar niet door de wind die in mijn ogen waait. In mijn oor hoor ik iemand hartgrondig vloeken. Die moet het gat dicht rijden dat ik laat vallen. Het doet me niet zo veel. Vandaag heb ik verdomd weinig zin.

Bij een kruispunt staan twee vrijwilligers, dat ik langzaam nader. De gele hesjes staan grappend te wijzen. Genoeg materiaal om voor een domme opmerking van mijn kant, maar ook dat zit er niet in. Ik steek een duim op, maar kijk de andere kant uit. Alsof ik van die kant verkeer verwacht. Dat zou een wonder zijn, want daar liggen alleen maar weilanden.

Voor me zie ik de schifting. De kopgroep rijdt weg bij een soort versnipperd peloton. Het gebeurt op een paar honderd meter, dan op een halve kilometer, dan op een kilometer. Het gebeurt voor me. Alles gaat daar nog een keer op de kant. Er zijn achterblijvers die me inhalen. Ik krijg even de wind mee en tik de 30 km/u aan. Het peloton reed hier zeker tegen de 60. Maakt het mij wat uit? Nee, ik geloof het niet.

Ik stond vanochtend op met hoofdpijn. En ging gister zonder goesting naar bed. Normaal stuiter ik door huis voor een koers. Zonet zocht ik stilletjes mijn spullen bij elkaar. De rit naar de koers verliep met een snik en een grimlach. Het was koud toen ik in de wind naar de start liep. Maar zelfs de koude had geen vat op me. Ik had geen zin om een gelletje te eten, ik nam geen extra cafeïne van Spaak. Voor de vorm zoog ik even aan mijn bidon. Zelfs daar werd ik niet blij van.

Natuurlijk mocht ik achteraan starten.

Ik draai af. Lever mijn rugnummer in en ga stilletjes naar huis. Daarvoor moet ik tegen die keiharde wind in. En dan, op een smal weggetje, onder een maartse bui, vind ik eventjes wat gevoel. Vechtend tegen de wind, zet ik mijn bril af. Er rollen nog meer tranen over mijn wangen. En er is niemand in de buurt, dus er is niemand om me voor te schamen als ik keihard schreeuw:

“GODVERDOMME!”


We LOVE Sleen

Het was erg onrustig op de burelen van De Buik. Dit keer niet omdat we weer eens waren aangeklaagd door een sportklasse-renner die we per ongeluk hadden beledigd. Het was niet de KNWU die dreigde ons de toegang tot koersen te ontzeggen als we niet positiever over ze gingen schrijven (en we vinden dat we ze al in een veeeeeel te positief daglicht stellen). Het was niet een tijdrijder die, eh, nou ja, die tijdrijders begrijpen we sowieso geen fuck van. Er waren geen boze ploegleiders, er was geen valpartij bij het koffieapparaat.

Nee, het was Sleen.

Want, man, we LOVE Sleen. Nou ja, een gedeelte van ons dus, zoals eerder deze week hier te lezen was. Sleen verdeelt De Buik normaal gesproken. Maar we zijn het er over eens dat Sleen 2019 een absoluut hoogtepunt was.

De modder, regen en koude van de afgelopen jaren, hadden plaats gemaakt voor een strak blauwe lucht en aangename temperaturen. Het open veld in Zuid-Drenthe, lag er lekker open bij. Er waren trekkers aan het gieren – maar dit keer reden ze niet steeds in de weg. Enthousiaste mensen langs de kant. Een krentenwegge voor de winnaar. En er staat ALTIJD wind in Sleen, zelfs als het niet waait zoals dit jaar. Er is altijd een rondje van meer dan 10km. En een fantastisch video-verslag, waar je helemaal geen chocolade van kan maken. What’s not to like?!?

Nog voor het peloton van start ging, werd het opgeschrikt door een brandende auto op het parcours. I kid you not. Het verhaal ging dat de lokale drugscene een vluchtauto moest lozen. Andere geruchten gingen over al-te-enthousiaste tifosi uit Sleen, die de koers al aan het vieren waren. Wat het ook was: de auto stond te branden ergens buiten Sleen, waar normaal helemaal niemand komt, maar waar nu honderden wielrenners langs zouden scheuren.

De start werd uitgesteld en dat was helemaal niet erg. Waarom niet? Ten eerste is het altijd supergezellig in de voetbalkantine in Sleen. Het voelt alsof die kantine er speciaal voor ons is. Niet voor voetballers, maar voor wielrenners. Het is alsof er iedere week een koers is buiten Sleen, waar wij toevallig deze week aan deelnemen. Dat is een heerlijk gevoel.

Ten tweede heeft Sleen misschien wel de beste traditie, van alle tradities: er liggen namelijk gratis winegums, dropjes, of zoals dit jaar winegumdropjes (!!!!) bij de start. (“Pak ze maar hoor, daarvoor liggen ze hier.” – maar dan met een Drents accent). Het is helemaal niet erg om daar wat langer bij rond te hangen.

Over de koers: 2.5 ronde probeerde iedereen weg te komen. Dat lukte een man of 6, waarna Harko Kievit er nog even naar toe poefte. Het peloton ging in optocht-modus. Harko had materiaal malware in de sprint. En de eerste echte prijs was dit jaar voor Hans Groenhoff van CSG. Wij begrijpen dat ie normaal tennist. Dus nu worden we niet alleen verslagen door roeiers, maar ook door kakkers.

Fuck it. Hij had het verdiend. En wij hebben heerlijk gekoerst.


8. Een special met Patrick van der Duin

Onze podcastboys kropen wederom bij elkaar, dit keer in de vrijgezellenflat van Tom. Dat had z’n uitwerking op de sfeer aan tafel, want Tinder bleek een terugkerend thema in gesprek met Patrick van der Duin. Maar daar bleef het uiteraard niet bij. U weet het: onze mannen proberen zich deze winter te verbeteren als wielrenner, en Patrick kon ze daar wel een handje bij helpen. Ook het lokale wielernieuws, wat onzin en het gloednieuwe item “De Dubio Dobbel” komen natuurlijk aan bod.

Ga er maar eens goed voor zitten: daar komt podcast nummer 8!


Corpus

Januari, half vijf ’s middags, het vriest een beetje, de wind maakt het nog net wat kouder, er hangt vocht in de lucht, er ligt zout op de weg, alle auto’s hebben al lichten aan. Het is half vijf, dus je lunch ligt al ver achter je, maar je avondeten is nog niet echt in de buurt.

Waar de fuck ben je? Je staat op een baantje, aan de rand van Groningen. Je geeft twee euro aan een student en krijgt een rugnummer. Eén van de spelden prikt in je vingers, niet in je Gabba. Er valt een druppel bloed op je frame. Het is januari en je hebt nu al weer gebloed voor je geliefde wielersport.

Alles is kut. Je bent, laten we eerlijk zijn, net wat te dik. Je hebt net wat te weinig gefietst in januari (dit gaat dus niet over jou, Adne Koster). Je rijdt op winterwielen, met banden met profiel en voor extra weerstand, extra dikke binnenbanden. Er hangt een zadeltas aan je fiets. Je hebt een voor- en een fucking achterlicht gemonteerd. Godverdomme, je ass-saver zit nog onder je net iets te vieze zadel.

Maar je bent op tijd. Dat scheelde weinig. Je had iets vanmiddag. Misschien een studie, of godbetert misschien wel werk. En werk is om half vijf nog niet voorbij, natuurlijk. Dus je hebt als een dolle gescheurd om hier op tijd te zijn. Het sexy shawltje om je hals blijkt net wat te warm. Je zweet al een beetje, maar je weet niet zeker of je de buf ook af zou moeten doen. Je trekt het – als een stoffen condoom – over je hoofd, dan rolt er zweet van je gezicht, en het druppelt op je frame.

De groep verzamelt zich bij de start. Je ziet een nummer 88 en een 95. What the fuck? Staan er zoveel mensen aan de start? Of nee, dit is een dropkoers, die studenten van Tandje Hoger geven willekeurig nummers uit. Je kijkt om je heen en schat wel dat er zeker meer dan 50 man en een paar junioren dames staan. In januari, om half vijf. Door de koude wind, rolt er een traan over je gezicht. Die valt tussen het bloed en zweet, op een vrij plekje op je frame.

Natuurlijk win je niet, maar je weet wel een paar dropjes te snaaien die eigenlijk naar Sjors Dekker hadden moeten gaan.

Dit weekend ga je maar weer trainen. En op de bank hangen, luisteren naar de nieuwe podcast van De Buik. Een mooi, lang gesprek met Patrick van der Duin. Vrijdag online!


De Ombuiksman

Vorige week ontstond er op Twitter een discussie. Ja, u leest het goed. Het anders zo vreedzame medium liet zich even van zijn lelijkste kant zien. Aanleiding was een bericht van ” Natuur in de Onlanden”, een account dat in de regel mooie plaatjes laat zien van een prominent deel van Stad’s Golden Raand. Voordat we hier een nieuwe discussie krijgen: we weten dat de Onlanden in Drenthe liggen.

Ook signaleert het account zo nu en dan onwenselijke situaties in de Onlanden. Sluipverkeer (klootzakken), afval dat is gedumpt door klootzakken, zwerfafval van die klootzakken van MacDonalds in Hoogkerk (we komen heus nog wel bij jullie eten), en recent een klootzak die op een crosser door een stukje beschermde natuur fietste. Hij werd daar op aangesproken, en in plaats van een mea culpa volgde er een bijdehante grote muil. Na dit gebeuren was een onduidelijke foto van de achterkant van de onverlaat op Twitter te zien.

Het Twitteraccount van De Buik van het Peloton quote dit bericht en merkte bovendien afkeurend op dat de renner in kwestie geen helm droeg.

De tweet in kwestie ter illustratie. Het fotootje is inmiddels zo klein dat de renner niet meer te herkennen is, lijkt ons.

Nou, daar ging het hoor. Enerzijds moest een stel stoethaspels komen melden dat zonder helm fietsen helemaal prima is, anderzijds kwamen er opmerkingen dat zo’n man niet aan de schandpaal moet. Ook probeerde een wannebe-politicus een semantische discussie over het woord “illegaal” te starten, maar daar zijn we verder maar niet op ingegaan.

De intonatie verraad het al een beetje: De Ombuiksman kan zich maar gedeeltelijk vinden in uw commentaar. Laten we helder zijn: iedereen moet lekker fietsen zoals ‘ie wil. Of dat met of zonder helm is kan ons niet schelen, en de opmerking bij de foto moet gezien worden als grapje. Dat humor niet universeel is weet u inmiddels, en toegegeven, we hebben wel eens betere grapjes gemaakt. Het was vooral bedoeld om de verstokte niet-helmdragers weer eens op te porren. Die zijn altijd zo lekker star en principieel, kan je mooi mee lachen. De lach kwam er niet echt in, echter. Helaas, volgende keer beter. Nog wel even goed om te melden: met een helm fietsen is veiliger dan zonder. Mensen die anders beweren mogen plaats nemen naast mijn oma van 93 die haar hele leven heeft gerookt, het onveranderde klimaat omdat het vannacht flink vroor en iemand die niet uit z’n gordels kon komen toen z’n auto te water raakte. Wat een ieder met deze informatie doet kan ons, nogmaals, niets schelen.

De opmerking dat deze man niet aan onze schandpaal had gemoeten, daar kunnen we wel wat mee. Dat het een lul met vingers is die door beschermde natuur fietst is een feit, maar dat legitimeert onze tweet niet. Zullen we ook proberen niet meer te doen, da’s beloofd. Voor de volledigheid: wij fietsen ook wel eens door rood, of over de zandwegen door dat fucking Vosbergen waar alleen maar rijke stinkerds wonen die ons daar niet willen hebben, of over de weg tussen Haren en Noordlaren omdat er een gigantisch kutfietspad naast loopt. Niet Roomser van de paus dus, maar er zijn grenzen.

Nou, door met zaken die er echt toe doen. Nog 6 nachtjes slapen tot Annen! (en nog 40 dagen tot de Omloop!)