Categorie Uit de buik van het peloton….

Over Kleine Hein 2019

Te laat. Tuurlijk. Altijd te laat. Er moet dan toch altijd meer in de kutauto dan je denkt, je moet een keer vaker poepen dan verwacht en voor je het weet loop je een kleine twintig minuten achter op schema. Tot overmaat van ramp vindt de wedstrijd van vandaag plaats in Emmen. Emmen is bij uitstek goed bereikbaar vanuit Duitsland, maar toevallig kom ik vandaag niet uit Duitsland dus ik rijd godverdegodver over een weg maar je maar 80 mag achter een vrachtwagen en het schiet daarom godverdegodver al helemaaaaaaal niet op.

Rustig. Rustig nu.. Alleen kalmte kan me redden. Zoals zo vaak biedt muziek de oplossing. Met een keur aan opzwepende ellende kalmeer ik en maakt de irritatie plaats voor willekeurige gedachten over logo’s van transporfirma’s. Conclusie: zonder Comic Sans en verstandelijk gehandicapt ontwerp doe je in het Oostblok totaal niet mee.

Voor ik het weet rijd ik op de ring van Emmen. U gelooft het niet, maar ik voel iets van vreugde. Dat kan dus, op de ring van Emmen. Ik laat  nu echt alles los, behalve de urine die zich kostte wat kost uit mijn blaas wil bevrijden. Op karakter en pure wilskracht strompel ik, na haastig parkeren, naar een plaskruis, dat nadien pardoes afgevoerd kan worden.

Goed, half negen. Geen man overboord, in principe ruim op tijd voor een start om half 10. Toch twijfel ik, want we zijn te gast bij de WSV Emmen. Een vereniging die niets dan lof verdient voor het organiseren van talloze fantastische wedstrijden voor jeugd en gewone stervelingen, laat dat vooropstaan. De Omloop door het Land van Kleine Hein, want daar zijn we vandaag, is dé Hoogmis voor amateurrenners in het voorjaar. Die organiseren ze al veertig jaar dus geen kwaad woord over de WSV. Echter.

Nou ja, goed. Ik stapte dus om half negen in een rijtje en om 5 voor negen liep ik weg met mijn startnummers. Iedereen had zich van tevoren ingeschreven, een groot deel had van tevoren betaald. WAT DUURT ER DAN ZO LANG!?

CSG verpiemelde het in Middelstum,  de WSV tijdens Kleine Hein. Het kan dus overduidelijk de besten overkomen. Maar het is verdomme 2019.  Los het op, organisaties. Dat moet echt een kleine moeite zijn. In alle eerlijkheid: ik verloor ook een minuut aan Raymond Koch. Die sloot in eerste instantie al voor, om vervolgens van alles niet geregeld te hebben. Als trouw lezer vindt ‘ie het vast leuk om even genoemd te worden, en zo hoeft de WSV maar op te draaien voor 24 minuten ergernis in plaats van 25.

De resterende 25 minuten heb ik me vervolgens weer vreselijk gehaast om vervolgens te vroeg bij de start te staan, waarna ik er achter kwam dat ik niet meer mocht inrijden wegens transponderperikelen. De mentale weerbaarheid is prima op orde, maar hemeltjelief, hij werd op de proef gesteld.

Start. Geneutraliseerd, dus dringen in het peloton en, als je ambitie hebt, halsbrekende toeren uithalen om vooraan te raken. Zo kon het gebeuren dat ik ergens tussen een verkeersbord en Heras-hekwerk 30 plaatsen wist te winnen, om deze vervolgens in de maalstroom van de ringweg binnen 2 seconden weer te verliezen. Vooraf voorgenomen: bij de eerste 15 van de ringweg af. Wonderlijk hoe je jezelf heel snel kan wijsmaken dat 90e ook prima is.  Sowieso was het voornemen om constant top 15 te rijden. Als je dat goed doet en consequent uitvoert eindig altijd top 15. Dus.

We hollen, staan stil, hollen weer en gaan halsoverkop richting de Limietweg. Dé klinkerstrook van deze koers. Veel slechter liggen ze niet in Nederland, vermoed ik zo,  en laat dat in vredesnaam voor altijd zo blijven. In de eerste kilometers vond ik het opvallend rustig. Geen valpartijen gezien, alleen de bekende nervositeit van een koers met vrijwel windstil weer. Dat betekent dus wel dat ik al 3 keer iemand heb uitgescholden en al 8 keer bijna ben gevallen. Maar bijna is niet helemaal, dus hartstikke top zo. De klinkers missen hun uitwerking niet. Onverbiddelijk rammelen en schudden ze pretenties uit slappe benen, waardoor de eerste schifting wordt gemaakt. Dat was het dan ook, want er rijdt niets weg. Ja, ik even. Ik krijg een metgezel, maar we besluiten al snel dat dit kansloos is.

Holderdebolder de tweede omloop in. Op de klinkers langs een vaart vind ik mezelf plots terug achter een bekend postuur. Verdomd. Raymond Koch. Ik weersta de verleiding om Pieter Weening te bellen met slecht nieuws, want ik ben op zich ook druk genoeg met de koers enzo, maar ik heb nu iemand gevonden die zijn eigen knieën en materiaal nog meer geweld aandoet met een trapfrequentie die nog net niet op twee handen te tellen is en dat wil ik ‘m toch even laten weten. Pieter, als dit leest: jammer man.

Al snel zie ik dat het geweld van Koch niet uit weelde is. Het gestamp komt piepend en knarsend tot een aangekondigd, maar toch plots einde. Tot overmaat van ramp blijft de imposante gestalte midden op de toch niet te brede weg rijden, waardoor ik tot mijn schaamte toch weer wat vloek en een klein poefje moet doen om de aansluiting weer te maken. Geen ramp, ik zit er nog.

Via een viaduct dat voelt als Alpencol denderen we op de tweede keer Limietweg af. Dit keer start ik perfect van voren, maar er zijn er plots een hoop beter dan ik op de klinkers. Een knauw. Ik herpak me, beperk het verlies en weet na  de klinkers weer aan te sluiten.

Doorrijden, doorrijden. Om me heen louter schoon volk. Het zelfvertrouwen groeit. Dit kan gewoon wat worden. De hoop groeit, ik vertel mezelf dat ik niet moet verslappen. Bijna geloof ik dat dat gaat lukken, maar plots komt er op de laatste klinkerstrook een hoos van 30 pannenkoeken over mee heen. Natuurlijk geen echte pannenkoeken, want dat zou gek zijn, hoewel ik op een avondje pannenkoeken eten best een eind kom. Niet zover als Raymond Koch, echter (klikken op deze link is een aanrader). Nee, gewoon andere renners. Die in mijn hoofd toch allemaal een stuk minde recht hebben om mijn plekje dan ik. Maar goed, zij zitten er wel, en ik niet, dus het kwaad is al geschied.

Kortom: het MacMenu nadien is het hoogtepunt van de dag, die zaterdag. Maar wát een koers. Wat een koers. En wat een organisatie. Om zoiets uit de grond te stampen voor gewone klootzakken als wij is fantastisch. Waarvoor duizendmaal dank en hulde. Tot volgend jaar, godverdomme.


Ophef wegens gênant knappe Deen van TH

Ophef in het amateurpeloton: er rijdt sinds enige tijd een gênant knappe Deen in het peloton. Het kan ook een Noor of een Zweed zijn, maar zoals gezegd behoort een Deen ook tot de mogelijkheden. Geen Fin, denken we, maar wie weet. Zeker geen Let, voor 95% dan. Litouwen al helemaal niet, en verder kennen we daar geen landen, dus daar komt hij mogelijk niet vandaan ook.

Genoeg over zijn nationaliteit, want de “looks” (Engels voor looks) van de Deen spreken veel meer tot de verbeelding dan zijn geboorteland. Het nieuws dat menig wielerdame de zeem net iets klammer dan normaal voelt worden bij de aanblik van de halfgod bereikte ons al eerder, maar dat de verschijning ook in het mannenwereldje voor ophef zorgt was nieuw voor ons.

Zo schijnt Mart “Mooiboy” Menger dermate onder de indruk te zijn geweest dat hij zijn kansen op dit continent voor gezien achtte en naar Maleisië verkaste. Ook Marten Veen, toch hét lekkere hapje bij uitstek, schijnt sterk te overwegen om te gaan trainen in plaats van te flaneren. En ook Ron “Ronnie” Timmermans, toch goed voor menig vrouwelijke hartritmestoornis, voelt zich dermate in de kuif gepikt dat de Deen een kwakje mag verwachten (geen sperma, red.).

Opvallend genoeg toonde Rene Mink “Spieker” van der Werf zich opvallend positief over de komst van de Deen. “Ik roep al veel langer dat er veel te weinig knappe mannen in het peloton rondrijden. Ik kijk al jaren tegen de troosteloze koppen van Friezen, Drenten en Groningers aan. Van zo’n Scandinavische verrassing gaat het hartje wel sneller kloppen.”

“Ik probeer al tijden aandacht te vragen voor het gebrek aan mannelijk schoon in het amateurpeloton”, vervolgt de Emmenaar. “Daarom plaats ik erg veel selfies en foto’s van mijn ploeggenoten van de Stormvogels, die ik voorzie van willekeurige #hashtags. Op die manier kan de hele wereld zien hoe schrijnend de situatie is”.

 

 


Dit begon als een stukje over een verplaatste koers

Natuurlijk, het is nu even investeren. Natuurlijk sta je niet voor je  lol te dubben tussen een witte of een zwarte Høtseflüts. En natuurlijk kan het je geen fuck schelen of de nieuwe badmat hoogpolig dan wel laagpolig is. Maar je knikt, humt en sputtert voor de vorm nog wat tegen, om vervolgens toch in te stemmen met hoog- dan wel laagpolig. Immers, ergens medio december kan je prima wat rondslenteren in een fucking bouwmarkt, foodhall, IKEA, warenhuis, wat dan ook. Investeren, investeren, investeren. Alles voor het seizoen. Punten sparen. Kudo’s verdienen. Om ’s zondags weer van huis te mogen voor een of andere kutkoers in den lande. De Slag om Schubbenga. De Omloop van Fliepiefloepie. De Parel van Penistan. Noem maar op.

Het hoogste kutkoersgehalte heeft toch wel, met afstand, de trainingsklassieker Sleen. Mede doordat deze wordt gehouden in Sleen. Om te beginnen weet niemand waar Sleen ligt. Het schijnt dat de meeste inwoners van Sleen ook niet weten waar Sleen ligt. Alleen een aantal navigatiefirma’s weet het, en zo kan het gebeuren dat een deel van de huizen semi-permanent bewoond wordt en er 1 keer per jaar een drom fietsers verzamelt bij de lokale sporthal. Die fietsers komen vrijwel allemaal per auto, want Sleen ligt nergens dichtbij. Ook ligt het nergens rédelijk dichtbij. Mensen uit Sleen beweren dat het dicht bij Emmen ligt, maar er is niemand die dat echt gelooft.

De koers verloopt ieder jaar hetzelfde, waarbij het er op neer komt dat de Sportklasse en Amateurs zich een beetje dienen te schikken naar wanneer jeugd, dames en elite starten. Vanaf de start is het pure paniek om in de eerste waaier te raken, terwijl de neus van je gezicht vriest en de piemel uit je broek waait. Als je na afloop met een krom wiel en schaafwonden tot onder je oksels pocht dat je nét niet de sprong kon maken naar de vierde waaier hoor je dat Harko Kievit heeft gewonnen. Dat blijkt te kloppen, want je ziet in de verte een rijzige groene gestalte blasé een bosje bloemen in een auto werpen. Dat gebeurt dit jaar gelukkig niet, want Harko is gestopt.

Sleen geheel terzijde: vandaag zouden we namelijk gewoon Annen II op de dag van Annen III rijden. Maar doordat de finale van de ICW Noord niet door kon gaan verschoof Annen III (dat eigenlijk de tweede Annen-koers is wegens de afgelasting van Annen I) naar de datum van een virtuele Annen IV. Wij snappen er inmiddels ook niets meer van, maar dat fuckige offroad-gepruts zorgt er dus voor dat we vandaag niet konden koersen, en volgende week aan moeder de vrouw moeten uitleggen dat we graag én zaterdag naar fucking Sleen willen, én zondag naar Annen. Want we gaan heus wel rijden in Sleen. Koers is koers. Maar mokkend. Maar goed, twee koersen in 1 weekend dus. Zoals ze in Amerika zo mooi zeggen: that shit ain’t gonna fly. Dus dat wordt kiezen.

De uitslag van de ICW Noord offroadellende leest u hier niet, u pluist maar wat obscure websites af. Tip: begin bij een website die er overduidelijk nep uitziet, ontwikkeld lijkt door je moeder’s broer en waar de infomatie pas na een kwartier uitgebreid zoeken nét niet compleet te vinden is. Grote kans dat je de site van het district Noord te pakken hebt.

Tot ziens in Sleen,  we zien u in Annen.


Annen II: anders, maar hetzelfde

Natuurlijk zou het zo gaan als altijd, dat was al maanden duidelijk. Waarom je dan toch dacht dat alles anders zou zijn is niet geheel duidelijk. Immers, de logica van het normale (en minder normale) leven heeft geen vat op trainingskoersen in februari. Dat je deze winter wat specifieker hebt getraind betekent heus niet dat je niet dat je niet achteraan de derde waaier wappert. Dat je eens wat vaker een biertje laat staan betekent heus niet dat je na driekwart ronde geen bloed proeft. Dat je maar liefst een kilo lichter bent dan vorig jaar betekent heus niet dat je opeens op het gemakje bij de voorste 10 meedraait, bijvoorbeeld.

Natuurlijk, er zijn sprankjes hoop. Zoals zo vaak worden ze gevormd door de ellende van een ander. Dieuwke en consorten hebben na jaren oefenen de kneepjes van het vak ook nog niet helemaal door, dus zelfs daar (zelfs daar!) gaat wel eens iets verkeerd. Even wat langer wachten voor de start en even wat minder koersen dan verwacht. Half onderkoeld binnen 10 seconden van hartslag winterslaap naar hartslag rolberoerte terwijl je Burry’s, junioren en bejaarden ontwijkt is wel even aanpoten, maar we deden het het met een glimlach.

Ook putten we hoop uit het feit dat “Golden Boy” Adne Koster een offday had. Er ging ook een gerucht over een aanlopend wiel, maar dat negeren we even. Ook de aller-, allergrootsten schieten wel eens mis. Dat er gelijk alweer een 15-jarige reserve-Koster rond rijdt die met twee vingers in de neus tussen de Amateurs rond rijdt negeren we trouwens ook even.

Verder was het genieten dat Evert-Jan Veldkamp een oversteek waagde naar de kopgroep en halverwege strandde. Dus tóch gewoon een mens. Dat hij vervolgens “en passant”  nog wel vrij kort eindigt vergeten we even. Berend Slagter met een lekke band in de berm is ook genieten. Opscheppen over megawatts en dan staan prutsen met binnenbandje: <3. Ekema van de Stormvogels kon, ondanks uitgebreid soigneerwerk, ook niet voorkomen dat hij kansloos werd gelost. Genoeg lichtpuntjes, dus.

Hebben we ons dat helemaal niet geërgerd? Tuuuuuuurlijk wel. Zo rijden we stiekem natuurlijk het liefst wel gewoon het aantal rondjes dat vooraf beloofd was. En staan we liever niet 10 minuten te kleumen omdat de jury nog niet klaar is. Ook de uitslag is compleet onbegrijpelijk. Natuurlijk rijden er mensen zonder chip, dus die staan er dan niet tussen. Maar het moet toch te doen zijn om de mensen mét chip wel op de goede volgorde te zetten. Hadden we net zo goed op de blocnote en pen van Dieuwke kunnen vertrouwen. Maar goed.

Maar goed, dat valt allemaal in het niet bij het enorme plezier dat we hadden bij de eerste koers van het jaar. Aflsluiten met een shout-out naar de organisatie samen met Breeland dan maar: top voor elkaar, deze keer. Lekker veel kleedkamers open, warme chocomelk te koop na afloop (tip!). Vinden we fijn. Op naar de volgende!

 


Annen 1: wat voorspellingen

Het is godverdegodver al bijna zo ver. De stoppels op je benen zijn nog maar net veranderd in aimabel struweel, het wintergewicht was nog lang niet van plan te pieken en van beenspieren is eigenlijk geen sprake meer. Collega’s tillen je van bureaustoel naar de kantine en terug, zo beroerd is de conditie. Hoe dan ook: koers is koers, Annen 1 staat voor de deur, dus we staan er verdomme wel  weer.

Voorspellingen in willekeurige volgorde van importantie:

  • De stem van Dieuwke Kalsbeek zal helaas, helaas gedempt worden door een grote shawl en daarmee de helft van het plezier aan de start wegnemen.
  • De stem van Burry zal daarmee helaas, helaas extra hard nodig zijn om alles verstaanbaar over te brengen.
  • Er staan 8 eliterenners aan de start. 3 verveelde routiniers die op ieder willekeurig moment kunnen uitstappen, 3 tweedejaars eliterenners die het nog een keer gaan proberen na een mislukt eerste jaar en twee opgefokte eerstejaars elites met geldingsdrang.
  • Ze worden er allemaal opgelegd door een mannetje van 18 met wapperend blond haar en drie ballen.
  • De amateurs van CSG hebben, ondanks een maniakale winter op de Tacx, eigenlijk niets te zoeken in een wedstrijd op de weg.
  • Of in het veld.
  • Of waar dan ook zolang de fiets niet staat vastgeklemd in een elektronisch stuk marteltuig in een garage of op een zolderkamer.
  • De Sportklasserenners van CSG worden daarentegen 1, 2 en 3 in Annen 1.
  • Er zijn ook renners uit Emmen, Drachten en andere oorden die hebben gehoord dat er in Annen leuke wedstrijdjes worden georganiseerd.
  • Er zullen renners uit Emmen en Drachten behoorlijk beteuterd afdruipen.
  • WV Omega komt uitstekend de winter uit.
  • En met uitstekend bedoelen we dik.
  • Berend Slagter komt uitstekend de winter uit.
  • En met uitstekend bedoelen we dik.
  • Burry rijdt de gehele koers met een grote pizzadoos op z’n rug.
  • En met de gehele koers bedoelen we anderhalf rondje.
  • Ook Burry staat wat dikkig, trouwens.
  • Good Old Sent “50 Cent” Tissingh doet ook mee, rijdt teringirritant, wordt wel verrassend derde demoraliseert daarmee mannen in de kracht van hun leven.
  • Team AGU jammert bij monde van Jan Hekman op Twitter over de vorm, de moraal en de nutteloosheid van trainingskoersen in Annen en geeft derhalve geen acte de presence.
  • Breeland heet ons van harte welkom in de hal en de kleedkamers, zo lang we maar beloven niets te kopen.
  • Oke, iets kopen mag wel, maar graag alleen op blote voeten, gewikkeld in bandhanddoek terwijl je excuses mompelt.
  • Er staan ploegenauto’s klaar vol reservemateriaal, voor wie is niet duidelijk.
  • Er worden volop foto’s en filmpjes gemaakt met uiterst professioneel materiaal.
  • Deze foto’s en filmpjes worden direct na het maken rigoureus verwijderd zodat niemand ze ooit zal kunnen vinden.
  • Tandje Hoger trekt wederom een blik supertalenten open.
  • Er zit ook een roeier bij die niemand kent, want het is een roeier.
  • Deze roeier wint.
  • Tijdens de rit terug rijdt er een lul op kop die de hele koers in de vierde waaier heeft gezeten en z’n energie nog even kwijt moet.

Nou, we hebben er zin in hoor. 27 januari, 13:00, Breeland Annen. Het weer zit in ieder geval mee, kijk maar. Komen dus, met die dikke reet!

 

 


Ternaard

Als je een op een zeer bedenkelijk niveau koerst kom je nog wel eens ergens. Zo kan het maar zo zijn dat je opeens in Ternaard staat. Veel mensen gebeurt het nooit, ons gebeurde het wel. Je snapt op wat voor niveau wij koersen. In Ternaard organiseerde men namelijk een wedstrijdje voor jeugd en amateurs. Die jeugd zal ons een zorg zijn trouwens. Ze hebben wel de toekomst hoor, dat wel, maar verder interesseert ons dat geen zak.

Nee, het was ons te doen om het allegaartje amateurs. Van halve prof tot dikke huisvader, van pukkelige student tot hotshot-CEO: we mochten weer. Nummers halen bij een tafeltje aan het parcours, omkleden op een winderige parkeerplaats, inrijden op een desolate landweg. Al snel bleek dat het windje niet alleen op de parkeerplaats waaide. Jezus, wat een wind. Het waaide nergens in Nederland, maar dat kwam omdat Ternaard alle waaierij van Nederland in gebruik had die dag. Denken we. Geen idee hoe dat werkt met wind. Maar zoiets moet het wel zijn.

Het parcours lag tegen de Waddendijk aan. Dorpie uit met wat kamikaze-bochten, lang recht stuk met wind op de kant, linksaf, nog een keer links waarbij je wind weer vol op de kant had, dorpje in, repeat. Krap 3 kilometer, mooi weer, man of 60 a 70 aan de start. Perfect als je goed bent, een drama als je slecht bent. Bovendien stond half Otto Ebbens, Arjen Bos, compleet ZAES /AGU en talloze andere kleppers aan de start, geen kans om te schuilen, meedogenloze bries.

Over het koersverloop kunnen we dan ook kort zijn: het nabijgelegen Wierum heeft een schitterend kerkje dat ontzettend leuk is om eens te bekijken als je een stukje gaat fietsen. Bijvoorbeeld als je in ronde 1 al bent gelost in een amateurkoersje in buurt. Nadien kun je heel leuk eten bij een klein Schots restaurantje aan de A7 (alle gerechten op de kaart beginnnen met Mac-, supergrappig).

Vrij naar The Terminator: jullie zien ons volgend jaar wel terug om iedereen helemaal naar de graftyfus te fietsen. Een onmenselijk dieet, een stringent trainingsschema en een fris stukkie moraal moet genoeg zijn om dit prachtige rondje volgend jaar totaal, compleet te domineren. Houd dit vast, we zijn verknocht aan het parcours en de ambiance.

Maar het ging kut dus.


1. De eerste: een terugblik!

Vanuit De Buik van het Peloton is dit dé podcast.

Tom Akkerman, Arjen Dijkstra en Berend Slagter vertellen je van alles over de koers. Vandaag zitten ze aan de keukentafel van Arjen, in het schitterende en mondaine Haren en kijken ze terug op de eerste helft van het seizoen. Van Annen tot Sleen, van tijdrijden tot koersen. Hoogtepunten, dieptepunten én een stukje nerdpraat over bandenspanning. 

Geniet er van!


Het NK Journalisten; de koers die maar door één iemand gewonnen kon worden.

Hij keek nog eens naar het rood-wit-blauwe tricot dat bovenin zijn kledingkast lag. ‘NK Journalisten B-categorie’ stond erop. Een trui, waarin hij een jaar mocht rijden. Oké, natuurlijk had hij de vermaarde semi-klassieker Groningen-Bakkeveen-Groningen gewonnen en een keertje de GP Gibcus stond ook op zijn palmares. Maar een koers waar je een trui kunt winnen… Dat is andere koek. Hij heeft iets met truien, dat bewees hij wel in Nijmegen, waar hij Nederlands studentenkampioen werd.

Maar dat was alweer twee jaar geleden. Sindsdien is er veel veranderd. Een jaar als elite, studeren in het buitenland. Truien winnen zit er niet meer in. Of toch wel? Want zo’n NK Journalisten kan hij zelf ook organiseren. En als hij dat in Groningen doet, komt Thijs Zonneveld ook niet. Die rijdt alleen maar op het strand. Zonder hem gaat hij gewoon winnen man. Herman van der Zandt zal wel in de B-categorie starten. Als hij al komt.

Hij heeft al een tijdje niet meer getraind en al een jaar geen KOMmetje meer gescoord, maar een stel bejaarden verslaan moet nog wel lukken. Harko, Jan en Ron zijn gelukkig geen journalisten. Die rotstudenten van Tandje Hoger met hun Verzetje al helemaal niet en over die schijtlollige etterbakken van De Buik van het Peloton wil hij het niet eens hebben. Schattig dat ze zich aan willen melden, maar hij is onverbiddelijk. Om kans te maken op de titel NK Journalisten moet je minimaal voor Vice.com of Fixedgear.com schrijven.

Kortom, die titel kan hem niet meer ontgaan. En dat nog wel op de Vismarkt, vlak voordat de Healthy Ageing Tour van start gaat. Hij heeft al de hele week geoefend op zo mooi en nonchalant mogelijk juichen. Een beetje blasé doen wanneer Chantal, Anna en Annemiek toekijken mag best. Helaas, een vermetele onbekende en Willem-Sytze Sipkema bleken net wat te sterk te zijn. Geen bewonderende blikken van bovengenoemde dames, maar slechts een teleurstellende derde plek. Of dat erg is? Nee.

Want tijdens het NK Journalisten bleek dat ook Sjors Beukeboom ook maar een mens van vlees en bloed is.

PS. Volgend jaar iets flexibeler jongens. Dan hebben jullie wat meer volk aan de start staan en maken we er met z’n allen een mooie dag van 😉


Over Col du VAM

Afgelopen zaterdag mochten de masters 40+ en 50+ ‘Col du VAM’ rijden. En dat was me toch een partijtje mooi mien jong! Wij waren erbij en hebben genoten. Daarom deze keer geen literaire lofzang, maar gewoon 16 redenen waarom dit zo mooi was en waarom jij je volgend jaar ook in moet schrijven!

  1. Starten en finishen onder toeziend oog van meer dan 25 toeschouwers.
  2. Je reservewiel inleveren bij good old Gert de Veen.
  3. Een enorme stoet aan voorrijmotoren.
  4. Jurywagens.
  5. Neutrale materiaalwagens met Italianen aan het stuur.
  6. Nog meer wagens.
  7. Koersen over de VAM-berg.
  8. Nog een koersen keer over de VAM-berg.
  9. Een bergprijs.
  10. Keihard doortrekken na de VAM-berg.
  11. Renners die proberen weg te rijden.
  12. AGU Racing Team controleert alsof het Quickstep is.
  13. Dus sprinten met een klein groepje.
  14. De grote favoriet die geklopt wordt (al hadden we het Harko écht wel gegund!)
  15. Gehuldigd worden op een écht podium.
  16. Niemand minder dan de Koningin van Drenthe, Femmy van Issum, stond ook op het podium.

Col du VAM was godverdomme gaaf en het was net echt! Het summum van wielrennertje spelen met alles erop en eraan. Beter dan dit wordt het voor ons marginale krabbers echt niet. Hebben we dan nog iets te zeuren? Ja, natuurlijk! Geen Buik van het Peloton zonder kritische noot. Volgend jaar ook graag renners jonger dan 40 jaar aan de start, want een koers als deze verdient een groot deelnemersveld.


Sleen

“Koud. Godver wat is het koud. En het waait. Echt keihard. En Kievit is er, dus waarom zouden we nog starten?”

We zijn weer in Sleen. Voor de koers wordt een meisje gehuldigd. Er kwamen drie meisjes over de finish, van de eerste werkte haar chip niet, dus de nummer twee wordt gehuldigd en krijgt een krentenbrood. Das een nieuwe regel van de KNWU. Je krijgt godeverdomme alleen krentenbrood als je chip het doet. De organisatie voert onverbiddelijk de wil van de almachtige KNWU uit.

“Het meisje kijkt niet echt blij. Ik ben ook niet blij. Want het is koud. Waar is meisje no. 3 eigenlijk? En snap ik wel wat er gebeurt, of is het daar te koud voor?”, denk ik.

Achter de jurywagen geeft het ene meisje het krentenbrood aan het andere meisje.

“Klasse. Wat een stoer meisje. MOGEN WE NU EINDELIJK WEG. Nee dus. Zo hee, wat is het koud”, sta ik wat te mijmeren.

De jury geeft nog instructie. Hoeveel we ook van de jury houden (echt waar!), het lijkt nu toch wat te veel te worden, met dat gepraat.

“Weg. Weg. Weg. Inklikken. Lukt niet. Kut. Kut. Kut. Gas, want na de eerste bocht gaat het hard.” Zo schelden we ons door de eerste meters.

Aan de linkerkant van de weg gaat Barry (Porsius, niet te verwarren met Burry, noch met Berry) door de berm. Hij raakt in een diepe kuil en rijdt lek.

“Niet eens de eerste bocht gehaald. :D”

Het waait dus hard. En het rondje ligt er prachtig bij. Publiek in de bochten. Mensen bij start-finish. Honderd fotografen. En een tegemoetkomende trekker. In de nasleep ontstaat een kopgroepje. En uit dat kopgroepje wint Kievit inderdaad. Gewoon in z’n oude Zaes-shirt. Dus ook Harko kreeg een krentenbrood. Net als René Hooghiemster en Gerrit Henk Hutten. En allemaal andere mensen. Wij natuurlijk niet, maar wij waren vooral blij dat het weer begonnen is. Nog maar een maand tot de volgende koers: Middelstum, here we come!

Sleen, we love you. Ook al ben je een veel te vroege en veel te koude opwarmer voor het seizoen.