Categorie Uit de buik van het peloton….

Annen 1

Onrustig slenter ik door het huis. Vermoedelijk zegt m’n vriendin iets tegen me. Het geluid komt me in ieder geval bekend voor. Nogmaals dat geluid, dwingerder nu. Ja, het zal inderdaad m’n vriendin wel zijn. Met man en macht probeer ik hersencapaciteit naar m’n oren te sturen, ik vang terloops wat woorden op, maar m’n gedachten dwalen al weer af voordat ik er iets samenhangends van kan fantaseren. Waarschijnlijk ligt dat dit keer aan mij. Ik ben namelijk bezig met de koers.

Bibberend sta ik aan de streep. Eerst schieten de eliterenners in gang. Wat beloftemannetjes missen de start, zitten gelijk op een gaatje en zijn er al af gewapperd voordat de koers goed en wel gestart is. Hun probleem. Na onze start stormen we op de eerste bocht af. Verdomd, ik zit achter Burry. Opschuiven, kut kut kut. Als vijftiende, maar het kan ook vijfmiljardste zijn, kom ik door de eerste bocht. Ik zie vier Tandje Hoger-dwergjes een waaier trekken. Op plaats 2 breekt die waaier. Een dikke NWVG’er rijdt naar voren. Ik glip mee. Een opgefokte klepper van weleer drukt me aan de kant. Ik vloek, hij harder. Ik kan niet harder. Ik begin me zorgen te maken.

Tweede bocht. Te voorzichtig. Ik had net 10 plaatsen goed gemaakt, ik verlies er nu dus 15. Kut kut kut.

Hé, daar rijden wat mensen weg. Niet pannikeren nu. Blijven zitten. Die lange van Spaak rijdt het gaatje wel dicht. Hij zal nu wel gaan. Nu dan. Hij moet nu verdomme wel gaan, anders hoeft het niet meer. Hij gaat niet. Het hoeft niet meer.

Voordat ik verder mijmer over de martelgang van een uur in de mongolenwaaier kom ik weer bij zinnen. Er wappert iets wits door m’n blikveld. Ik vind mezelf terug voor het raam, in m’n eigen huiskamer. Het witte dat onbewust m’n aandacht trok blijkt een sneeuwvlok. Lap, we hebben het zitten. Ik check Twitter. Facebook. Refresh. Refresh. Kut.

De rest van de dag vul ik met een riant ontbijt, een riante lunch en een imposant diner van de snackbar. Tussendoor eet ik wat. We mogen gerust van een mislukte trainingsdag spreken.

Annen 1 2018, de koers die nooit zou zijn. Op naar Annen 2.

 


Lieve Luuk, wanneer kom je terug?

Lieve Luuk,

Met enige jaloezie bekijk ik je stories op Instagram. Ik zie louter foto’s met mooie uitzichten, prachtige klimmetjes en zonnig weer. Op Strava zie ik alleen maar prachtige ritten. Ik hoor geweldige verhalen over de stranden van de Algarve. Het Portugese leven doet je goed. Maar toch Luuk, ik vraag je om snel terug te komen.

Ik vraag het voor Janieke en Mareille, die afgelopen NCK Afterparty (en andere stapavondjes deze winter) toch een beetje ontheemd om zich heen keken. Zij missen je ook. Ik vraag het voor de gitaar van Hanna, die sinds deze zomer stof staat te vangen. Ik vraag het ook voor Gerdin, ondanks dat hij een beetje jaloers keek toen je Mariska in vervoering bracht met je gitaarspel.

Ik vraag het voor Marten en Anne Marijn. Nu Tessa en Ivo plus baby in Brabant wonen, hebben ze niemand om op te babysitten. En wat dacht je van Tino Haakman? Die is zo in de war van je afwezigheid dat hij pardoes zijn fiets aan de wilgen heeft gehangen. Ik vraag het ook voor Akkerman, zijn vriezer zit vol met kliekjes nu jij zijn pannen niet leeg eet. En ik geloof er heilig in dat Harko jou en je tomeloze aanvalslust ook mist.

Doe het voor de broertjes Merx. Erik heeft al maanden geen fiets meer aangeraakt, terwijl Peter niet eens meer weet hoe bier smaakt. Breng de stabiliteit terug in hun levens Luuk!

Kom terug Luuk. Ik vraag het namens alle TH-dames wiens harten je in de loop der jaren veroverd hebt. Een uitzondering daargelaten misschien missen zij je ook. Ook zij die niet genoemd mag worden. En wat dacht je van Jelte Luuk? Hij heeft zijn poulain het liefst ook nog een beetje onder zijn vleugels. Doe het ook voor Pascal Aandewiel, zodat hij na de ronde van Bedum weer sterke verhalen kan ophangen tegen Loes en zich weer kan afvragen of Loes ook een zus heeft. Oké, doe het ook voor Loes!

Maar ik vraag het ook voor jezelf, want je kunt niet zonder jezelf. Hoe kun je jezelf laten gelden als de weergoden je zo gunstig gestemd zijn? Zo wordt een frêle knul nooit een echte Flandrien! Op kurkdroge Portugese wegen loopt geen enkel sleutelbeen gevaar. De Ster, Groningen, Bedum… Ze wachten op je!

Dus Luuk, wacht niet te lang en kom terug. Doe het voor jezelf, maar doe het vooral voor ons! Zonder jou is Corpus den Hoorn als een kudde Texelse schapen zonder ram.

Ps. Van Marten moet je chocolade meenemen en hij droomt steeds dat je dik bent geworden.


Gastbijdrage: Overpeinzingen van een crosser

De overpeinzingen van (bijna) een seizoen als crosser en waarom ook jij moet gaan crossen!

Gezien het feit dat ik als mountainbiker eerder wedstrijden reed dan als wielrenner is het toch verrassend dat de overstap naar het veld pas plaats vond op dertigjarige leeftijd. Te oud om nog echt goed te worden, maar nog wel met 10 jaar trainingstijd om bij de Masters te schitteren.

Nu het seizoen goed en wel onderweg is en we alweer langzaam denken aan de voorbereidingskoersen is het een mooi moment voor enkele overpeinzingen. Stiekem hebben deze koersjes ook wel wat overeenkomsten met een cross. Naderhand dien je jezelf en je trouwe tweewieler grondig te reinigen en grip is niet altijd vanzelfsprekend. Net als mooi weer. Om in de traditie van de tijd van het jaar te blijven hieronder een lijstje van mijn bevindingen na 3/4 cross-seizoen. Alles in compleet willekeurige volgorde.

1: Crossen is leuk, ook als je er niet goed in bent.

Ik dacht wel over een portie stuurmanskunsten te beschikken, maar dat bleek als snel vrij relatief. Wat kunnen die echt goede crossers sturen zeg. En hard fietsen daar waar je zelf denkt dat het niet kan. Klakske af! Waar je bij een koers op de weg dan al snel het gevoel hebt een gelopen race te rijden, blijft het bij een cross spannend tot te laatste meters. Je blijft hopen op een fout van de gene voor je en vecht om zelf niet (nog eens) in gehaald te worden. En elke keer gaat het net weer een stukje beter. Plaats 21 in plaats van 22 voelde nog nooit zo goed!

2: Afwisseling

Geen enkele cross is het zelfde. Op de weg gaat het links om of rechtsom, over klinkers of asfalt en met wind op de kant of tegen. Veel meer smaken zijn er niet. Met crossen des te meer. Een cross in het bos is compleet anders dan een cross met veel gras. Zand is helemaal een vak apart. Ook de variatie in verschillende soorten modder is fascinerend. Van modder waar je je fiets in kan parkeren (Zwartemeer) tot remblok vretende dunne diarree modder vermengd met sneeuw.

3: Omkleden

Nu zijn wij als coureurs van bedenkelijk niveau al snel aangewezen op omkleden au plein air wegens het gebrek aan kleedkamers en daar kunnen we prima mee leven. Dat je bij voorkeur de cross rijdt bij temperaturen brengt daar geen verandering in. Babywashandjes zijn je beste vriend om toch enigszins toonbaar weer huiswaarts te keren. Heb je mazzel, dan is er wel een kleed- en douche gelegenheid die ook nog eens in de buurt is en ga je fris en warm weer de auto in.

4: Mobiele Kärchers

Met een beetje geluk staat er bij een nationale cross een hogedruk spuit om je fiets van de ergste zooi te ontdoen. Met een beetje mazzel staan er twee en hoef je iets minder lang te wachten. Staat er geen, dan kan je thuis 5 kg aangekoekte modder van je fiets af bikken. De ervaren crossers hebben hierom altijd hun eigen mini spuitje mee om de fiets direct te kunnen schoonmaken. Dit lijkt wat overdreven, maar ik begin er het nut wel van in te zien (leest u mee Kerstman?). Ben je echt serieus, dan heb je je eigen aggregaat mee voor een volwaardige Kärcher (incl 200 liter water uit een tank in de bus).

5: Zand

Zand is een vak apart. Het enige onderdeel waar ik echt moeite mee heb. Zeker wanneer de vermoeidheid begint toe te slaan en je er via een afdaling in duikt blijkt de goede gewichtsverdeling lastig te zijn. Voordeel: Je valt wel zacht!

6: Het is zo weer voorbij

Het voordeel van een cross is dat het vrij kort is. Met een beetje mazzel hoef je dus maar een ronde of 5 over dat loodzware rondje. Dit telt toch makkelijker weg dan half koers al stuk te zitten in een criterium en nog altijd 20 rondes te moeten. Het poetsen duurt daarentegen wel wat langer, maar dat is dan maar zo.

7: Code oranje

Waar bij alles meer dan 1 vlokje sneeuw het hele land in de alarmmodus gaat, gaat de cross gewoon door. Mooi, want zo hoort het ook. Nadeel is wel dat je semi verplicht bent om veel te vroeg te vertrekken om met 30 km/h over een snelweg te glibberen. Dit maakt de reis misschien nog wel spannender dan de bestemming (en de race die je er gaat rijden, want plek 20 + stond al lang vast).

8: Verwarming in de auto

Thank god voor verwarming in de auto. Normaal gesproken kwam deze niet boven de grens van 20 graden. Sinds de ontdekking van de cross is standje maximaal zo ongeveer standaard. Nu alleen nog een goede combinatie van verwarming op de voeten en geen beslagen voorruit. Crossen doe je immers zonder overschoenen (niet alleen omdat het niet soignee is, met veel lopen is het ook gewoon onhandig). Koude voeten gegarandeerd dus. De rest van je lichaam is echter wel gewoon warm, of zelfs heet. Ik wist niet dat mijn hoofd bij -2 toch kan zweten. Al met al een uitdaging op het gebied van klimaatbeheersing in de auto.

9: Stuk gaan

Wat is het leuk, wat is het moeilijk en wat ga je stuk! Misschien is het de combinatie van scherp moeten blijven opletten, goed sturen en hard fietsen. Misschien ben ik ook gewoon niet fit. Met schaatsen en wielrennen ben ik nog nooit zo stuk gegaan als met een gemiddelde cross! Verstoppen in de buik van het peloton is in een cross onmogelijk. Het is ieder volle bak voor zich zelf! Wel super eerlijk!

10: Ga ook crossen

Laat je niet afschrikken door alle horror verhalen over koud, remblok vretende modder, je bij – 5 omkleden in de bosjes, zand, balkje en trap lopen met je fiets in je nek. Crossen is gewoon hartstikke leuk, een goede manier om de winter door te komen en de sfeer is er doorgaans relaxter dan bij een gemiddelde trainingskoers. Koop een crosser, een goedkope of een dure. Meer lol op tweewielen kun je niet kopen. Ik heb zelfs triatleten lachend zien crossen! Die rustige duurritjes om op te bouwen naar Annen, Sleen, Exel, Enter, ’t Loo of wat dan ook die komen later wel weer!


De wedstrijdkalender vind je hierrr

We zitten wat te watertanden, want we zijn de afgelopen twee week ff in het diepste geheim met iets bezig geweest. En ja, natuurlijk zouden we nu eigenlijk een stukje moeten schrijven over het belachelijk lelijke tenue van Zaes – sorry – AGU. Maar god, jullie gaan ze sowieso wel uitlachen als ze in die groene pakjes aan de start verschijnen. Dus wij richten ons nu op wat belangrijker zaken: een wedstrijdkalender.

We hebben contact gehad met de KNWU (waarvoor we al vet veel kudos verdienen), met alle wielerverenigingen in het noorden (vaak zonder dat ze dat door hadden), we hebben het hele internet afgestruind, ons oor te luisteren gelegd bij Spaak en bij alle andere wielercafé’s in Nederland, we zijn stiekem meegeslopen met de trainingsritten die al plaats vinden, we hebben zowel Facebook, Strava als Twitter ondersteboven gekeerd, we hebben wat voorzitters van wielerclubs onder druk gezet (sorry Jelte), onze programmeurs hebben geheime dropboxen gekraakt en we hebben hier en daar een telefoontje gepleegd (voor de jonge renners, dat ding waar je de hele dag op zit te turen, daar kan je ook mee bellen).

Alle informatie die we daarmee verzameld hebben vind je in onze wedstrijdkalender. Een volstrekt onvolledige verzameling van koersen in ongeveer het Noorden van Nederland voor Ama’s en Sportklasse renners. In principe zijn het allemaal koersen waar je Hekman, Kievit en de rest kan uitlachen om hun lelijke AGU-pakjes. Dus: Kleine Hein, Sleen, WV Snits, Annen, Open Friese Kampioenschappen, Zomeravondcompetitie op middagen in februari, Corpus, Eierrace, ICWs, Profcriteriums, Elitekoersen waar niet genoeg elites verschijnen. Enfin, al dat werk.

Wat er niet in zit zijn koersen voor Dames (want dat begrepen we niet en we vinden dat er een dame zich mag melden bij ons om dat te gaan doen), Elites (want die bepalen toch niet zelf waar ze naar toe gaan, dat doet Gerdin voor ze), Jeugd (want die kijken toch allemaal maar op hun telefoon) en alle andere categorieën.

We hebben ook gezien dat er nog van alles niet duidelijk is. Het is nog niet helemaal zeker wanneer Corpus begint, wanneer de dropkoersjes weer stoppen, CycleSport Groningen heeft nog steeds geen tijdrit gepland, de datum voor Haren is nog onduidelijk, etc. Soms staan die er al wel in, maar dat hoeft dus nog niet zeker te zijn. Je kan een iCal downloaden en het in je eigen agenda plempen, maar er gaat nog van alles veranderen. Je kan ook, net als wij, gaan watertanden bij deze kalender en alle veranderingen proberen bij te houden.

[calendar id=”415″]

BELANGRIJK: als je aanpassingen hebt, of aanvullingen weet: stuur ons dan een berichtje, gaan wij dat doorvoeren. Dat kan via het overbekende e-mailadres: debuikvanhetpeloton@gmail.com (voor de zekerheid, peloton schrijf je met twee o’s).


ICW Ronostrand; een gastbijdrage!

Een normaal mens zou de logica van het monteren van noppenbanden op een racefiets compleet ontgaan. Helemaal als er in die banden niet 10 of 8, maar slechts 1,5 bar blijkt te zitten om daar vervolgens een uur lang mee door/over/om de bagger/mul zand/bos/heide/trappen/heuvels/speeltoestellen en andere sadistisch geplaatste obstakels te raggen tot het melkzuur uit de oren spuit en/of de onderdelen weer vanzelf van die fiets lazeren. Ook belangrijk: crossers sturen kut, rijden kut, het kost je minimaal een paar remblokken en ketting per wedstrijd en een set wielen per seizoen. Om maar niet te beginnen over de ontwrichte sleutelbeenderen, blauwe plekken en andere onvermijdelijke lichamelijke ellende.

Zoals Philippe Geubels al zei: wat was ik graag bij de vergadering waar Cyclocross bedacht is, geweest.

Komt daar nog eens bij dat het de meeste CX-evenementen gepland worden in de seizoenen die gepaard gaan met het meest ongekende hoereweer: Regen, sneeuw, hagel, wind en temperaturen die meestal een paar graden rond het vriespunt zitten. Voor minder dan code oranje doen cyclocrossers het over het algemeen niet. (want: hoort zo)

Dus bij elke cross weer hetzelfde liedje: durf ik nu ook zo’n snelpak aan of fiets ik daar niet hard genoeg voor? (waarschijnlijk wannabe) Welke handschoenen/wanten doe ik aan of helemaal niet? (want watje) Overschoenen? (alleen dunne, anders niet soignée) Klakske of muts (1e is soignée, 2e is lekker warm). Blote benen? (nee mafketel, je hebt ze al een maand niet geschoren).

Van die dingen.

Redenen voor de Noordelijke Renners om zich toch in te laten met dergelijke stompzinnigheid? Het palmarès van ene M. Van der Poel is daar ongetwijfeld één van. Wat deze meneer op een crossfiets kan, daar kunnen de meesten van ons alleen van dromen. (doet Berend Slagter ook, om dan direct een Wiggo’tje te pullen op de eerste de beste CSG CX-training) Verder zijn de Crosswedstrijdjes van het ICW een mooie manier om niet helemaal in te kakken in de winter en jezelf in januari 5/10/15 kilo verder terug te vinden. Je maakt jezelf misschien ook wijs dat dit zeker helpt om het komende voorjaar een keer niét volledig naar de tering gereden te worden tijdens Ekehaar 1, 2, 3 of Sleen 1. Óf het moet zijn omdat áls je dan toch de modder en de bossen in moet, je dat dan maar beter op een CX-fiets kan doen dan op een MTB. (het oog wil ook wat tenslotte)

Maar misschien wel de belangrijkste reden: Omdat het zo verdomde gaaf is als men bij Tandje Hoger de parcoursbouwer heeft losgelaten op het Ronostrand.

Guur windje uit het oosten, -1 op de Garmin, natte sneeuw en duizendmiljoen kuub mul zand. Mijn fietsenmaker stond handenwrijvend bij het affiche terwijl ik me de hele week aan het afvragen was waarom ik dit in mijn hoofd had gehaald. Trimunt had me al zo’n beetje alle draaiende en remmende delen van mijn fiets gekost en dit parcours was zo’n beetje gelijk aan een uur lang door vloeibaar grit 400 schuurpapier rijden.

En tóch doen hè?

Toch doen. ±30 man voor mannen 19+ cross aan de start, een parcours om het meertje van het Ronostrand rond bomen, speeltoestellen, door bosjes, schuin kantje (kut, dus mooi) en zand. Diep, mul, grof, nat, half nat, klotezand. Heerlijk.

Over de wedstrijd zelf kunnen we redelijk kort zijn: de top 3 heb ik 2 keer gezien. 1 keer bij de start en de keer dat ze me op een ronde zetten. Van der Duin gaf gas en ging er vandoor met de Bax. Paar mannetjes van TH die al aardig in orde waren, twee Kannibalen die hard reden en daarmee al duidelijk klaar zijn om het komende seizoen weer helemaal niks te winnen. Dan natuurlijk ons krabbers en één 60+’er die gewoon alle ICW-wedstrijden rijdt, steevast als laatste finisht en daarmee dus waarschijnlijk er gewoon met het klassement vandoor muist. Tim Weerkamp blijkt naast het roeien ook te kunnen crossen en Tsjerk Rozema was zó boos om het feit dat-ie drie keer gechicked werd, dat hij zijn derailleur in tweeën trapte. Ook een vermelding waard.

Dat zand? Rijden, ploegen, spartelen, ploeteren, rennen, struikelen, vallen en weer opstaan. Met een ijzersmaak in je mond, je hartslag op 180 en je verstand op nul. Er zijn weinig mooiere dingen om in de winter te doen. Hulde aan de organisatie: de Ronocross heeft het al in zich een echte klassieker te worden.

Of is dat het al.

Grote afwezigen: Tom A., Harko K., Sythe V., alle Boelensen en Marten V.

(Insiders hebben Marten overigens op een MTB gespot bij het Ronostrand, niet verder vertellen)

PS: Goed nieuws van de fietsenmaker. Het frame is nog te redden.


Sinterklaas ging uit fietsen

Wat is er in het noordelijk peloton aan de hand?
Ik zie Sint Niklaas harken op de kant

In het wiel van Kievit knokt hij zich naar voren
Waar Willemsen in de wind zit de boren

Het peloton staat inmiddels op breken
Als Berend Smilda van zich doet spreken

Achter dat formidabel achterwerk
Voelt Sinterklaas zich reuzesterk

Plots komt er een horde Friezen opzetten
En de kindervriend meent dat hij even op moet letten

Na aanvallen van Frisa, Olympia en de Friesche Leeuw
Slaakt de goedheiligman een enorme geeuw

Natuurlijk volgt er een splijtende demarrage van Burry
Maar daarop roept Sinterklaas: Don’t worry!

Ook de versnellingen van Wieger van der Wier
Interesseren de ouwe baas geen ene zier

Tim Weerkamp vindt het allemaal superrrrmooi
Maar zelf doet hij niet mee aan dit geklooi

Tom Akkerman rijdt rond de 10de stek
En kijkt mismoedig naar het gekwak van die ouwe gek

Sinterklaas die sleurt op kop van het peloton
Zijn tabberd wappert als een nachtjapon.

Dan sluipt Gert de Veen langzaam naar voren
Maar zelfs dat kan de Sint niet echt bekoren

Jij bent bijna ouder dan ik!
Schreeuwt hij door zijn lange witte sik

Gert krijgt een tikje van de staf
En druipt teleurgesteld weer af

Ondertussen zijn de Spaakbaarden gaan samenspannen
Als een grote kluwe harige wielermannen

Maar hoe vol en mooi gekamd hun baarden ook zijn
Naast die van Sinterklaas lijken ze ontzettend klein

Langs de kant staat Henrieke Wijnsma vrolijk te klappen
En Tandje Hoger is begonnen shushiballen weg te happen

En terwijl het publiek zachtjes #FreeEgon bromt
Is al het gebabbel in het peloton verstomt

Jan Hekman wringt zich naar de voorste rijen
En Sinterklaas kletst zich op zijn turbo dijen

De finish is dan natuurlijk in vizier
Maar de Sint vertrekt geen spier

Hij drukt als eerste zijn wieltje over de meet
En Hekman slaakt een luide kreet

Hij schreit: maar ik dacht dat ik ging winnen!
En raast: ik wist zeker deze is nu binnen!

Maar de Sint antwoordt hoofdschuddend: Doe niet zo platvloers,
Zelfs Sinterklaas geeft geen cadeautjes in een koers.


Het NCK: Ik zie jullie vanavond in de Draaibar

Wielrennen is een sport die gestoeld is op tradities. Wij coureurs laten alles het liefst hetzelfde, puur om de simpele reden dat iets altijd zo geweest is. En daarom zal het altijd zo blijven. Tradities geven houvast, je weet waar je aan toe bent. En waarom zou je iets veranderen wat, zoals een ex-roeier en huidig coureur zou zeggen, ‘superrrmooi’ is?

Enfin, genoeg gefilosofeerd en to the point. Vandaag staat het NCK op het programma. Elke club stuurt een ploeg van 6 mannen, en als ze er zijn en zin hebben, 4 vrouwen om met z’n allen zo hard mogelijk door een desolate polder te jakkeren. Ploegentijdrit dus. Het leuke aan deze traditie is dat hij al meer dan 100 jaar oud is en dat er traditioneel vaak een hoop profs aan de start zijn. Zij kunnen eenmaal per jaar de kleuren van hun club verdedigen. Sta dus niet raar te kijken als je vanmiddag Anna v/d Breggen of Stef Clement tegen het lijf loopt.

Prachtig allemaal, maar waar het vandaag echt om gaat is de NCK Afterparty, die traditioneel (daar is ‘ie weer) plaatsvindt in de Draaibar van de Drie Gezusters in Groningen. Deze traditie heeft z’n oorsprong gevonden in de tijd dat het NCK nog in Groningen verreden werd. Na het NCK en een goede maaltijd ergens in de stad druppelt de Draaibar langzaam vol met het wielervolk.

Omdat het seizoen toch op z’n einde zit wordt er wel eens een biertje gedronken, in plaats van een Spa rood of cola light. En ik hoef je niet te vertellen wat alcohol doet met magere, afgetrainde en afgepeigerde wielerlijven doet…

De NCK Afterparty is daarom elk jaar weer legendarisch. Waar overdag namen als Martijn Keizer, Stef Clement, Anna van der Breggen en Berend Smilda (één van de drie) de show stelen, is de Draaibar het decor waar de Pascal Aandewielen, Ron Timmermansen en Luuk van der Meers van deze wereld hun kunstjes vertonen. En als je een beetje mazzel hebt is zelfs Harko aanwezig of staat Jelte Krol zomaar op een podium te dansen.

En dan heb ik het nog niet eens over Peter Merx, Adrie Lindeman, alle Kannibaalmeisjes, de studenten van Tandje Hoger, enkele verdwaalde Cyclesporters, De Stormvogels (zij rijden het NCK niet, sparen ze zicht voor vanavond) en al die anderen gehad…

Gekkenzooi dus! Elk jaar weer een legendarische avond met teveel verhalen om te onthouden of verhalen die vergeten worden door de overmatige alcoholconsumptie. Je ziet al die jongens en meisjes die op donderdagavond zo hard en serieus  fietsen op een heel andere manier.

Kortom; bei sein ist mitmachen! Ik zie jullie vanavond in de Draaibar!


Wake me up when september ends

Wielrennen draait over het algemeen om winnen, maar veel vaker gaat het om verliezen. Tenzij je Peter Sagan heet. Maar Peter Sagan verliest ook wel eens wat. Z’n favoriete paar sokken, het oplaadsnoertje van z’n Garmin of desnoods een KOM-metje… Omdat je als serieus coureur beschikt over kasten vol wielrengerelateerde meuk, is het evident dat je nogal eens iets kwijtraakt. Dinsdagavond ben ik op de Kielsterachterweg ergens bij Kiel-Windeweer ofzo mijn meest waardevolle bezit verloren. M’n moraal.

Terwijl ik met een duivels dilemma aan het worstelen was (met m’n bakkes vol in de wind of vol in de spray van m’n voorganger), verloor ik zomaar m’n moraal. Het glipte zomaar uit m’n vingers, misschien omdat m’n vingers glibberig waren geworden van de regen en het snot wat ik aan het produceren was. En op dat moment besefte ik me dat september een waardeloze maand is.

Een jaar lang leven voor de koers, het is me niet gegeven. Dit jaar begon nog zo hoopvol. Annen, Middelstum, regen, wind, kou… Ik vond het heerlijk! Kom maar op met die barre omstandigheden. Een tijdritje in Warns? Geen probleem! Maar dat was het voorjaar, inmiddels een eeuwigheid geleden. Toen had ik nog iets om voor te trainen en voor te leven. Dit zou mijn seizoen worden.

En nu in september? We doden onze tijd met het rijden van trainingskoersjes. Het OGK, de GP’s Gibcus en Langelo, dropkoersjes… Trainen dus. Maar waarvoor eigenlijk? Er zijn nog een paar desolate koersen in Friesland en voor diegenen die er echt zin in hebben het NCK. Maar mij niet gezien. Het regent en waait de godganse dag, bladeren vallen alweer van de bomen. In de supermarkt kun je pepernoten kopen en de hippe IPA biertjes maken plaats voor bokbier.

Het is gewoon herfst! En herfst is cross!

Grifo’s of Rhino’s, Paul Herygers, Mathieu versus Wout en de betoverende glimlach van Sophie de Boer. Dat werk. Die ellendige trainingskoersen, doorweekte NCK-trainingen en het steeds maar schoonmaken van m’n fiets sla ik deze maand even over. Sterker nog; ik sla de hele maand september over, draai me nog een keer om en trek het dekbed helemaal over m’n hoofd. Op 1 oktober is er weer de Bike Life Veldtoertocht, oftewel de GP Loswekema. Maken jullie me op tijd wakker?


Noordhorn

Een meerdaagse is niet compleet zonder alle etappes. Nu zijn we op deze website over het algemeen verre van volledig, maar goed, laten we maar een poging doen dan. Noordhorny, here we come.

Menig renner had het ook geen enkel probleem gevonden als Noordhorn dit jaar even werd overgeslagen. Het was namelijk zeldzaam kutweer (het kwam met bakken uit de hemel, red.) en de straten van Noordhorn bestaan voor circa 110 procent uit klinkers. Klinkers, regen: u raadt het al, glibberen en glijden.

Kwam bij dat de brug tussen Zuidhorn en Noordhorn er uit lag, de renners moesten met het pontje. Stressen dus. Er waren ook renners die het pontje niet zagen en via de provinciale 80-km/h-weg naar Noordhorn fietsten. Echt. Hulde daarvoor, alles voor de koers.

De bijzondere fraaie rondemissen in Noordhorn maakten veel goed, zo zien wij ze maar zelden. Kudo’s voor Mart Menger die één van de twee warm houdt ’s nachts. Nadat we waren uitgegluurd mochten we, na een minuut stilte voor de burgermeester met hart voor de koers, van start. De legendarische woorden “d’r is hier gain meter vlak” waren waarheid, het bobbelde overal wat. Desalniettemin ging daar weinig aandacht naar uit, want die fucking klinkers lager er overal glad bij en met een ziljoen bochten onderweg was het een bibberen in het peloton. Doordat de bange poepers goed verspreid zaten door het peloton vielen er makkelijk gaten en reed er zomaar een groep weg. De achtergeblevenen stapten bang af of krabbelden door, werden gedubbeld en verlieten met een drup aan de neus de koers.

Opvallender was dat de gele trui en de smaakmaker van de koers van dat moment (Harko en Binne-Pier) uit het overgebleven pelotonnetje werden gereden. Binne-Pier wegens een grote inspanning aan het begin van de koers, hij ging op avontuur. Harko wegens bochtenvrees, mooier kunnen we het niet maken. En geef ‘m eens ongelijk ook. Sybren Welling (de rode trui-drager) was, aan de veeg op z’n been en superberoerde bochten te zien, gevallen. Een waar slagveld dus.

Die deden dus niet meer mee voor de overwinning. Steven Willemsen, de man die in Zevenhuizen uit het geel werd gereden, des te meer. Na een plaagstoot in de eindfase won hij met gemak de sprint van het peloton. Grote klasse van de kleine man.

Willemsen terug in het geel, Harko flink teruggeslagen, Welling uit het rood, er was genoeg gebeurd. Wederom: wat een wedstrijd. En wat is koers in de regen toch geweldig.

Tot slot: sfeertje hoor, daar. Ondanks de regen aardig wat toeschouwers. De hamburgers en braadworsten roken verukkuluk. Er speelde een heel behoorlijk bandje. En hadden we de rondemissen al genoemd?

 

 


Zevenhuizen

Daar stonden we dan, om 7 uur in Zeshuizen. Geen zak te doen.

Gekkigheid natuurlijk. Om zes uur zou de koers losbarsten in Zevenhuizen. Het kutweer was de koers net voor, en was het stadium “losbarsten” rond een uur of half zes al ruimschoots voorbij. Het klotste met bakken tegelijk uit de hemel, zo zie je het niet vaak meer. Geweldig koersweer dus. Dubbele punten voor de renners die ook nog aan het warmrijden waren. Het nut ontging ons een beetje, maar we vinden het wel stoer.

Met man en macht werd gezocht naar Steven Willemsen, gevreesd werd dat hij met gele trui en al door het putje was gespoeld. Harko was reeds terecht, het machtige lijf leek nog wat machtiger in de rode puntentrui. Opstellen, en toen Steven ook een plekkie vooraan had gekregen mocht het gewone volk ook aansluiten. Wat traditioneel geouwehoer met de knappe rondemiss en met een lullig plofje waren we vertrokken.

Door de regen werd er aardig door de bochten gekeuteld. Op de rechten stukken ging het net zo hard als altijd, dus het elastiekeffect was wat heftiger dan normaal. Dat kostte menig renner in beginfase direct al de kop. Mooi dus. Meteen schudde Steven aan de boom, maar zonder groot succes. Oldenkamp, Dijkstra, Elferink, Slagter, De Haan: allemaal mannen die graag een ontsnappinkje wilden forceren, maar tevergeefs. Constant een gaatje, maar constant weer renners die het dichtreden.

Niet in de laatste plaats door puntenklassement. Om de haverklap waren er punten te verdienen voor het KETS-klassement, ofzo. Kan ook CASH-klassement, Kerstklassement of iets anders zijn. De werking, het nut en de regels ontgaan ons een beetje. Niet in de laatste plaats omdat er op de hele site van de Meerdaagse geen fuck over te vinden is. Feit blijft dat er in die ronden hard werd gesnokt en de gaatjes op die manier makkelijk weer dicht werden gereden.

Sprintje voor de overwining dus. Geen verrassing dat Harko er mee aan de haal ging. Sowieso een behoorlijk elite-waardig podium met Arjan Elferink en Binne-Pier de Haan er naast. Steven uit de gele trui, dat gaat voelen als een bevrijding. Tsjerk Rozema (de revelatie van Peize) was de hele koers spoorloos, knalde op het laatst nog naar voren, en werd vervolgens weer 20e. Geen denderend vervolg, maar wie weet wat ‘ie in Noordhorn uit de hoge hoed tovert.

Tot slot: wat een fantastische organisatie. In het rotweer met een glimlach je lang voorbereidde, met liefde verzorgde evenement draaien is grote, grote klasse. Hopen dat het volgend jaar stralend weer is, dat gun je ze. Speciale vermelding voor de man die aan het dranghek langs de grote weg in Zevenhuizen stond. Geen donder van de koers zien, maar er wel de hele avond staan om de koers voor ons mogelijk te maken. Mooier kan niet. Hartje.