Het einde is nabij

Ja, klopt. Door alle commotie van de afgelopen tijd zijn we kapot geprocedeerd door een tijdrijder en zijn fanatieke gevolg. Het geld is op, de stekker moet er uit. Dank voor jullie ongelofelijke enthousiasme en steun, tot in de kopgroep!

Nee hoor mensen, niks aan het handje. Gewoon een flinke herfstblues. Het is verdomme alweer september en op de een of andere manier moet je de KNWU-kalender op de kop houden, leegschrapen en hopen dat er rond deze tijd nog een druppel koers uit dondert waarvoor je niet naar de godvergeten andere kant van de wereld hoeft te rijden. Mooi kut voor een renner die nog geen deuk in een pakje boter heeft gereden en nu nog iets van z’n seizoen probeert te maken. Puur hypothetisch gezien, dan. Wij kennen die renners niet, laat staan dat wij van die renners zijn.

Maar goed, stél wat wij van die renners waren, dan zaten we nu te dubben of we toevallig nog Nederlands Kampioen tijdrijden gingen worden in Bemmel, of dat we het seizoen gingen redden in het ongetwijfeld troosteloze centrum van Wolvega. Wij kiezen persoonlijk liever voor een hipster-ICW in aardbevingsgebied. Daar winnen en er kraait geen haan naar, just the way we like it. Wij rijden voor het plezier, het winnen kan ons gestolen worden. Gelukkig maar. Anders zouden we wel snel nog even onze Amateurlicentie inruilen voor een Sportklasselicentie, ofzo.

De zomer vloog voorbij, en voordat je het weet stuntel je weer op de crosser door het bos om het bier en de pepernoten nog een beetje tegenwicht te bieden. Pak nu dus nog even wat je pakken kan. Extraspeciaal, voor jullie, op chronologische volgorde, de kersjes op de Seizoen 2018-taart. Met linkje voor het gemak!

16 september: ICW Schaphalsterzijl
16 september: NK Tijdrijden Masters – Ronde van Bemmel
16 september: Ronde van Wolvega
22 september: Tijdrit Zurich
23 september: Ronde van Delfzijl
30 september: AGU Omloop Haarlemmerliede & Spaarnwoude

Die AGU Omloop wordt overigens ook wel de Harko Kievit memorial genoemd, ter nagedachtenis aan zijn schitterende carriere. Het schijnt dat de firma AGU speciaal “good old” Jan Hekman invliegt om deze klassieker (140 km!) voor het zieltogende Team AGU (Hekman / ZAES / Pascal Vergeer / RBL) binnen te harken. Daar willen we bij zijn, wielergeschiedenis!


Remco Grasman

Remco Grasman heeft aan ons laten weten dat hij zich terugtrekt voor het NK Masters. Dank, Remco, daar zijn we blij mee. We vinden namelijk echt dat je daar niet thuis hoort. En nee, dat is geen sneer naar de deelnemers, dat is ook niet per se om jou dwars te zitten, dat is omdat het niet hoort.

Zoals we eerder deze week schreven is Remco een fenomeen. Tijdrijden wordt vaak gedaan op dezelfde parcoursen, over meerdere jaren. Iedereen die er aan mee heeft gedaan kent er wel een paar: Vadesto net onder Zwolle, Lemmer door de Schaatsvereniging, Warns door WV Snits, het Monstertijdrit-parcours, of Luinjeberd vlakbij Tjalleberd (we verzinnen dit allemaal niet).

Op die parcoursen wordt al jaren gestreden. Grote helden uit het heden en het verleden hebben daar toptijden neergezet. Groningen had jaren lang Steven Sloof. Twee meter lang, alleen maar spieren en een paar longen. Een fenomeen. Steven zette op vrijwel ieder parcours een record neer. Niet ieder jaar is hetzelfde, tijdritten zijn moeilijk met elkaar te vergelijken, maar als je overal records hebt ben je gewoon fantastisch.

Na Steven kwamen Wieger van der Wier en Ronald Heringa. Die pakten niet alle records af, maar reden er wel een paar uit de boeken. En al die renners zaten te klooien met hun licenties. Sloof reed op een Amateur-licentie, net als Heringa, beiden wisselden nooit binnen een seizoen naar beneden (en moesten wel accepteren dat ze wat langzamer werden). Van der Wier is juist een echte elite. Thomas Wobma werd steeds een beetje minder en kreeg daardoor ook steeds een andere licentie, jaar na jaar.

Johan Tijssen bewandelde de weg de andere kant uit: hij stapte voor de eerste keer op een TT-fiets bij een NK Vrije Renners. Hij won dat. Werd het seizoen daarop elite en keek niet weer om. Zo doen kampioenen dat.

De kampioen van de laatste jaren is Remco Grasman. Die traint niet alleen snoeihard, hij rijdt ook zo. Op vrijwel alle bekende parcoursen heeft hij het record. Nee, hij won niet alles, maar wel vrijwel overal een keer. Z’n materiaal, z’n houding, z’n voeding, alles was in orde. Hij had een beroemde trainer. En pakte ook grote titels: De Monstertijdrit, NK ZC, en vorig jaar het WK. Daarom mag ie nu in zo’n strak, glibberig wit pakje rijden. Laat het duidelijk zijn, voor zo’n tijdrijder hebben wij niks dan respect. Remco stuwt die andere maffe tijdrijders omhoog, of ze dat nou leuk vinden of niet.

Bij sport hoort dat je ook je plek kent en tradities waardeert. Volgend jaar is een nieuw jaar. Dan worden er nieuwe licenties aangevraagd. Dat is het moment om naar beneden te gaan. Dan zien we Remco graag terug als amateur. Tot die tijd is hij voor ons de huidige wereldkampioen en bronzen medaillewinnaar op het NK Elite ZC van 2018.


Licenties

Ok, ok, sorry. We schreven gister een stukje over de deelname van een elite-renner, aan een evenement dat alleen open staat voor sportklasse-renners en amateurs. Het blijkt dat we er helemaal naast zaten. Dus onze oprechte excuses. Sorry, sorry, sorry.

Natuurlijk kan een elite-renner niet aan een kampioenschap meedoen, dat niet voor hem open staat. Stom, stom, stom.

Wat wel kan – zo blijkt – is dat iedereen zijn licentie lukraak inruilt voor een andere en dan mee kan doen aan een evenement, waar die persoon eerst niet aan deel mochten nemen. Dus wil je als elite graag meedoen aan een amateur-klassieker? Even bellen met de KNWU en hup, daar ga je voor de winst in Kleine Hein. Of denk je dat deelnemers aan jouw prof-versie van de Amstel Gold Race te goed zijn: één mailtje, en er is vast ergens een koersje in Zuid-Limburg op een ander niveau dat je kan winnen.

In dit geval heeft de betreffende elite zijn licentie midden in het seizoen ingeruild voor een sportklasse licentie en kan nu meedoen.

Als we het goed begrijpen, mag hij na afloop van de wedstrijd zijn gloednieuwe sportklasse status weer omruilen voor de elite versie. Dit laatste heeft nog niemand uitgeprobeerd, maar we gaan er van uit dat de KNWU dat regelt.

Er zitten twee kanten aan, waar we nog een beetje mee worstelen:
1. hoe kan je in godsnaam aan verschillende Nederlandse Kampioenschappen meedoen in één jaar? In theorie kan je dus in meerdere klassen Nederlands Kampioen worden. De kans dat deze renner op twee podia finisht is natuurlijk levensgroot. Heel bijzonder.
2. Waarom hebben we in godsnaam licenties? Alleen maar om geld over te maken aan de KNWU? Als dit de regels zijn, dan kunnen we toch gewoon maar wat aankutten.

Je komt bij een wedstrijd, maar je hebt de avond ervoor toch te veel gezopen: Sportklasse. Een week later heb je net een nieuwe liefde, de hele week op je eten gelet (want je wil niet uit je bek stinken) en je voelt je alsof je de wereld aankan (want met een nieuwe liefde komen ook de voordelen in dikke scheppen): Elite. Weer een week later gaat alles wel ok (want het experimenteren begint zijn tol te eisen): amateur.

Super van de KNWU dat jullie dit mogelijk maken. We meenden dat jullie bezig waren met een promotie-degradatiereglement, maar we wisten niet dat het daarbij alleen maar ging om het betalen van administratiekosten.

Oh ja, of we denken dat iedereen die aan het NK Masters meedoet een wielrenner voor spek-en-bonen is? Dat klopt. Maar dat zijn precies de renners waar wij superveel van houden. 


NK Tijdrijden voor masters (en elite)

Hij staat er echt, als nummer 14 op de lijst: Remco Grasman. En dat is opmerkelijk.

Bijna iedere Nederlandse wielervolger kent Remco Grasman. Waarvan? Van één van de meest ongelukkige valpartijen ooit. Bij het NK Tijdrijden voor Elite in 2015 viel hij van het startpodium en brak zijn arm – daar haalde hij Studio Sport mee (en ging ‘ie viral). Ik kan er eigenlijk niet naar kijken, zo pijnlijk ziet het eruit.

Wat de kenners weten is dat Remco een beetje een fenomeen is. Hij rijdt al een paar jaar lang alle tijdrijders op een hoop. Vrijwel alle elites “zonder contract” hebben wel van hem verloren. En een heel pak elites met contract ook.

Daarnaast is het ook een beetje een brekebeen, want ieder jaar zit ie ook een keer in de lappenmand. Dit voorjaar brak hij zijn heup. Hij ging op krukken naar wedstrijden, waar hij vervolgens de concurrentie op een hoop reed. Dat Remco een beetje een eikel is liet ie dan direct weten: bij de prijsuitreiking verzuchtte hij verschillende keren dat het ‘niet zo goed ging’.

Leuk hoor, verliezen van een man op krukken, die zich achteraf gaat indekken. Wij hebben daar een woord voor: sneuneus. 

Daar kan Remco niet zoveel aan doen, hij komt namelijk uit de atletiek. Die zijn een beetje raar. Zoals we allemaal weten kan niet iedere niet-wielrenner zich normaal gedragen. Dat telt ook voor wielrenners, trouwens. En zeker voor tijdrijders. Nou Remco hoort bij al die categorieën en dat zal ie laten weten ook.

Hij traint zich suf. En omdat ie geen werk heeft, leeft ie als een prof. Met hoogtestages. Met gesponsord materiaal. Met alles.

Dit jaar werd Remco 3e op het NK Tijdrijden voor Elites zonder contract. Supergoed, omdat hij dus dit voorjaar zijn heup had gebroken. Maar Remco wil meer! Remco vindt dat ie recht heeft op een rood-wit-blauwe trui, godverdomme. En daarom heeft hij zich ingeschreven voor het NK Tijdrijden voor Masters. Dat staat normaal alleen open voor Amateurs, Sportklasse renners en Erik Dekker. Dus voor renners uit de allerlaagste regionen van het wielrennen. Maar kennelijk heeft Remco het voor elkaar gekregen om zich met zijn elite-licentie in te schrijven.

Dus op plek 14 staat Remco Grasman. Semi-prof. Tussen een huisvader, een assistent-bedrijfsleider van een supermarkt, een fietsenmaker en een magazijnmedewerker. En Remco gaat die allemaal even naar huis rijden. Dat is raar, want volgens ons mag het niet: je kan maar één keer per jaar meedoen met een NK, toch? Remco niet, die mag gewoon nog een keertje. 

Ja, tenzij Erik Dekker mee gaat doen natuurlijk, dan wordt het misschien nog spannend.


3. Podcast-special: over Corpus

In de eerste special van de podcast van De Buik van het Peloton was er maar 1 onderwerp mogelijk: Corpus. De wielerbaan van Groningen is dé plek om eens te ruiken aan de koers. Beginnende wielrenners rijden probleemloos mee met de profs, routiniers draaien wekelijks hun rondjes en elke week levert mooie, nieuwe verhalen op. Benieuwd hoe je daar begint? Of wil je wat sterke verhalen horen? Dan is dit jouw aflevering!


Konten op de wielerbaan

De rechterbil komt uit het zadel, helt wat opzij en dan komt de linkerbil erbij. Er komen krachten vrij. Niet zomaar krachten, maar serieuze krachten. Er volgt een versnelling tot zo’n 70 km p/u. Toch is dat niet wat mijn aandacht trekt. Wel bestudeer ik nauwkeurig de omvang van het achterwerk waar ik naar kijk. Wat.een.enorm.dikke.kont. Ik ga al een tijdje mee in het wielrennen, maar dit is van een andere planeet: hup Jeffrey.

Het is zomer. En terwijl in Groningen zich het Zomerdrieluik (eerste aflevering gewonnen door Willemsen) ontvouwt en in Appelscha de Bosbergronde (gewonnen door Imo Pruijssenaere de la Woestijne – dat is een naam, niet een opsomming van het een of ander) wordt verreden, zit het halve amateur-peloton het grootste deel van de dag binnen. Het is namelijk niet zomaar zomer, het is een hele hete zomer. Zo heet, dat je eigenlijk liever binnen dan buiten bent.

Tot vorige week was dat niet erg, want we konden met z’n allen naar de Tour kijken. En ook nu is het niet zo erg, want er trekt een hele reeks enorm dikke konten voorbij. Die horen bij baanwielrenners. En iemand heeft het geniale idee gehad om een Olympische Spelen voor Europa te organiseren: een EK. Het is zo geniaal, dat je je afvraagt waarom dit niet eerder is gedaan. En dat biedt ons de kans om bijvoorbeeld naar de kont van Jeffrey Hoogland te kijken.

Dit weten jullie waarschijnlijk niet, maar baanwielrennen is ontzettend belangrijk voor de Nederlandse wielersport. Het was namelijk heel lang verboden om op de weg te koersen. En omdat er toch gekoerst moest worden, gebeurde dat op een baan. Daarvoor werden overal wielerbanen aangelegd. Niet zoals Corpus, of Leeuwarden, maar echte ovale banen, van hout en van beton. Zoals in Assen, Apeldoorn, Amsterdam en Alkmaar (zeg eens Aaaa). Vroeger hadden ook plaatsen die niet met een A begonnen een wielerbaan, zoals (jawel) Groningen (hier een LINK) en Leeuwarden. Maar ook andere plaatsen, te veel om op te noemen. En die banen zijn allemaal grotendeels weg.

Nu is er iemand zo gek geweest om jullie te helpen je kennis van de wielergeschiedenis wat op te poetsen. Die is al die plekken gaan bekijken. Al-le-maal. En hij heeft daar foto’s van gemaakt. Waar ooit renners op leven en dood tegen elkaar sprinten voor een ereplaats, liggen nu woonwijken, autowegen en speeltuinen. Er is, kortom, nog van alles te beleven. En dat komt in een boek. Dat kost natuurlijk wel een beetje geld. Maar het fijne is iedereen een bescheiden bijdrage mag leveren aan dat boek, want er is een crowdfunding-actie.

Dus: geef gul. En als je geeft en ons dat laat weten (dat kan via het bekende e-mailadres, via Twitter en via Facebook) dan schrijven wij een eerbetoon aan jou als renner. Echt: je krijgt dan je eigen Buik-van-het-Peloton item!!1!1 Waar wacht je nog op? Je komt in het rijtje Harko, Burry, Berend, Tom! Geld geven doe je hier: https://www.voordekunst.nl/projecten/7561-hier-lag-ooit-een-wielerbaan

Voor de zekerheid: de maker van het boek over de wielerbanen (een zekere Robert van Willigenburg) heeft geen ene fuck met ons te maken. We vinden dit gewoon tof. En daarom deze oproep.


Een podcast

We hadden dus een plan, een steengoed plan, als we eerlijk zijn. Dat plan bespraken we met elkaar en we concludeerden dat het inderdaad een steengoed plan was. Die conclusie trokken we al een jaar geleden, ofzo. En toen kwam er wat tussen.

We moesten zwoegen op de stukjes die we hier voor jullie publiceren, bijvoorbeeld. En trainen, keihard trainen, want we wilden Harko graag voor blijven. En al die andere elites-verkleed-als-amateurs. Dus het plan raakte wat op de achtergrond en toen kwam het in de ijskast en daar haalden we het weer uit. Daar stonden we dan, glimmend en helemaal te shinen met ons plan: een podcast.

Dat is verdomd lastig, als je anoniem wil blijven. We hebben echt alles geprobeerd. Een scrambler. Door een doek praten. Andere accenten. Morse code. Dierentaal. Maar uiteindelijk kwamen we tot de conclusie dat je over wielrennen gewoon een beetje moet ouwehoeren, aan een keukentafel, met een biertje erbij. Heel leuk allemaal.

Toen werd het zomer en kwam ongeveer iedereen met een podcast. The Cycling Podcast. The Move. De Rode Lantaarn. In Het Wiel. Cassette. Life slow, Ride Fast. Anyhow: iedereen dus. En daarna kwam Spaak. Godgloeiende. En alles wat wij hadden was één van ons die in een microfoon aan het blaffen en miauwen was (dierentaal), een ander die met een Fries accent iets insprak, een derde die je niet kon verstaan omdat hij door een doek praatte.

We flikkerden al onze opname apparatuur in een doos. Kochten een stapel tijdschriften. En maakten drie brieven. En toen hebben we drie willekeurige renners een brief gestuurd en een doos met podcast shit.

Jullie begrijpen dat we er nogal wat van verwachtten. Dus het resultaat valt wel wat tegen. Want een uur gepraat over de eerste helft van het seizoen. Come on. Annen, Middelstum, Kleine Hein, DK’s en allerlei geouwehoer over bandendruk. En Adne Koster even in het zonnetje zetten. We denken dat we het zelf beter hadden kunnen doen. Mee eens? Luister maar, dan kom je daar wel achter.

Ondertussen gaan wij nadenken of we met deze talentloze renners doorgaan, of dat we drie willekeurige andere mensen onder druk gaan zetten.

Misschien dat we jullie reacties wel mee laten wegen in ons besluit, dus kom maar op, dat mag op Facebook.


Erik Dekker en het NK Masters

Afgelopen weekend werd het NK wielrennen voor Masters verreden. In een vuisten vol categorieën streden mannen en vrouwen voor een heuse officiële driekleur. Als fanboyz waren we erg teleurgesteld dat geen enkele AGU-renner de winst op wist te eisen, want een rood-wit-blauw regenpak, wie wil dat nou niet!?

Op een sneue 37e plek bij de 40+ eindigde de regerend Nederlands Kampioen 40+ bij het veldrijden, bij het mountainbiken, de de 40+ wegkampioen van 2016 en wereldkampioen 40+ op de weg Erik Dekker. Misschien heeft u wel eens van hem gehoord, want in het verleden won diezelfde Erik Dekker ook het Nederlands Kampioenschap bij de profs. Daarnaast won hij een keertje de Amstel Gold Race en Paris-Tours. Hij werd ook ooit TT kampioen op de weg. Enfin, we zijn geen fucking Wikipedia. Als je wil weten wat Erik Dekker allemaal gewonnen heeft, zoek je het daar maar op.

Maar we zijn wel amateurs. En we moeten vaak genoeg de degens kruisen met coureurs die we met geen mogelijkheid kunnen verslaan. Ooit na 80km koers Harko Kievit voorbij moeten rijden? Ooit bij Arjen Bos in het wiel gezeten, als hij een scherpe bocht neemt? Ooit tegen Jan Hekman gesprint? Ooit met Lennert van Straten een berg opgereden? Is er weer een roeier opgestaan die ons het leven zuur komt maken? Herinneren jullie je Steven Willemsen nog? Nou, dan weet je dat winnen echt geen sinecure is. Top 10 rijden is voor de meeste van ons al een hele prestatie.

Dus wat DE FUCK doet Erik Dekker in ons peloton? Volgens ons heeft hij de hele dag geen zak te doen dan wat uit zijn neus peuteren en op zijn fiets rond rijden. Erik Dekker is een renner van Tandje Hoger, zonder de lifestyle van een student. Dus geen lange parties, met heel veel sex en drank en andere fantasieën die we over studenten hebben. Maar gewoon de hele dag in huis rondhangen en dan snoeihard trainen.

En is dat erg? Soms is het best leuk om naast een oud-prof te rijden, natuurlijk. Om te kijken hoe je je verhoudt. Gert Jakobs doet mee in de 100kg+ categorie en is meer dan welkom. Maar Dekker.

In 2000 won Dekker drie etappes in de Tour de France. Die Tour is de boeken ingegaan als één van de smerigste uit de geschiedenis van het wielrennen (en dat wil wat zeggen). Vrijwel de hele top 10 is wel een keer gepakt, namen als Mancebo, Heras, Botero, Ullrich en Armstrong sieren dat lijstje. In de top 20 staan namen als Vino en Beltran. Hamilton werd 25e. David Millar en Bettini droegen de gele trui. Pantani en Virenque wonnen andere etappes. ONCE won de fucking ploegentijdrit. Dat peloton legde onze Erik dus keer op keer zijn wil op.

Daarnaast is Dekker een van de heel weinig renners die ooit tegen de lamp liep tijdens een zogenaamde ‘gezondheidscontrole’. Dat betekent dat zijn bloed niet in orde was. Volgens zijn ploeg kwam dat omdat een bandje te strak zat. De rest van de wereld denkt daar anders over.

Dus, Erik, voor de draad ermee. Ik ben misschien een hardwerkende huisvader en moet mijn trainingen plannen tussen het verschonen van luiers en vergaderen met irritante collega’s. Of misschien ben ik een student en moet ik het combineren met bierzuipen en feesten. Of misschien ben ik een loodgieter en woon ik in Norg. Wat ik ook ben: ik ben geen pakhaas met een enorm palmares, die allerlei onzin spuit over zijn verleden. Eerst bekennen, dan wordt het misschien weer leuk om naast je te fietsen.


Formidable Van Zeilen kleineert concurrenten

GRONINGEN – Bart van Zeilen, alias Burry, heeft gisteravond de 10de editie van de Gran Premio Gibcus op zijn naam geschreven. De 35-jarige renner in dienst van de Quickstep/Kannibaal/Stormvogels-formatie wist in de massasprint af te rekenen met toch niet misselijke namen als Sybren Lanting en Pieter Verhoeven.

Van Zeilen trakteerde zichzelf hiermee op een vroegtijdig verjaardagscadeautje aangezien de geblokte machtssprinter morgen 36 kaarsjes mag uitblazen. De eerste zege uit zijn lange carrière zorgde voor de nodige waterlanders na afloop. “Ik heb hier zolang naar toegeleefd”, aldus een duidelijk geëmotioneerde Van Zeilen. “Hoewel ik natuurlijk altijd mijn werk netjes deed voor de ploeg kreeg ik soms het idee niet voor vol te worden aangezien. Opmerkingen van concurrenten over mijn vermeende dikke kont hebben daar zeker toe bijgedragen. Ja, je kunt zeggen dat ik gebrand was om die mensen met hun grote bek van repliek te dienen.”

En dat was precies wat Van Zeilen gisteren deed op het verregende parcours van sportpark Corpus den Hoorn. Wie kent niet het beeld van Van Zeilen, die als een hondsdolle buffel langs het peloton knalde om twintig seconden later compleet leeggereden op een rondje te worden gefietst? Wel, dat lijkt voltooid verleden tijd. Uiterst leep sloop Van Zeilen in de slotronde naar het juiste wiel om er op de laatste rechte lijn als een ware Cipollini uit te komen. De overwinningskreet die uit het ontzagwekkende lijf van Van Zeilen oprees was er een van jarenlang opgekropte frustratie, opluchting maar vooral van pure euforie. En niemand lijkt hem dat te misgunnen.


De kampioenenmaker

Stefan Poutsma was jarenlang een enorm wielertalent uit Noord-Nederland, totdat het mis ging met zijn lijf. Hartritmestoornissen brachten een abrupt einde aan zijn jonge wielercarrière. Was dat erg? Leuk was het niet, maar Stefan was oprecht blij dat hij een tweede kans kreeg. En wij ook. De stoere ex-prof staat tegenwoordig klanten te vervelen bij Bike Life in Roden. En daarnaast is ie een business begonnen als trainer.

En godverdomme zeg, die tweede kans is ie wel aan het waarmaken. Loop die winkel binnen en hij smeert je een fiets aan, maar dat is niet waar wij zo van onder de indruk zijn. Stefan blijkt namelijk een kampioenenmaker.

Toen hij noodgedwongen zijn fiets aan de wilgen hing, besloot hij wat te gaan doen met de kennis en kunde die hij in het profpeloton had opgedaan. Hij werd coach, trainer, vertrouwensman van wielrenners. Eén van zijn eerste daden was ongevraagd advies aan Bauke Mollema en Robert Gesink. Die liefhebbers, moesten nu eindelijk een keer een rustdag pakken. Anders werd het nooit wat.

De talenten stonden direct in de rij om hun wielerkunsten aan de scherpen. Adne Koster trainde een tijdje bij de magere Peizenaar. Henrike van Spaak kreeg tips en trucs. Een lastige klus kreeg hij toen Burry zich aanmeldde. Want kampioenenmaker, okay. Maar er zitten natuurlijk grenzen aan het kunnen van de jonge trainer.

Nou, niet dus.

Het donderdagavond-baantje is in Groningen en verre, verre omstreken het meest bepalende koersje van de week. Daar winnen Patrick van der Duim, Rick Ottema, Kjeld Nuis, whoever the fuck. De geestelijke opvolgers van Stefan Poutsma drukken daar als eerste hun voorwiel over de meet, op donderdagavond.

Deze week was het een beetje een gezette renner, in een QuickStep-broek, met een oud-Kannibaal shirt en een Stormvogels helm. En wij zeggen ‘beetje gezet’, maar schijn bedriegt. Want eigenlijk zijn dat inmiddels allemaal spieren. En kenden we hem vroeger om zijn Turboburry, op 1/3e van de koers. Kenden wij hem om zijn iets te vieze witte Cervélo. Waren we vooral bekend met zijn hoge glimmende aluminium velgen. Das war einmahl. Wij kennen hem nu als glorieuze winnaar van Corpus.

Ja, dat leest u goed. Stefan Poutsma heeft vanavond, donderdag 14 juni 2018, van niemand minder dan Bart ‘Burry’ van Zeilen een echte kampioen gemaakt. Er is inmiddels een wachtlijst met renners die ook bij hem willen gaan trainen.

PROOF >>