De Kalender

De kerstvakantie is het ideale moment om het komende wielerjaar te plannen. Een cyclo? Nu een keer tijdrijden? Welke koersen staan op het menu? Wanneer is het DK? Bij welke klassiekers mogen we niet ontbreken? Gelukkig is er van alles nog niet duidelijk, dus er blijft genoeg te dromen.

Vorig jaar hebben we een koerskalender voor jullie gemaakt. Dat was tyfus veel werk en we hadden niet het idee dat dat helemaal op waarde werd geschat. Dus dat doen we waarschijnlijk dit jaar niet weer. De reden waarom we die kalender maakten is natuurlijk nog niet weggenomen: het schema van aanstaande koersen is nog steeds een teringzooi.

Op 27 januari (ja dat lees je goed) begint het seizoen in Annen. Dat is over drie week. Als je dus deze vakantie niet tenminste acht keer op een tacx (of verwant apparaat) hebt gezeten, is je seizoen al voor de helft voorbij en ga je voorlopig niks winnen. Op 16 februari (want fuck it, hoe eerder hoe beter) is Sleen. Rond die tijd beginnen de dropkoersen in Groningen weer. Op 2 maart de Ronde. De Ronde. Van Groningen dus (voor elite-renners). Op 16 maart volgt de ouwe-lullen-klassieker, die dit jaar voor de 2e keer gereden wordt, op de Col du Vam.

Op 17 maart volgt de klassieker der klassiekers van het noordelijk ICW-circuit: Middelstum. Een omloopje door het aardbevingsgebied. Al jaren vaste prik op de kalender. Valhelm verplicht.

Wat volgt zijn Kleine Hein, de Bronneger Bult, Ureterp, De Meerdaagse, Eelde, Ternaard (of spellen we Ternaart?), De Ronde van Zuid-Oost Friesland (of spellen we Fryslân?), misschien we maken misschien wel een uitstapje naar Noord-Holland, of een criterium in Hardenberg.

God jezus, wat hebben wij hier ontzettend veel zin in.

Het DK vindt normaal gesproken plaats op tweede pinksterdag. Dat is ook de dag van de fietselfstedentocht, dus dat wordt weer een moeilijke afweging. Met 15.000 wappies door Friesland toeren, of de belangrijkste koers van het jaar. Lastig lastig.

We koersen al een tijdje. En we hebben altijd wel iets te zeiken. Bijvoorbeeld dat na vier keer oefenen de KNWU ‘Bronneger’ nog steeds niet goed kan spellen (zie het plaatje bij dit bericht). En dat er nog geen organisatie is aangewezen voor het DK-Noord.

Waar we echt een beetje zand van in het, nou ja, waar we echt chagrijnig van worden: Op 20 april is onze hoogmis, onze D-Day, de dag waarop alles moet gebeuren: Kleine Hein. Er zijn maar weinig koersen die zo gaaf zijn als Kleine Hein. Eigenlijk heeft geen enkele koers dezelfde status, als we heel eerlijk zijn zelfs het DK niet. Komt Folsgare in de buurt? Niet qua status, maar wel qua datum: 19 april.

WTF. Waarom zou je in godsnaam twee van de mooiste koersen van Noord-Nederland in hetzelfde weekend proppen? Is de telefoonverbinding Sneek-Emmen zo slecht dat we dit niet wat beter op kunnen lossen? Hoe krijgen wij in godsnaam twee dagen achter elkaar verlof van onze vriendinnen, hè? Leg dat maar eens uit?!?


Man vindt binnen trainen stom want buiten trainen kan ook

Mark (42) heeft geen goed woord over voor fietsers die binnen trainen. Dit omdat je ook buiten kan trainen. “Weer of geen weer, ik fiets buiten”, aldus Mark. “Veel van mijn vrienden trainen in de winter binnen, maar dat kan toch ook gewoon prima buiten? Je gaat toch niet binnen op zo’n ding zitten te zweten? Ik regen liever nat!” Daar stopt het echter niet voor Mark. Zo eet hij al tijden geen appels meer, want sinaasappels vullen ook. “Alleen maar appeltjes van oranje voor deze jongen!”, spreekt Mark krachtig. Ook zwarte veters zijn voor Mark inmiddels onbespreekbaar. “Mensen met zwarte veters begrijpen kennelijk niet dat bruine veters minstens net zo goed strikken.” Ook heeft Mark roze muisjes, auto’s van Renault en jassen met ritssluiting in de ban gedaan wegens uitstekende alternatieven. “Echt belachelijk dat mensen daar nog voor kiezen”, laat Mark optekenen. De vrienden, familie en werkgever van Mark hebben inmiddels ook een prima alternatief voor Mark gevonden. Dit omdat Mark een starre en bekrompen lul is.  

Henk is een amateur

Amateur. Da’s Frans. Betekent ‘liefhebber’. Als je een amateur bent, dan ben je dus een liefhebber. Een ‘liefhebber van’ zelfs. Voor ons wielrenners kunnen jullie ‘m natuurlijk allemaal wel inkoppen. We zitten niet 5 tot 10 uur per week op de fiets omdat we daar zo vorstelijk voor betaald worden of omdat onze sponsorcontracten zo ongelooflijk dik zijn. Behalve die van Burry dan, maar er zijn er maar weinigen die het het combineren van twee liefhebberijen kunnen samenvatten als baan. Doet-ie goed, die Bur.

Maar liefhebbers dus. Liefhebbers die thuis n+1 aan fietsen hebben staan, liefhebbers die de partner en kroost elke zomer weer zover moeten krijgen om nóg een keer naar die godvergeten Alpen of Dolomieten te rijden. Liefhebbers die een half jaarsalaris naar de Bike Life’s en de Belga’s overmaken onder het mom van ‘sporten is gezond’. En niet dat dat liefhebben nou zo veel oplevert. Een paar tientjes aan premie als je redelijk bent, misschien 100 ballen per seizoen en een paar kutmedailles en lelijke bekers als je heul goed bent.

Verder vooral veel mislukte weekenden, spierpijn, schaafwonden, botbreuken en veel meer kapot materiaal dan de NTFU-verzekering wil vergoeden. Alleen omdat we het spelletje wielrennen allemaal zo verdomde liefhebben. Daarom is dit stuk een ode aan Henk. Henk Hulzebos. Uit Assen. Henk is ook zo’n liefhebber. Een veel geziene gast op de noordelijke ICW’s op de weg maar vooral ook in het veld. Bij het DK Tijdrijden zagen we hem zelfs (mét opzetstuur) starten in de funklasse. Omdat ook Henk een liefhebber is. En daar moet Henk het ook vooral van hebben, van dat liefhebben. Want hard gaat Henk niet echt.

We zijn inmiddels alweer al voorbij ronde 5 van de ICW Noord Wintercompetitie en de schatting is dat Henk ongeveer de helft van het aantal ronden gecrossed heeft van de winnaars van die crossjes. In Zevenhuizen stond Henk al met startnummer 2 (Henk schrijft zich waarschijnlijk al in de lente in) vooraan in zijn blauw-wit-rode tenue te blauwbekken, om vervolgens binnen zijn eerste ronde op een ronde gereden te worden door Bart Barkhuis, Patrick van der Duin of een andere klepper op een crosser. Dat gebeurde vervolgens elke twee ronden weer. Eindsaldo: Henk: 4 ronden, de rest 8. In Kardinge (suuuuupermooi crossje trouwens, hulde CSG) was het al niet anders. Dit keer kregen we er nog een mooie koprol van Henk bij. Was ook een klotestoepje, net voor start-finish.

Maar liefhebber, dus doorfietsen. We moesten wel elke ronde die klotebult op (met een kleine hartaanval op de trap), dus Henk: 2, de rest 6. Trimunt? Zelfde liedje. Elke twee ronden reden we Henk achterop. Goddank zie je ‘m door de bomen al van ver, dus dan kun je je inhaalactie een beetje timen. Of het is zijn zoon, die rijdt met dezelfde kleding en net iets harder dan zijn vader. Ze weten inmiddels wel hoe ze uit de weg moeten gaan bij een klimmetje, want liefhebber, dus anderen in de weg rijden kan natuurlijk niet. Henk 4, de winnaar 9. Coevorden? Idem dito. Ronostrand? Ook daar was Henk de fietsende hindernis. Gelukkig hoefde je ‘m niet te bunnyhoppen. Maar vinden we dat dan erg? Natuurlijk niet. Zelfs niet als we even van de fiets moeten omdat Henk in de weg ligt. Want hartjes Henk. 4

Henk is de belichaming van alles dat het amateurwielrennen zo mooi en zinloos maakt. Jezelf een uur lang in de kou op het rooster leggen in de wetenschap dat je nooit zal winnen. Dat je uiteindelijk ergens halverwege het A4’tje van Dieuwke bungelt en dat je blij mag zijn als je uiteindelijk top 10 bereikt in het eindklassement (al is dat dan alleen maar omdat je aan meer crossjes bent gestart dan de échte goeien). Henk weet dat. Henk weet zelfs dat hij bijna altijd onderaan staat, maar uiteindelijk wel keurig top 10 in de einduitslag staat. Omdat Henk er altijd is. Omdat Henk nooit afstapt. Omdat Henk een liefhebber is. Een fucking amateur.


Boycot

Wij drinken nooit weer Red Bull. Eerlijk is eerlijk, ook voor vandaag zouden we het meestal afslaan, zelfs als het gratis is. Het bevat veel suikers, stoffen die ooit op dopinglijsten hebben gestaan en het ruikt naar bubbelgum. Kortom, dat kan nooit goed zijn. Maar na vandaag vinden we Red Bull gewoon stom. Stom genoeg om te zeggen dat we er nooit weer een slok van zullen nemen.

Op zondag 7 oktober 2018 werd de Kop over Kop gereden. Daar keken we naar uit. Een amateur-fiets-event voor de massa. What’s not to like. Een van onze podcast-jongens deed mee. Hij werd zelfs tweede met zijn ploegje hardrijders. Wij trots, hij trots, iedereen blij. Domper op de feestvreugde was dat tweede worden plots niks meer is. Geen vaantje, geen goodie bag, niet even een foto op het podium, niet eens een bidon. Helemaal niks. Vond ie niet leuk, weten wij. Beteuterd is het goede woord. Dat vonden wij dan wel weer grappig.

Dus dat is natuurlijk niet de reden waarom we nooit meer Red Bull drinken. Ook dat alles heel matig georganiseerd was, is daar geen reden voor. Dan zouden we allerlei criterium-dorpjes en omloopjes ook nooit weer drinken. En dat doen we juist wel. Als je ze drinken kon, natuurlijk. Nee, slecht georganiseerde wielerevents is een dingetje waar wij een beetje opgewonden van worden. Dus dat was het probleem ook niet. Fair is fair: voor een criterium betaal je vaak € 5,- ofzo. Voor Red Bull Kop over Kop €200,-. Aan het geld kan het niet gelegen hebben.

Dat we, onderweg naar een toertochtje, op zaterdagochtend om half 9 al om moesten fietsen omdat er anderhalve dag later een evenement werd georganiseerd door het centrum van Roden is ook niet de reden dat we nooit meer Red Bull drinken. Ook al wordt dat evenement gesponsord door Canyon, een fietsenmerk dat alleen via internet te krijgen is, en wat andere grote bedrijven. De winkeliers en inwoners vonden die onbereikbaarheid wel prima, want ze verkochten wel wat extra tosti’s en een ijsje en er was eens wat te doen in dat gat.

Het probleem was de prijsuitreiking. Want wat blijkt: het eerste mannenteam kreeg vijf flessen champagne en mocht elkaar daarmee onderspuiten. Ze kregen een goodie bag (zij wel!). Een soort cheque met hun teamnaam erop, maar zonder waarde. Een heel lelijke beker. En voor alle vijf stond een hogedrukreiniger klaar. Wat de fuck moet je daar nou mee!? Weten wij veel, maar er was een prijzenpakket.

Het eerste vrouwenteam kreeg een goodie bag, een cheque zonder waarde en een lelijke beker.

Meer niet? Nee, meer niet. Geen champagne? Nee. Geen hogedrukspuit? Nee. Geen seksistische variant op een hogedrukspuit? Nee. Waarom niet? Omdat het vrouwen zijn, duh.

En wij vinden dat bespottelijk. Dat wielrennen al jaren alles op alles zet om vrouwen te discrimineren is al stom. Maar dat dit bij ieder nieuw evenement ook weer zo duidelijk zichtbaar moet worden, wij snappen er geen reet van. Hoe moeilijk kan het zijn om in ieder geval gelijke prijzen uit te reiken? Zeker als je alleen de winnaars wat geeft. Dat is dus echt heel stom.

Dat eerste vrouwenteam bestond uit Anneke Dijkstra, Sanne Bouwmeester (blijkt dus nooit geroeid te hebben), Ivana Tiessens, Marthe Roose en Mathea Nijmeijer. Ze reden snoeihard, met meer dan 40 gemiddeld, bijna 5 minuten sneller dan het tweede damesteam. Dat deden ze onder de naam ‘Team Drenthe’. En laat dat nou ook één van de hoofdsponsors zijn van dit evenement! De provincie Drenthe. Dus wij zijn wel benieuwd wat de Drentse politiek hier van vindt. En de Drentse pers. En iedereen. Is dit normaal? Of vinden jullie dit ook stom?


De Grote Vriendelijke Reus van Delfzijl

Berend Slagter is een held. Een man met twee gezichten. Enerzijds de Grote Vriendelijke Reus van Cyclesport. Altijd goedgehumeurd, maakt zich niet snel druk en is in het bezit van een gezonde dosis humor en zelfspot.

Op de fiets is Berend anders. Dan beeldt hij in alles het woord Flandrien uit. Grote kerel, noeste vent. Iemand die kasseien eet als ontbijt. Een man die zich niet laat afstoppen door een regenbuitje, maar dan juist vervelend hard begint te rijden. Grimas op het mijnwerkersgelaat en gaan. Hard gaan. Bij regen is Berend pas echt in zijn element.

Vandaag is dat anders. Berend z’n gezicht straalt van alles uit, maar van joie de vivre is geen sprake. Je zou ook voor minder zeg. Ergens eind september, in de regen rondjes rijden en glibberen door Delfzijl of all places. Want wat de Sluitingsprijs Putte-Kapelle voor het Vlaamse koersjaar is, is Rondje Ziel (want zo heet de koers) voor ons. Het sluitstuk van het noordelijke wielerjaar. Supermooi en supergoed dat koersen als deze er zijn.

Deze koers wordt nu een paar jaar georganiseerd en dat doen ze goed. Want eigenlijk wil je met dit weer gewoon met een bokbiertje languit op de bank cross kijken. En friet met stoofvlees eten natuurlijk. Ondanks dat wordt Delfzijl een weekend lang overspoeld door wielrenners uit het hele land. Dat heeft natuurlijk alles te maken met het feit dat het finaleweekend van de clubcompetitie plaatsvindt in Delfzijl. De elitejongens en -meisjes mogen ook nog een omloop en een ploegentijdrit rijden in regen en wind. Lucky bastards!

In de kantlijn daarvan draaien de amateurs en de sportklasserenners ook hun rondjes Ziel. Over ziel gesproken, sommigen rijden hier echt rond met de ziel onder hun arm. De laatste restjes moraal bij elkaar gesprokkeld om er toch nog wat van te maken. Waar een hoop renners inmiddels al een punt achter hun seizoen hebben gezet of zich richten op het NCK, is het toch een vrij groot peloton dat hier een startje waagt. Veel mannen van Otto Ebbens, een heel contigent studenten, een paar mannen van Team Agu/Zaes/ATB Noord, veel Stormvogels, wat Kannibalen, die kerel die Bronneger won en nog een paar vermetele bekenden en onbekenden. Hulde!  

Over de koers kunnen we vrij kort zijn: Niemand kwam weg, maar achteraan stond de deur wijd open. Dat kwam misschien door het hoge tempo, misschien door het slechte weer of misschien door een gebrek aan echte moraal. Of een combinatie van deze factoren, dat kan natuurlijk ook. Joakim Zuidema won voor Dennis Steverink (Egon, lees je dit? Het kan gewoon!) en Evert Jan Veldkamp.

En Berend? Die sprintte niet mee. Hij verkoos een plekje in de buik van het peloton, het gezicht op onweer. Nog één keer de vingers spreekwoordelijk tussen de deur geklemd. Nog één keer alles op alles. Pas in de laatste ronde mocht hij het peloton laten lopen van zichzelf en met de handen in de lucht kwam hij over de finish. Met €2,50 aan premies in de broekzak mocht hij naar huis. Die premies zijn voor Alle, Berend z’n zoontje. Berend blij, Alle blij, dus wij ook blij!

Nu nog één keer Corpus, misschien nog het NCK en dan kan de fiets in de schuur. Voor eventjes dan, want Annen komt er alweer aan…


NCK roddel en achterklap

We hebben jullie hulp even nodig.

Volgende week is het NCK, het hoogtepunt en de afsluiter van het seizoen. Heel wielrennend Nederland verzamelt zich in Dronten en gaat daar een wedstrijdje rijden. We begrijpen dat er 1200 deelnemers zijn. Het lijkt de fucking fietselfstedentocht wel.

Nou lijkt het ons leuk als die podcast jongens van ons daar een special over maken. En dus gaan ze dat doen.

Om ze een beetje te helpen hebben we wat roddels, achterklap en jullie input nodig. Wie hebben er zin in? Wie niet? Welke teams zijn favoriet? Wie wint de afterparty? Wie hebben wel getraind? Wie spuiten al weken epo? We willen alles weten.

Reageren kan op Facebook en op onze site, via Twitter of lekker anoniem via ons bekende emailadres. De beste roddels komen in de podcast. En die nemen ze vrijdag op, dus vrijdagmiddag ga jij extra hard het weekend in, op weg naar het NCK.


Het einde is nabij

Ja, klopt. Door alle commotie van de afgelopen tijd zijn we kapot geprocedeerd door een tijdrijder en zijn fanatieke gevolg. Het geld is op, de stekker moet er uit. Dank voor jullie ongelofelijke enthousiasme en steun, tot in de kopgroep!

Nee hoor mensen, niks aan het handje. Gewoon een flinke herfstblues. Het is verdomme alweer september en op de een of andere manier moet je de KNWU-kalender op de kop houden, leegschrapen en hopen dat er rond deze tijd nog een druppel koers uit dondert waarvoor je niet naar de godvergeten andere kant van de wereld hoeft te rijden. Mooi kut voor een renner die nog geen deuk in een pakje boter heeft gereden en nu nog iets van z’n seizoen probeert te maken. Puur hypothetisch gezien, dan. Wij kennen die renners niet, laat staan dat wij van die renners zijn.

Maar goed, stél wat wij van die renners waren, dan zaten we nu te dubben of we toevallig nog Nederlands Kampioen tijdrijden gingen worden in Bemmel, of dat we het seizoen gingen redden in het ongetwijfeld troosteloze centrum van Wolvega. Wij kiezen persoonlijk liever voor een hipster-ICW in aardbevingsgebied. Daar winnen en er kraait geen haan naar, just the way we like it. Wij rijden voor het plezier, het winnen kan ons gestolen worden. Gelukkig maar. Anders zouden we wel snel nog even onze Amateurlicentie inruilen voor een Sportklasselicentie, ofzo.

De zomer vloog voorbij, en voordat je het weet stuntel je weer op de crosser door het bos om het bier en de pepernoten nog een beetje tegenwicht te bieden. Pak nu dus nog even wat je pakken kan. Extraspeciaal, voor jullie, op chronologische volgorde, de kersjes op de Seizoen 2018-taart. Met linkje voor het gemak!

16 september: ICW Schaphalsterzijl
16 september: NK Tijdrijden Masters – Ronde van Bemmel
16 september: Ronde van Wolvega
22 september: Tijdrit Zurich
23 september: Ronde van Delfzijl
30 september: AGU Omloop Haarlemmerliede & Spaarnwoude

Die AGU Omloop wordt overigens ook wel de Harko Kievit memorial genoemd, ter nagedachtenis aan zijn schitterende carriere. Het schijnt dat de firma AGU speciaal “good old” Jan Hekman invliegt om deze klassieker (140 km!) voor het zieltogende Team AGU (Hekman / ZAES / Pascal Vergeer / RBL) binnen te harken. Daar willen we bij zijn, wielergeschiedenis!


Remco Grasman

Remco Grasman heeft aan ons laten weten dat hij zich terugtrekt voor het NK Masters. Dank, Remco, daar zijn we blij mee. We vinden namelijk echt dat je daar niet thuis hoort. En nee, dat is geen sneer naar de deelnemers, dat is ook niet per se om jou dwars te zitten, dat is omdat het niet hoort.

Zoals we eerder deze week schreven is Remco een fenomeen. Tijdrijden wordt vaak gedaan op dezelfde parcoursen, over meerdere jaren. Iedereen die er aan mee heeft gedaan kent er wel een paar: Vadesto net onder Zwolle, Lemmer door de Schaatsvereniging, Warns door WV Snits, het Monstertijdrit-parcours, of Luinjeberd vlakbij Tjalleberd (we verzinnen dit allemaal niet).

Op die parcoursen wordt al jaren gestreden. Grote helden uit het heden en het verleden hebben daar toptijden neergezet. Groningen had jaren lang Steven Sloof. Twee meter lang, alleen maar spieren en een paar longen. Een fenomeen. Steven zette op vrijwel ieder parcours een record neer. Niet ieder jaar is hetzelfde, tijdritten zijn moeilijk met elkaar te vergelijken, maar als je overal records hebt ben je gewoon fantastisch.

Na Steven kwamen Wieger van der Wier en Ronald Heringa. Die pakten niet alle records af, maar reden er wel een paar uit de boeken. En al die renners zaten te klooien met hun licenties. Sloof reed op een Amateur-licentie, net als Heringa, beiden wisselden nooit binnen een seizoen naar beneden (en moesten wel accepteren dat ze wat langzamer werden). Van der Wier is juist een echte elite. Thomas Wobma werd steeds een beetje minder en kreeg daardoor ook steeds een andere licentie, jaar na jaar.

Johan Tijssen bewandelde de weg de andere kant uit: hij stapte voor de eerste keer op een TT-fiets bij een NK Vrije Renners. Hij won dat. Werd het seizoen daarop elite en keek niet weer om. Zo doen kampioenen dat.

De kampioen van de laatste jaren is Remco Grasman. Die traint niet alleen snoeihard, hij rijdt ook zo. Op vrijwel alle bekende parcoursen heeft hij het record. Nee, hij won niet alles, maar wel vrijwel overal een keer. Z’n materiaal, z’n houding, z’n voeding, alles was in orde. Hij had een beroemde trainer. En pakte ook grote titels: De Monstertijdrit, NK ZC, en vorig jaar het WK. Daarom mag ie nu in zo’n strak, glibberig wit pakje rijden. Laat het duidelijk zijn, voor zo’n tijdrijder hebben wij niks dan respect. Remco stuwt die andere maffe tijdrijders omhoog, of ze dat nou leuk vinden of niet.

Bij sport hoort dat je ook je plek kent en tradities waardeert. Volgend jaar is een nieuw jaar. Dan worden er nieuwe licenties aangevraagd. Dat is het moment om naar beneden te gaan. Dan zien we Remco graag terug als amateur. Tot die tijd is hij voor ons de huidige wereldkampioen en bronzen medaillewinnaar op het NK Elite ZC van 2018.


Licenties

Ok, ok, sorry. We schreven gister een stukje over de deelname van een elite-renner, aan een evenement dat alleen open staat voor sportklasse-renners en amateurs. Het blijkt dat we er helemaal naast zaten. Dus onze oprechte excuses. Sorry, sorry, sorry.

Natuurlijk kan een elite-renner niet aan een kampioenschap meedoen, dat niet voor hem open staat. Stom, stom, stom.

Wat wel kan – zo blijkt – is dat iedereen zijn licentie lukraak inruilt voor een andere en dan mee kan doen aan een evenement, waar die persoon eerst niet aan deel mochten nemen. Dus wil je als elite graag meedoen aan een amateur-klassieker? Even bellen met de KNWU en hup, daar ga je voor de winst in Kleine Hein. Of denk je dat deelnemers aan jouw prof-versie van de Amstel Gold Race te goed zijn: één mailtje, en er is vast ergens een koersje in Zuid-Limburg op een ander niveau dat je kan winnen.

In dit geval heeft de betreffende elite zijn licentie midden in het seizoen ingeruild voor een sportklasse licentie en kan nu meedoen.

Als we het goed begrijpen, mag hij na afloop van de wedstrijd zijn gloednieuwe sportklasse status weer omruilen voor de elite versie. Dit laatste heeft nog niemand uitgeprobeerd, maar we gaan er van uit dat de KNWU dat regelt.

Er zitten twee kanten aan, waar we nog een beetje mee worstelen:
1. hoe kan je in godsnaam aan verschillende Nederlandse Kampioenschappen meedoen in één jaar? In theorie kan je dus in meerdere klassen Nederlands Kampioen worden. De kans dat deze renner op twee podia finisht is natuurlijk levensgroot. Heel bijzonder.
2. Waarom hebben we in godsnaam licenties? Alleen maar om geld over te maken aan de KNWU? Als dit de regels zijn, dan kunnen we toch gewoon maar wat aankutten.

Je komt bij een wedstrijd, maar je hebt de avond ervoor toch te veel gezopen: Sportklasse. Een week later heb je net een nieuwe liefde, de hele week op je eten gelet (want je wil niet uit je bek stinken) en je voelt je alsof je de wereld aankan (want met een nieuwe liefde komen ook de voordelen in dikke scheppen): Elite. Weer een week later gaat alles wel ok (want het experimenteren begint zijn tol te eisen): amateur.

Super van de KNWU dat jullie dit mogelijk maken. We meenden dat jullie bezig waren met een promotie-degradatiereglement, maar we wisten niet dat het daarbij alleen maar ging om het betalen van administratiekosten.

Oh ja, of we denken dat iedereen die aan het NK Masters meedoet een wielrenner voor spek-en-bonen is? Dat klopt. Maar dat zijn precies de renners waar wij superveel van houden. 


NK Tijdrijden voor masters (en elite)

Hij staat er echt, als nummer 14 op de lijst: Remco Grasman. En dat is opmerkelijk.

Bijna iedere Nederlandse wielervolger kent Remco Grasman. Waarvan? Van één van de meest ongelukkige valpartijen ooit. Bij het NK Tijdrijden voor Elite in 2015 viel hij van het startpodium en brak zijn arm – daar haalde hij Studio Sport mee (en ging ‘ie viral). Ik kan er eigenlijk niet naar kijken, zo pijnlijk ziet het eruit.

Wat de kenners weten is dat Remco een beetje een fenomeen is. Hij rijdt al een paar jaar lang alle tijdrijders op een hoop. Vrijwel alle elites “zonder contract” hebben wel van hem verloren. En een heel pak elites met contract ook.

Daarnaast is het ook een beetje een brekebeen, want ieder jaar zit ie ook een keer in de lappenmand. Dit voorjaar brak hij zijn heup. Hij ging op krukken naar wedstrijden, waar hij vervolgens de concurrentie op een hoop reed. Dat Remco een beetje een eikel is liet ie dan direct weten: bij de prijsuitreiking verzuchtte hij verschillende keren dat het ‘niet zo goed ging’.

Leuk hoor, verliezen van een man op krukken, die zich achteraf gaat indekken. Wij hebben daar een woord voor: sneuneus. 

Daar kan Remco niet zoveel aan doen, hij komt namelijk uit de atletiek. Die zijn een beetje raar. Zoals we allemaal weten kan niet iedere niet-wielrenner zich normaal gedragen. Dat telt ook voor wielrenners, trouwens. En zeker voor tijdrijders. Nou Remco hoort bij al die categorieën en dat zal ie laten weten ook.

Hij traint zich suf. En omdat ie geen werk heeft, leeft ie als een prof. Met hoogtestages. Met gesponsord materiaal. Met alles.

Dit jaar werd Remco 3e op het NK Tijdrijden voor Elites zonder contract. Supergoed, omdat hij dus dit voorjaar zijn heup had gebroken. Maar Remco wil meer! Remco vindt dat ie recht heeft op een rood-wit-blauwe trui, godverdomme. En daarom heeft hij zich ingeschreven voor het NK Tijdrijden voor Masters. Dat staat normaal alleen open voor Amateurs, Sportklasse renners en Erik Dekker. Dus voor renners uit de allerlaagste regionen van het wielrennen. Maar kennelijk heeft Remco het voor elkaar gekregen om zich met zijn elite-licentie in te schrijven.

Dus op plek 14 staat Remco Grasman. Semi-prof. Tussen een huisvader, een assistent-bedrijfsleider van een supermarkt, een fietsenmaker en een magazijnmedewerker. En Remco gaat die allemaal even naar huis rijden. Dat is raar, want volgens ons mag het niet: je kan maar één keer per jaar meedoen met een NK, toch? Remco niet, die mag gewoon nog een keertje. 

Ja, tenzij Erik Dekker mee gaat doen natuurlijk, dan wordt het misschien nog spannend.