Voerman start in OFK Goenga

Onno Voerman staat vandaag aan de start tijdens het Open Fries Kampioenschap te Goenga. De eliterenner van WV de Kannibaal heeft na overleg met de WV Snits een startplek weten te bemachtigen voor de populaire amateurkoers onder de rook van Sneek.

“Voor ons eliterenners worden gewoon ontzettend weinig wedstrijden georganiseerd”, aldus Voerman. “Gemiddeld kan ik per weekend maar uit een wedstrijd of 5 kiezen, dat is gewoon te weinig. Ik ben blij dat de WV Snits een uitzondering maakt en ik op deze manier toch wat koersjes kan rijden.”

De WV Snits verklaart blij te zijn om breedtesporters als Voerman zo een handje toe te kunnen steken. “Het is gewoon hartstikke belangrijk dat eliterenners af en toe nog eens ergens kunnen starten. Je ziet bijvoorbeeld dat de Sportklasse- en dameskoersen overal als paddestoelen uit de grond schieten, maar het elitepeloton wordt vaak wat vergeten.”

Vooruitlopen op een overwinning wil Voerman nog niet. “Er rijden natuurlijk wel meer eliterenners rond. Denk bijvoorbeeld aan de mannen van Team ZAES, Arjen Bos of bijvoorbeeld Sierd Steigenga. Oh, zijn die geen elite? Die winnen toch al jaren talloze wedstrijden bij de amateurs? Wordt het dan geen tijd om eens een stapje hoger te gaan koersen?”, aldus de districtskampioen van 2016.

“Ik zie er erg naar uit om jongens met een derde van mijn trainingskilometers compleet naar de tering te rijden”, besluit de Roder coureur enthousiast.

 


Goënga

Silvio Berlusconi. Als eigenaar van AC Milan was ie een oliesjeik in de jaren negentig, als premier van Italië de Donald Trump van Europa, als TV station eigenaar de John de Mol buiten Nederland. Maar daar kennen wij Silvio niet echt van. Ook al hadden we vaag in de gaten dat hij al die dingen deed. We kennen hem natuurlijk als schuinsmarcheerder, als de oude geile man van onze zuiderburen, als het beeld dat bij Jeroen Dijsselbloem opdoemt als hij interviews in Duitse kranten geeft. Silvio Berlusconi dat is bunga bunga.

En dat is precies hoe je Goënga niet uitspreekt. Geen Gunga (twee keer een harde g) dus. Maar dan weet je eigenlijk nog niks. Het is namelijk ook geen Goennnga, met twee keer een zachte (Hollandse g). Goënga ligt namelijk in Fryslân en daar praten ze net een beetje anders.

Het is ook geen Gonga, dat is waarschijnlijk een vriendin van een vriendin, met ouders die een hippe naam zochten. “Schat wat vind je van Gonda?” “Wel godverdegodver, zo heet de buurvrouw!!” “Nee, ik zei Gonga” “Oh, prima. Dat is lekker apart.” Zo gaat het dus niet met Goënga.

Het is (en dat kunnen we ons best voorstellen) ook geen Go-en-Ga. Als een combinatie van het Engelse “Go!” + “en” + het Nederlandse “Ga”. Klaar voor de start… Go-en-Ga. Plausibel, maar nee.

Denk aan wat je doet als je hard in je remmen knijpt, over je voorwiel vliegt en dan op je helm landt: boink. Die middenklank, die zoeken we. Denk ook aan Bert en Ernie, op het moment dat Ernie aan Bert vraagt: Eh, Bert. Die Eh, een beetje hard, een beetje scherp, en een beetje èh (maar niet helemaal), zie zoeken we. Hier plak je een keiharde G voor en een lekkere nggg in het midden. Dan krijg je en Goingeh. Daar hebben we het dus over. Goingeh. Als je Fries kan lezen: Goaiïngea (succes!).

Onno Voerman is elite, maar heeft heimwee en wil weer een keer voorin meefietsen. Die staat aan de start. Net als Arjen Bos en Harko Kievit. Bram Kempkens heeft zn sprint geslepen, Marthijs Wegdam komt op een oude Giant. Wie er ook wint, hij krijgt een Friese trui. Vrijdag om 18 uur, vlakbij Sneek.

Gunga gunga, daar hebben we dus best wel zin in.


Een weekend zonder koers

Geen koersje in de buurt. Niet voor de gewone man, tenminste. Elites en semiprofessionele amateurs togen naar het buitenland. Weerkampie won een tussensprintje en kreeg een trui. Merx stond op een podium. Hekman ook. Ottema ook, denken we. De huisvaders en krabbers bleven achter en bleven een compleet weekend verstoken van het gevoel wielrenner te zijn.

Op een podium stonden we wel. Spreekwoordelijk dan. De goten zijn weer schoon. De kinderen weten je naam weer. De vriendengroep is naar de tering gefietst. Er was misschien zelfs wel tijd om schoonouders te bezoeken. Punten gescoord bij de wederhelft. Tuurlijk, een deel van die punten is gelijk weer ribbedebie omdat meneer zonodig met de fluit in de hand naar De Ronde (de echte) wilde kijken. Het zij zo.

Het verlangen groeit. De fiets wordt opgepoetst. Eerst voorzichtige halen. Steeds sneller, krachtiger. De fiets in opperste paraatheid voor de volgende koers. Goenga. Assen. Koersen waarbij je niet mag juichen als je wint. Desalniettemin koers. Ons advies? Keihard juichen. Juich alsof je er nooit meer één zult winnen. De volgende dag ben je namelijk gewoon weer een niet-wielrenner. De leegheid…


Benen scheren

(foto door Dennis van Winden https://twitter.com/DennisvanWinden/)

Je maakt een stuurfout, of erger, iemand anders maakt een stuurfout en nog voor je neerkomt weet je: dit is mis. Je breekt een sleutelbeen, een spaakbeen (kijk maar uit), een echt been, een arm, een hand. Het betekent maanden in het gips en daarna opkrabbelen, revalideren en weer beginnen met fietsen. Daar ergens bevindt zich een moment dat iedereen kent: je moet na een tijdje je benen weer gaan scheren. Het is net zo’n moment als na de winter, wanneer je weet dat het mooie weer voor de deur staat. Alleen na revalidatie is het wat ingrijpender, snijdt het iets dieper in je ziel. Het is voor jullie, alle renners en rensters die dat gevoel herkennen, dat Ik deze Buik schrijf.

Want, WTF. Maar ik bedoel echt: What The Actual FUCK? Het is niet zo dat de zon zomaar voor de deur stond deze week. Het is niet zo dat we al een paar week aan het klooien zijn met regen en kutweer, de weermannen en –vrouwen er volkomen naast zaten en wij verrast op de wielerbaan stonden gisteravond. Met onze ogen te knipperen, in de zon keken en ons afvroegen: waar kom jij vandaan. Helemaal niet!

Dus iedereen die daar gister stond, met een dikke laag shag op zn benen of met veel te lange blonde haren, met gefriemel en gefreubel op plaatsen waar dat niet hoort. Deze is voor jullie.

Eerlijk is eerlijk, ook van de korte mouwtjes van Bury kreeg ik een rare kriebel. Dat hoort dus gewoon niet. En Luuk van der Meer kreeg de volle laag: je bent te mager en je shirt is te kort, nu kan ik het wit van je broek zien, gvd!! Ook dat is allemaal niet soignée en ook dat hoort gewoon niet. Maar come on, ongeschoren benen!?

Ik weet dat onze redenen om te scheren wat rammelen: het zou sneller zijn (windtunnel getest!), het zou beter zijn voor herstel na een schaafwond (met doktersattest!), het zou beter zijn voor het masseren (vraag maar bij de Thai!), het zou dit en het zou dat. Daar gaat het niet om: je hebt een racefiets, je koerst en dan scheer je je benen. (punt).

Dus, om te voorkomen dat we weer een winnaar van Middelstum met een baard op zn bakkes en pluis op zn kuiten zien, komt hier een lijst. Hier kan verdomme iedereen opkomen die met echte, ongeschoren benen aan de start van wat-voor-koers-dan-ook staat. Normaal is het een eer wanneer we over je schrijven op De Buik, nu zien wij dat niet zo.

Gister gingen in de fout:

Robert van Dam

Kevin Spithorst

Nick Baring

Roeland Prak

(En Gerdin, die Gabba met 20 graden Celsius!?)

Zorg dat je hier niet tussen staat na volgende week donderdag.


Middelstum

Vlak voor ik weg ga loop ik de schuur in en steek ik mijn verfmes bij me. Die kan straks nog wel eens van pas komen.

Het is zondag, einde van de ochtend en ik ben op weg naar de klassieker onder de ICW’s. De opening van het wielerjaar, als je Annen, Sleen, Emmen en de dropkoersen niet meetelt. Een beetje zoals Milaan-Sanremo de opening van het prof-wielerjaar is. Vandaag gaat het er om: wie staat er goed voor, wie niet.

Een paar uur later hang ik vermoeid over mijn stuur. Ik vloek binnensmonds. En ik vloek een keertje buitensmonds. Uit een ooghoek zie ik een mannetje in een groen shirtje, dat net niet strak gespannen staat om een mager lijf, boven een paar dikke ballonkuiten, richting een muurtje sprinten. Is dat the one and only Hekman? Moet ie misschien poepen en is ie op zoek naar wat privacy?

Het snot loopt uit mijn neus en ik kwijl nog een beetje na, maar ben toch wel benieuwd en besluit op onderzoek uit te gaan. Achter het muurtje balt Hekman zijn vuistjes. Hij maakt een dansje. Doet een paar sprongetjes. Trekt zijn shirt weer recht. En komt weer te voorschijn. Het is de lichtelijk idiote ontknoping, van een koers zonder wind en zonder zon, op het industrieterrein van Middelstum.

Niet dat de uitslag heel raar is: Hekman wint. En dat is niet nieuw. Want Hekman is een veelwinnaar en voor hem telt een ICW niet, zelfs niet als het Middelstum is. Daarom doet hij zijn vreugde-uitingen achter een muurtje. Het is niet de bedoeling dat iemand het ziet, maar hij leek me toch erg in zijn nopjes.

Bij de B’s, of de SK zoals ze tegenwoordig heten, wint Robert, nieuwe lichting CSGs. Ieder jaar weet die club een blik verse SKs open te trekken, ieder jaar domineren ze Middelstum bij de Bs, ieder jaar is dat ook het belangrijkste wapenfeit. De renners vertrekken, krijgen kinderen, promoveren naar de A’s, naar de elites, naar van alles. Meestal wordt er nooit weer wat van ze vernomen. Toch was dat een mooie sprint, met een serieus bebaarde winnaar. Ik denk dat ie volgend jaar voor Spaak rijdt.

Mijn verfmes. Dat heb ik bij me gestoken om reputaties van het asfalt te schrapen. Een lekker koersende renner met een lekke band. Vorig jaar een Gaul, dit jaar een CSG’er. Tom Akkerman, die iedereen pijn doet, maar gewoon achter het peloton finisht. Frank Huisman, die toch niet kan sprinten, ook al heeft ie wel de blik van een echt sprintkanon (=beetje geil, moeilijk te doorgronden). Gert de Veen. Deed die mee? Vast. Hij lacht ons allemaal uit. Tim Weerkamp, oud-winnaar die staat te supporteren. Jelte Krol, oud-winnaar, die bij de B’s koerst. De Zaes ploeg, die op het laatste moment nog bijna Berend Smilda tegen het asfalt werkt, maar wel met twee bosjes bloemen naar huis gaat. En alle dames, want die laten gewoon een Brabo winnen.

Als iedereen naar huis is blijf ik achter. Ik schraap wat met mijn verfmes. Ik spuug een beetje op de grond en schraap wat verder. Hee, daar ligt mijn eigen reputatie, zo plat als een overreden egel. Als niemand kijkt, doe ik het dansje van Hekman na. Achter hetzelfde muurtje en op mijn wielerschoenen. Godver, volgend jaar, dan is Middelstum van mij.


Ode aan een Renner: Bart “Burry” van Zeilen

Op volledig willekeurige tijdstippen brengen we een ode aan een renner uit het peloton. 

Bart van Zeilen fietst bij de Kannibaal. Dat is niet gek, want er fietsten in het het verleden wel meer rare snoeshanen bij De Kannibaal. Dat vindt men daar mooi, schijnt. Denk bijvoorbeeld aan Riemer Bosma. Of Oege Hiddema. Illustere voorgangers die, eerlijk is eerlijk, wel iets harder fietsen dan Burry.

Dat is misschien ook weer niet helemaal waar. Want er is bijna niemand die harder kan fietsen dan Burry. De machtige versnelling die hij kan plaatsen is zo verschroeiend dat er zelfs een woord voor is verzonnen: de Turboburry. Op de wielerbaan van Groningen ligt een segment met dezelfde naam, ook een soort ode. Daar kan zelfs die aap van een Tjerk Bos niets aan veranderen, met zn TB-segmentjes. Zo’n Turbobury-versnelling is maximaal 200 meter lang en gaat gepaard met het compleet imploderen van de renner in kwestie. Imploderen, want voor exploderen is geen ruimte meer in het machtige postuur van Van Zeilen. De Turboburry zou uitstekend geschikt zijn om een koers te winnen, maar de praktijk is weerbarstig en het schijnt zo te moeten zijn dat de versnelling ergens tijdens een volledig onbenullig moment op pakweg 1/3 van de koers wordt geplaatst. Acceleren, imploderen, parkeren, doubleren en abbandoneren is het credo.

Het is namelijk zo dat Burry vrij regelmatig in koersjes start. Uitrijden is veel zeldzamer. Wij kunnen ons de laatste keer niet heugen. Op zich geen ramp, ware het niet dat het uitstappen altijd vooraf wordt gegaan door een idiote versnelling, levensgevaarlijk terugzakken door het peloton, aansluiten in de mongolenwaaier, deze compleet naar de tering rijden, opblazen en dán pas afstappen. Volgens De Grote Johan Wekema is het doodzonde dat Burry niet naast een wielerbaan is geboren, want dan was ‘ie al lang Nederlands kampioen baansprint geweest.

Kan dat dan niet anders, die versnellingen? Nee, zo lijkt het niet. Is dat vervelend? Ja, zonder meer. Komt ‘ie er mee weg? Ja, eigenlijk wel, op wat gevloek van Tom Akkerman na. Dat komt doordat Burry een doodgoeie vent is. Zodra je met ‘m in gesprek raakt blijkt het een heel aardige kerel te zijn. Er komt een hoop onzin uit, maar dom is ‘ie zeker niet. De gesprekspartner blijft vaak wel verwonderd achter, maar dat komt meer door de immense hoeveelheid informatie die Burry in 1 gesprek weet te geven. Trainingsgeschiedenis (net nog een rondje Lauwersmeer gedaan), trainingspartners (half bekend wielrennend Nederland), wie is er goed (Burry), wie niet (Peter Merx), materiaal (nieuwe wielen), idolen (Jan Hekman), pannenkoeken (Tom Akkerman), etc.

Nog even over die wielen. Wij durven te wedden dat er maar 1 wedstrijdrenner in Nederland rondrijdt met zulke wielen. Spiegelende, zilverkleurige velgen, circa 45mm hoog, aluminium. Loodzwaar, vast en zeker. Fraai? Mwoah, nee. Maar goed, ieder z’n smaak. Om het hele beeld iets rustiger te maken is er ook voorzien in een aluminiumkleurig stuurlint met een dot ducttape. Dat Cervélo de fiets niet standaard zo afmonteert is eigenlijk een gemiste kans.

Het postuur van Burry is verder ook het vermelden waard. Wij denken dat er twee Luuk van der Meers in 1 Burry passen. Nou is dat ook een skrieltje natuurlijk, maar u heeft een beeld. Dat postuur heeft een reden. Het schijnt dat Burry goddelijk kan koken. Vraag Gerdin Boelens eens naar het diner dat Burry ooit voor hem bereidde. Het kostte aardig wat bloed, zweet en tranen zo middenin de zomer (vooral zweet, als wij Gerdin mogen geloven), maar dan stond er ook een godenmaal waar de Andy Schleck-lookalike zijn afgetrainde vingers bij aflikte. Een vloek, dat kooktalent. Met 15 kilo minder was Burry een podiumkandidaat in het amateurpeloton.

Nu is ‘ie vooral bekend van het live-verslag dat hij doet van de koers. Ook leuk, ook schitterend, maar wij zijn fan en zien Burry liever schitteren in de sprint. Daarom een oproep: Burry, lieve jongen, luister eens. Leg de telefoon aan de kant. Zeg alle eetafspraken met de familie Boelens af. Monteer nieuw stuurlint. Houd die wielen maar, vooruit. Rijd Peter Merx naar de kloten op de training. Trek je eens wat aan van het commentaar van Tom Akkerman. Kom terug als de renner die je ooit was. Schitter vooraan in het peloton. Laat Jan Hekman je hielen zien in de eindsprint. Win. Verlies desnoods, maar rijd uit. Wij zijn fan, laat ons weer eens juichen! <3

 

 

 


De Ronde: uit de buik van het elitepeloton

Daar ga je dan, zaterdagmorgen lekker uitslapen, uurtje rijden en op richting Uithuizermeeden. Uithuizerwatte? Onderweg word het al snel duidelijk, landelijk Gronings bevingsgebied met alle charme van dien. Het blijkt niet ver van Middelstum te liggen, word daar niet die ICW gehouden volgende week? We belandden op een totaal verkeerde plek in Uithuizermeeden, blijkbaar is het toch nog zo groot dat we moeten zoeken naar een sporthal, uiteindelijk vinden we hem aan de rand van het dorp. Een te kleine parkeerplaats staat volledig gevuld met auto’s van ploegleiders, renners en ondersteuning, via de bermen worden brutale inhaal- en parkeer-acties uitgevoerd.

Koffie! Of toch niet…. De gebekte renner naast mij, duidelijk uit de Randstad, krijgt te horen dat de koffie op is, voor hem blijkbaar, ik krijg mijn bakjes leut mee en zoek een plek aan een van de bruin verrookte tafels. Om mij heen strakke nerveuze bekkies, er staat namelijk wind, harde wind. Met windkracht 7 kan het een spektakel gaan worden, gelukkig leert een als weerman fungerende ploeggenoot mij dat het wel wat mee gaat vallen, die wind zwakt wel af. Aan de tafel naast mij zie ik een renner met trillende handen zijn rugnummer tot in perfectie opspelden.

Vooraf de start eerst nog tekenen, met een uiterst aanmoedigend dweilorkest en de lucht van de naastgelegen visboer krabbelen we wat in een hokje met ons nummer, waarschijnlijk had een kruisje ook wel volstaan. Eenmaal weer op de fiets worden we nog bijna omver gemaaid door een verbaasde automobiliste die blijkbaar meer aandacht heeft voor de mannen in lycra dan de rest van het verkeer, een vroegtijdige uitschakeling kon nipt worden voorkomen.

Ergens in een zijstraat vinden we net als voorgaande jaren het startvak, een stel hekken en linten moet de kudde onrustige bizons op hun plaats houden tot het na twaalven is. NWVG, Piels, Kannibaal, ze staan keurig vooraan in het vak, ik sluit keurig aan. Ondertussen slaat bij iedereen de spanning op hun blaas. Een Piels renner duikt de bosjes in achter de Rabobank, gevolgd door een jurylid, dit geheel tot vermaak van zijn ploeggenoten, uitsluiting van de koers kon nipt worden voorkomen door op tijd de boel af te knijpen. Op zoek dan maar naar een Dixi…. Op ruim 500m lopen van het startvak bleken de Dixi’s klaar te staan, tussen de drijvende keutels je plasje achterlatend en weer richting het startvak. Voor ik het vak weer instap verbaas ik mij over de enorme bril waar blijkbaar een renner achter verscholen gaat, Chiel Breukelmans heeft een Sagan achtige bril weten te scoren op een Chinese website blijkt bij navraag. Vanaf ongeveer de 4e rij wacht ik rustig op wat gaat komen.

Omdat de enige trein van heel de omgeving zo nodig om 12 uur door Uithuizermeeden moet rijden is de start een paar minuten later, vanaf vertrek is het gelijk opletten geblazen. We passeren nog start/finish waar een plaatselijke bekende nog iemand neerschiet met het startpistool om vervolgens ‘geneutraliseerd’ te vertrekken. Via de stoep, fietspaden, vluchtheuvels en bermen doet iedereen verwoede pogingen om voorin te belanden, een hoop onrust en gescheld tot gevolg. En dan gebeurt er eigenlijk weinig, door de ongunstige wind blijft de oorlog nog uit, tijd voor een plasje en geen gestress. Het moment dat iedereen wat begint in te dutten draaien we naar links door Lauwersoog, wind en op de kant, koers!! Het peloton barst in stukken en overal zitten renners te harken op het kantje. Zo’n 7-tal waaiers rijden uiteindelijk door Zoutkamp om nog meerdere malen gedeeltelijk samen te voegen en weer te breken. Die koplopers zien we niet meer terug, de grote achtervolgende waaier heb ik gemist en beland in een van de vele waaiers daarachter. Tegen beter weten in draaien we rond, pakken onze wedstrijdkilometers en onderweg een tasje eten bij de verzorging. Ondertussen trekken agenten nog een doorgedraaide automobiliste achter het stuur weg die een poging leek te doen om zoveel mogelijk renners omver te rijden. Niet veel later worden we uit koers gehaald, meer dan 7 minuten achterstand, het is over….

We rijden terug naar Uithuizermeeden, zoeken daar de bruin verrookte tafels en stoelen weer op, we gaan koers kijken, een ene Sagan mist nipt de winst… En de ronde? Winst voor Tijmen Eising.


De Ronde

Ergens op een parkeerplaats, in een middelgrote stad, in het noorden van het land, op een doordeweekse dag. De avond valt en in het schemerlicht verzamelt zich een groep uitgelaten fietsers, hardrijders, wielrenners. Zojuist stonden ze elkaar naar het leven, maar nu blijken ze allemaal vrienden. Ze lachen, schreeuwen en wijzen naar elkaar. Het is donderdagavond, overmorgen is De Ronde en het belooft kutweer te worden. Dat levert zenuwachtig gestuiter op.

Als eerste druipen de Spaakbaarden af. Die gaan dus naar Spaak, waar ze op donderdag hamburgers eten, met gebakken aardappelen en vette mayo. Dat is geen probleem, want Spaakbaarden worden niet opgesteld in De Ronde. Oh wacht, er is een baard die wat langer blijft hangen. Hij helpt een renner die lek heeft gereden. Zo zijn ze. En dat vinden wij super.

Ondertussen is er onenigheid over de uitslag. En dat is belangrijk, want wie wint, krijgt een zak drop. Een Kannibaal, die dit voorjaar al vrijwel alle dropjes mee naar huis heeft genomen maakt aanspraak op de winst, maar de organiserende studenten zijn er flauw van en gunnen hem niks. Hij gaat naar huis met lege handen. Natuurlijk blijkt daar dat hij wel gewonnen heeft. Wij hopen dat hij zijn woede omzet in strijdlust bij De Ronde.

De NWVG lijkt met de voltallige selectie aanwezig. En zoals altijd hoor je ze boven iedereen uit. Het Superrrrmooi schalt over de parkeerplaats. Toch, in het midden is een oud-winnaar van de Ronde juist verbazend stil. Zijn team heeft de koers tactisch gereden en de NWVG-ers hebben beslag gelegd op de meeste ereplaatsen tussen de 20 en de 50. Daarmee doen ze het gemiddeld iets slechter dan de meestrijdende dames. Wij denken dat ze aan het sparen waren.

Vanavond was de derde plek voor Het Talent, dat even om zich heen kijkt, een babbeltje maakt en er dan vandoor scheurt. Vol gas. In zijn foeilelijke geel-en-blauwe pakje buigt hij zich sierlijk over zijn racestuurtje. Als hij op de pedalen gaat staan, is het even stil op de parkeerplaats. Nog een jaar of twee, dan mag hij zijn eerste Ronde rijden. Wij zijn vooral jaloers.

Langzaam volgen de meeste renners, dames en heren, het voorbeeld van de baarden en Het Talent. De studenten klappen de wedstrijdtafel op en smijten die achter in hun koersbak. De laatste achterblijvers worden steeds luider. Ergens staat een bodybuilder grappen te maken. Een Volvo scheurt weg. En een renner van Omega verlaat als laatste de parkeerplaats. Ooit werd hij regelmatig 10e, een eer die hij dit jaar keer op keer aan Karten moet laten.

Wat achterblijft is de verwachting. Terwijl de zon de hemel roze kleurt, weten wij dat het gaat regenen en waaien. Wij weten ook dat de winnaar van vorig jaar, dit jaar de Ronde van Vlaanderen gaat rijden. De Hoogmis van het Wielrennen. Dat is niet waar wij gespannen voor zijn, wij hebben het natuurlijk over de Ronde van Groningen. Dat is zoiets als de Gereformeerde Kerkdienst van het wielrennen.  Het is waaien, regen en smalle weggetjes. Met een klein verschil: een kerkdienst vinden wij kut, dit is fantastisch.


Trainen op de Kardingeberg

De berichten dat vedette Kievit geblesseerd zal moeten afhaken in de komende weken, heeft oude concurrenten hoop gegeven. RonaldH en Billy Bronco (namen die menig vrouwenhart sneller doen kloppen!) hebben naar onconventionele methoden gegrepen om snel een trainingsachterstand te overbruggen. Op de Kardingeberg in Groningen bereiden zij zich voor op het komende wegseizoen.

Met korte sessies bergop en felle sprints bergaf, hopen ze het gat naar de top van het amateurpeloton te dichten. H. en Billy nemen daarbij geen halve maatregelen: voor extra trainingsopbrengst doen ze de trainingen met Tacx, zonder helm en imiteren ze bekende renners uit het profpeloton (Froome). Er zijn Kannibalen die al interesse hebben getoond. Zo liet de tijdrijder Berend Smilda weten dat hij hier een ‘traditie’ van wil maken.

Wat het oplevert is vooralsnog de vraag. Uw reporter denkt dat Bronco zomaar kan uitwijken naar een idiote mountainbikekoers in Schotland en H. wellicht gewoon een paar laffe tijdritjes gaat doen. Geruchten dat deze methoden ‘helemaal niet zijn toegestaan’ wilde de KNWU bevestigen noch ontkennen. Ook Herman Ram liet weten dat hij hier op geen commentaar heeft. Toen Ram leerde dat hij te maken had met uw reporter van De Buik voegde hij er ongevraagd en onnodig aan toe dat hij de benaming ‘Spaakbaard’ kwetsend en onreglementair achtte, maar dat terzijde.

Mochten er ontwikkelingen zijn, dan leest u dat hier het eerst.