Een avontuurtje in Sleen

M’n ballen schuren over de autostoel en met een teennagel (die natuurlijk te lang is) tik ik net het gaspedaal aan – dat doet zeer. Ik raak met mijn elleboog de toeter, zodat ik zeker weet dat iedereen in de buurt even deze kant op kijkt. Dat geeft niet zo veel, want de ramen zijn beslagen. De auto staat wat te schudden, omdat ik zo onhandig beweeg. Kreunend grijp ik naar mijn nek, waar de kramp in schiet. Opeens moet ik een zakje openkrijgen en dat wil natuurlijk niet met trillende vingers. Ik steek het tussen mn tanden, lach wat onhandig, en scheur met het zakje de inhoud kapot.

Is dat erg? Nee, want de inhoud is een Snelle Jelle en niet wat jullie allemaal denken. Er is geen wulpse dame mee gekomen in mijn auto, maar wel een hoop modder en nog meer kou. En ik heb ontzettend honger en niet zoveel zin. Dus ik zet de blazers vol aan, terwijl ik me probeer om te kleden. Mijn natte kloffie moet uit, de drek van mijn gezicht. En het zou zo fijn zijn als mijn handen weer wat opwarmen. Vandaag is het voorjaar dan echt begonnen, want vandaag was de Omloop. Niet ‘Het Volk’, niet ‘Het Nieuwsblad’, maar de trainingsomloop in Sleen. Traditioneel het begin van het koersjaar.

En om goed aan de start te staan hebben we allemaal eerst in Annen, in Emmen en op Corpus gereden. Er zijn zelfs allerlei malloten naar Spanje, Mallorca en weet-ik-veel waarheen gereisd, maar daarover later meer op deze blog. Eerst Sleen.

Het is smerig koud en het waait keihard. Bij de start wil het halve peloton op de weg staan, maar er moeten nog allerlei kindercategorieën finishen. Rikus Bartol – dat is de man met de microfoon – staat te grappen dat hij iedereen die niet van de weg gaat uit koers neemt. Dan dreigt hij ons op te stellen op nummer. Er is niemand die het gelooft, maar toch gaat iedereen van de weg.

Langzaam verkleumt de hele groep. Ik hoor Rotterdamse accenten, zie Gelderse tenues en ontwaar allemaal renners die ik al een tijdje niet gezien heb. Rikus lult de tijd wat vol – en dat doet ie knap. Dan begint het natuurlijk te regenen. 1 graad Celcius, windkracht 5, ijskoude regen, en supersmerige wegen vol modder en stront. 100 zenuwachtige renners, ruim 60 kilometer koers. En na 2 bochten en 3 kilometer valt de slag.

Ik zie nog net dat Harko Kievit de sprong naar de kopgroep maakt. Die was niet zo goed in Annen en gaat er vandaag dus met de winst vandoor. Een bonenstaak van CSG gooit het gas open, een soignée renner uit het westen voert het tempo verder op. Verder ik zie twee meter tijdrijder Gerben Oldenkamp, ik meen Bas Bosma te herkennen en godbetert Pim van den Berg. Een nieuw jaar, maar het is allemaal weer hetzelfde.

Het groepje gaat natuurlijk niet terug gepakt worden, dus de rest van de koers concentreer ik me op het ontwijken van de wind en van de modder. Dat lukt allebei heel slecht. Na zestig kilometer waaieren, vloeken, tieren en volop genieten, rijd ik terug naar de permenance. We hebben volop gekoerst. Ik heb zere benen. En ik heb een onbeduidende uitslag gereden. Maar tsjonge jonge, wat een gave koers. Bij m’n auto besluit ik niet te douchen, maar me ter plekke om te kleden, en zo snel mogelijk naar huis te rijden. En hoe dat avontuurtje is gegaan, weten jullie allemaal al.

Oh ja: chapeau WSV Emmen – wat een fantastische organisatie!


Annen opgeschrikt door aanslag

Annen – van onze verslaggever

Tijdens de jongste editie van de GP Ekehaar (in de Annervelden te Annen, red.) werd het amateurpeloton opgeschrikt door een incident dat, naar het zich nu laat aanzien, niets minder is dan een schandalige aanslag op één van de voorstanders van de vroege vlucht.

Het was het zoveelste incident in korte tijd (denk bijvoorbeeld aan wat er gisteravond in Zweden gebeurde) waarbij de koers zoals wij deze kennen bedreigd wordt door tuig dat zich niet anders laat omschrijven dan “haatbaard”. Zo noemde geestelijk leider B. Vanderwallah de oerhollandse trainingsritten onlangs nog “nepkoersen” en flirt een splinterbeweging uit de Stad al langer met het al dan niet laten staan van lichaamsbeharing bij coureurs.

De gebeurtenis van afgelopen zondag is een triest dieptepunt in deze serie gebeurtenissen. Naar het zich laat aanzien werd een onschuldige renner bruut van de fiets gereden door, opnieuw, een renner met baard. Volgens getuigenverklaringen ging het hier om M. Abdoelens, dissident van De Kannibaal. De renner in kwestie kwam er met wat kleerscheuren van af, maar het lijkt een kwestie van tijd voordat de baard het peloton opnieuw in beroering brengt.

Volgens B. Smilders, conservatief in hart en nieren, is het tijd dat we de koers teruggeven aan het volk. “Het haar staat ons letterlijk aan de lippen”, aldus Smilders.  “Het peloton is het spuug- en spuugzat dat een klein clubje Bassoneukers het hier voor de rest verpest. Als ik straks patron van het peloton ben wordt het tijd om schoon schip te maken.”

Smilders pleit onder andere voor een baardverbod bij coureurs (getrimde snor is toegestaan, mits deze niet breder is dan 3 centimeter). Ook hippe koffiebarretjes en Rapha-kleding zijn, als het aan Smilders ligt, binnenkort verleden tijd. Over het incident van afgelopen zondag is Smilders duidelijk: “Een grof schandaal dat kennelijk zo maar mag in ons eigen Annen.” Het niet bestraffen van het incident door de jury noemde Smilders tot slot “knettergek”.

 


Omdat gister niet vandaag was, daarom

Omdat het soms meezit op je werk, of omdat het je gewoon geen reet kan schelen en je om half vijf zegt: nu is het genoeg, ik moet naar huis. Omdat je tegen je baas kan zeggen: kijk, ik kom op de fiets, dat is gezond en goed voor het milieu! En omdat hij dat met je eens is. Omdat je hoopt op een goed seizoen en je dus wil koersen. Omdat je het fijn vindt om snot uit je neus te hebben lopen. Omdat die studenten van TH de kas een beetje gevuld moeten hebben. Omdat het niet meer zo smerig koud is.

Daarom ga je naar Corpus. Daarom pomp je ’s ochtends vroeg je banden op, maak je een bidonnetje klaar en gooi je je geliefde rijwiel achterin je auto. Daarom rijd je met klamme handen net iets te hard door Groningen. Daarom overweeg je om zigzaggend door de bomen te rijden, als je moet wachten voor het spoor. Daarom druk je de roestige spelden met een verlopen nummer door je windstopper, zet je je bril achterste voren onder je helm. En daarom vloek je lachend als er een of andere idioot voor de eerste bocht al op de pedalen gaat staan.

Gister was het even lente, scheen de zon en zijn de eerste korte broeken gesignaleerd. Gister ging Wieger van der Wier gewoon 20 micro’s doen. Gister had je een lange zware dag, met veel gezeik. Gister keek je dromend naar websites over fietsen. Gister ging Wieger waarschijnlijk ook 50 kilometer op en neer zijn kantoor. Gister had Marco Hoekstra waarschijnlijk ook grote verhalen (alles om aan de verwachtingen van de buik van het peloton te voldoen). Gister leek de wereld mooi, maar was hij kut, want je kwam te laat thuis en viel in slaap bij DWDD.

Vandaag was het grijs. Vandaag fietste Wieger ook gewoon naar zijn werk. Vandaag lag de weg wat nat. Vandaag was de dag vol gepland met afspraken. Vandaag waren je leerlingen vervelend, of vandaag duurden de vergaderingen lang, vandaag moest je kutklusjes doen, vandaag was je baas chagrijnig, of vandaag was de secretaresse ziek, vandaag had je veel patienten, vandaag deden de machines het niet, of vandaag was er iemand jarig op kantoor.

Wat er vandaag ook was, wat er gister ook gebeurde, dat maakte allemaal geen fuck uit. Want nu is het rock ’n roll. Nu is de wielerbaan, met z’n zachte rollende bochten, met zijn mooie rockende asfalt, met Wieger van der Wier die ieder half rondje twee aanvallen weet te plaatsen en er dus vandoor gaat met beide zakken drop.

Omdat het gister niet vandaag was, daarom. Want vandaag was je weer even renner.


De wind

Die wind komt er. Dat is tenminste een belofte die stand houdt. En dat is nou typisch de wind: je kan er van op aan. Dat ‘ie komt tenminste, dat weet je zeker. Hoe ‘ie komt, dat is altijd maar afwachten. Het kan een bries zijn die het peloton zenuwachtig maakt, maar nét niet genoeg kracht heeft om de boel aan stukken de sleuren.

Het kan ook een oostenwind met kracht 5 zijn die jongens, mannen, meisjes en vrouwen doet roepen om hun moeder. Zo’n wind waait nog wel eens in Annen, gek genoeg. Verder gebeurt er niet veel in Annen, durven wij wel te beweren. Maar dát wel, en dat is eigenlijk ook gewoon genoeg.

Genoeg om te zorgen dat er vijf dames over de streep kwamen. Of er meer startten is maar de vraag. Waar die dan zijn gebleven is ook zo’n vraag. Het schijnt dat men nog steeds aan het zoeken is, in steeds grotere cirkels rond Annen. We kregen zojuist bericht dat er een NVWGUPLUSofzo armstuk is gevonden rond Beilen. Maar goed, tot zover de andere sport. We gaan ook geen verslagen schrijven over elk korfbalveld waar we langs zijn gefietst.

Er stond ook genoeg wind om het elitepeloton te blenderen. Cor van Leeuwen won, schijnt dat er verder niemand bij ‘m achterop zat. Gaan we dan maar van uit. Peter Merx verloor een sprint en werd tweede, dat hoor je ook bijna nooit. Misschien zat ‘ie toch bij Cor achterop, Frank Thomson werd vierde, straffe kost. Ook zo’n roeier die opeens een leuke sport heeft ontdekt. Deze heeft alleen geen studentikoos accent. Mwoah, minder in ieder geval. Het “superrrrmooi” rolt alsnog vrij makkelijk van de tong. Maar goed, genoeg over de tong van Frank. We glijden bij de gedachte al bijna van ons krukje. Van het peloton was niet veel meer over, dat lag ook in stukjes uiteen. De achterste stukjes werden daarbij ingehaald door de kopgroep van de amateurs. Lijkt ons helemaal niet leuk.

Die kopgroep was al na de eerste bocht gevlogen. Mooi kut voor de rest van het peloton, want daarna is er natuurlijk weinig meer aan. Robert Haaijema (Spaakbaard) legde zich er niet bij neer en maakte de sprong naar de kopgroep nog net op tijd. Hulde. Niet geschoten is altijd mis. Baard er af en een fiets uit deze eeuw kopen, dan lukt het ook gewoon om de laatste ronde in de kopgroep te blijven zitten.

Er won een fietsenmaker met zeeën van tijd. Een bodybuilder met zeeën van tijd werd tweede. Een Smilda derde. Een aantal geloste eliterenners mengde zich in de sprint om de winst bij de amateurs zodat ze nog een mooie 16e plek uit het vuur konden slepen. Allard Neijmeijer ging daar zeer verdienstelijk mee aan de haal. De amateurkopgroep feliciteerde hem na de koers hartelijk en was blij dat ze een bijdrage heeft kunnen leveren aan dit schitterende resultaat. Op naar volgende week.


Gezocht: Ik Heuvelvrouw

Ik zit in het wiel van Tom Akkerman. Het is koud, maar er staat vooral een snoeiharde wind. Tom kwam zojuist ons pelotonnetje binnen gewandeld en nu vecht iedereen om me heen om zijn wiel. Vooral op de kant is het vloeken en schelden. Maar dat kan mij geen reet schelen, want mij krijgen ze hier niet weg. Trouwens, dat lukt ze ook niet want het zijn allemaal dames. 
 
Het is vandaag niet mijn dag. Ik ben een sprinter, een raspaardje, de Mario Cipollini van Noord-Nederland – alleen ik win iets minder vaak. Dit soort wind, daar ben ik gewoon niet voor gemaakt. Ik vraag me constant af wat ik hier doe, heb honderd keer getwijfeld of ik wel moest gaan. En nu ik er toch ben, kan ik er maar beter het beste van maken, dus ik kijk maar wat om heen. 
 
Binnen een kilometer lag het peloton helemaal aan stukken. Niet dat ik daar echt iets van meekreeg, want ik stond al bij de start te ver van achteren. Het ging in volle gallop naar de eerste bocht, daar werd het op de kant gezet en toen was het krabbelen. Vlak achter ons startten de dames. Na een halve ronde hadden zij mij opgeslokt en ik ben daar maar blijven zitten. Zo heb ik er tenminste een beetje plezier van. 
 
Er is iets raars met dameswielrennen. Aan de ene kant is het een bloedserieuze sport en kent Nederland enkele van de allergrootste kampioenen. Aan de andere kant kan je als man al snel meedraaien met de allerbeste meiden. Dat doe ik nu dus ook. De dames Meijering zullen wel weer voor de prijzen gaan. Op kop sleurt Anne Marijn, die fietst door het jaar gewoon met Marianne Vos, Ellen van Dijk en Lizzie Armitstead. Daarnaast wéét die ook heel veel over fietsen. Pakte zij niet de eerste plek bij die legendarische Spaak-quiz? 
 
Langzaam droom ik weg. Er komen beelden voorbij van Bettina Zijlstra in een Nederlandse trui. Ik zie Anouska Koster winnen in Middelstum. Herinner me een dames-ploegentijdrit door de Onlanden, waar sneller gereden is dan bij Kannibaal-heren-trainingen over dezelfde Strava-segmenten. Gaat Ireen Wüst niet bij de NWVG-uplus meerijden?  Ik dwaal af. Ga rechtop zitten. En schrik me een ongeluk van de dame naast me. Oh, gelukkig, het is Burry. 
 
Alles goed en wel, maar dit doe ik dus nooit, never, niet weer. Volgende keer ga ik door tot ik bloed ophoest, kramp heb in mijn kuiten, of van vermoeidheid de sloot in stuur. Alles om niet weer een hele koers in een damespeloton te hoeven meedraaien, hoe gezellig ik het ook vind. Vrouwen kunnen namelijk prima voor zichzelf opkomen, ze hebben een eigen buik en die zit in een eigen peloton. Laat ze godver de godver ook maar zelf hun eigen stukjes schrijven. 
 
Morgen is het Valentijn en als ik heel eerlijk ben, ben ik gewoon op zoek naar Ik Heuvelvrouw. 

Tacx

Ik ben een knipperende cursor op mijn computerscherm. Als ik zie dat er een zwaar blok aankomt, drink ik snel wat water, knijp in mijn stuur en geef ik gas. Het nieuwe trainen. Tot een half jaar geleden had ik een hekel aan mijn Tacx. Natuurlijk, ik had er een, maar dat was meer zoals Donald Trump hersens heeft, de vriend van Patricia Paay een wc en Geert Wilders een geweten. Ik wist dat ie er was, maar echt gebruiken deed ik liever niet.

Geloven dat het echt verschil zou maken deed ik ook nooit. Tot afgelopen seizoen. Toen voltrok zich een stille revolutie. Op de wielerbaan zat ik in het wiel van een gozer in een Sjaak-en-Nout shirt enorm af te zien. Iedereen kent dat shirt en iedereen weet dat gasten die dat aantrekken niet kunnen fietsen. Maar ik had echt pijn in mijn benen. Even later zat ik niet eens meer in het wiel, maar was ik gewoon gelost. Met zijn handen bovenop de remgrepen reed hij lachend bij mij vandaan en sprintte even later naar de overwinning: Frank Thomson. Vorig jaar een fiets gekocht en een ‘smart’ trainer, inmiddels elite.

Tuurlijk, er is een heel pak tijdrijders dat zweert bij het fietsen op een Tacx. Steven Sloof werd wereldkampioen dankzij blokjes in zijn garage. Hij heeft een vrouw met een carrière, een pak kinderen en hij werkte zich een slag in de rondte in een wielerwerkplaats. Met het rijden van intensieve blokjes op zijn Tacx legde hij de basis om iedereen van de hele fucking wereld aan gort te rijden.

Wieger van der Wier is de keizer van intervallen van 1 minuut. Ooit een paar van die micro’s gedaan? Wieger raffelt er ongeveer 400 per week af. En je weet het: trek hem een snelpak aan en hij is niet meer te houden. Ben Plantinga sleepte de ene na de andere Nederlandse trui in de wacht omdat zich zat uit te leven op zijn indoor-trainer. Hij rijdt geen koers, traint altijd alleen, maar laat hem binnen trainen voor een rood-wit-blauwe trui en hij is niet meer te houden. Ronald Heringa is helemaal verslaafd aan zijn machine. Iedere dag drie kwartier Sufferfest, anders kan hij niet slapen.

Over Josbert de Vries gaat het verhaal dat hij ooit meedeed aan een wetenschappelijk experiment voor wielrenners. Hij trapte te hard voor de binnen-trainer. Bij een volgende sessie nam hij zijn eigen crankset mee, met een groter voorblad: dat was hij gewend. De wetenschappers lieten hem zijn gang gaan, maar door dat voorblad week de data van zijn sessies af en was daardoor zo goed als waardeloos. Voor Josbert was het toch een mooie training!

Maar ik ben een renner en renners worden sterk op de weg, niet op een Tacx. Fuck die tijdrijders. En nu blijkt dat Harko Kievit zich al tijden fit houdt via een online programma. Twee week geleden reageerde zijn Tacx niet zoals het hoorde. In paniek nam hij, via Twitter, contact op met TrainerRoad. “Trying to finish my trainingplan”. Gelukkig bood Twitter een oplossing, want Middelstum is al snel.

Toen had ik het al lang begrepen: Ook echte renners zitten op een Tacx. Een half jaar geleden heb ik de allerduurste gekocht die er bestaat. Sindsdien kom ik niet meer buiten. Niks geen Annen, niks geen wielerbaan. En ook geen Strava. Als mensen mij vragen waarom ik niet meer train, zeg ik: geen goesting. Want niemand hoeft te weten dat ik iedereen straks naar de kloten ga rijden. Middelstum is al snel, dan ga ik wel weer naar buiten.


Krol verbaast vriend en vijand

Slechts enkele minuten na het aantreden als voorzitter van CSG plaatste Jelte Krol zijn eerste straffe stoot. Met behulp van het ruim bemeten kasoverschot van de vereniging had het zijne Krolheid behaagd zichzelf te klonen teneinde de flinke waslijst verbeterpunten binnen de eerste 100 dagen van zijn aanstelling weg te werken. Aan de hand van een aantal speerpunten waar seizoen 1 tot en met 5 van Game of Thrones jaloers op zou zijn zette het bestuur Krol de lijnen uit voor de komende decennia. De massaal toegestroomde Klik!-dames toonden zich allebei bijzonder gecharmeerd van de gebroeders Krol en staken desgevraagd goedkeurend de duim omhoog.


Dropkoersen

Omdat die dropkoersen op een hoeretijdstip beginnen wegens een gebrek aan daglicht aan de achterkant van de middag kom je gehaast aan op Corpus. Voordat je het hek doorrijdt zie je nog net Bert van der Tuuk in z’n blote reet voor een patserbak staan met “TUUK” in de nummerplaat. De koersbroek moet aan, even een uurtje z’n eliterenners van NWVG naar de voorposten vloeken. Snel een nummer halen. Terwijl de sterke verhalen van Burry, Paul de Haan en Marco Hoekstra je op luid volume om de oren vliegen meld je je bij een dikke student en een bleu meisje van TH. Verlekkerd kijk je naar de zak drop, die zal wel weer voor een prof of conti-renner zijn straks. Paul de Haan of Allard Neijmeijer van de Stormvogels zijn ook goede kandidaten. Ach, maakt niet uit. Lekker meerijden is vandaag genoeg, dat maak je jezelf in ieder geval wijs.

Even de rest van de deelnemers scannen. Ah, een veertiger met een ligstuur. Daar maar even uit de buurt blijven. Wat zenuwachtige toerders waarvan er 1 als eens eerder op Corpus heeft gereden. Hij vertelt nu de rest hoe het moet en dat het heel erg meevalt allemaal. Een bultje amateurrenners dat deze koers veel te serieus neemt kijkt bewonderend naar wat profs en semi-profs. Alles op alles om straks in de ontsnapping te zitten met Bauke of Tom-Jelte.

Wieger van der Wier plant alvast de eerste ontsnappingspoging. Er zullen er nog circa 45 volgen het komende uur. Josbert de Vries houdt ‘m nu al nauwlettend in de gaten. Alle Smilda’s staan ook te loeren, alles om de sprint te ontlopen.

Eenmaal van start valt het op dat Harko Kievit alleen maar in het laatste wiel hangt en op het binnenblad rijdt. Als het niet opvalt vertelt hij je dat nog even onderweg. Het eerste half uur probeert het complete ledenbestand van CSG bij toerbeurt weg te rijden. Het laatste half uur zie je niemand meer. Het stikt dan wel van de omhooggevallen eliterenners die hun  sprinttrein aanscherpen. Nietsontziend rammen ze naar voren, de Ronde van Groningen is namelijk al bijna. Nog maar een paar weken totdat ze genadeloos naar huis worden gereden door de grote ploegen.

Tom Akkerman staat inmiddels al langs de kant. Burry wordt inmiddels voor de derde keer gedubbeld, net als een bultje jongens en meisjes met veel te kleine verzetjes. Een aantal dikke toerders en nieuwbakken wedstrijdrensters fietst stug door, wat levensgevaarlijke situaties oplevert bij het inhalen. In de bocht voor de streep raakt er iemand in de berm die bij het terugsturen valt en 4 man meeneemt. Gerdin Boelens is 1 van de slachtoffers nadat hij eerder dat uur al lek heeft gereden.

Finish. Er wint iemand die daar heel blasé over doet. Besmuikt worden de dropjes in de achterzak gestopt, massaal druipt men af. Door het kutweer regende het lekke banden en de 25 finishers zien er uit als mijnwerkers. Verkleumd druip je af naar huis en maak je jezelf wijs dat dit weer een geweldige training was en de eerste overwinning niet lang op zich kan laten wachten.

 


transfercarrousel

De transfercarrousel

Het is elke winter weer een hot topic, de transfercarrousel. Traditioneel begint het vanaf half november, wanneer Annen met rasse schreden nadert, te gonzen in de wandelgangen. Renners met ambitie maken de overstap naar de grote jongens, renners met iets minder ambities of met kinderen doen een stapje terug. En dan zijn er nog de nodige transfers binnen het amateurpeloton. Kortom, het is onrustig in de kelder van het noordelijke cyclisme.

Elke winter is er weer genoeg om over te praten, twitteren, Facebooken wanneer je geen zin hebt om op te Tacx te springen. En aangezien de meeste renners in Annen rondrijden in een samenraapsel van kleding waar zelfs Jelte Krol zich voor zou schamen, hebben wij de de meest in het oog springende transfers op een rijtje gezet.

Om maar meteen met Jelte Krol te beginnen: Macht is verslavend, het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Nadat hij jarenlang de studenten van Tandje Hoger zijn wil oplegde, is hij sinds kort voorzitter bij CycleSport. Bij CycleSport heeft een heuse leegloop plaatsgevonden. Tim Weerkamp vertrok naar de NWVG om elite te worden, supermooi! De Kannibaal wist Frank Thomson en één derde van het trio Berend Smilda los te weken, waardoor er nog slechts één derde van Berend Smilda bij CSG fietst. Gelukkig blijven ene Tsjerk en ene Jeroen wel en kan Jelte zelf ook nog wel een houtje trappen mits hij de speciaalbiertjes laat staan.

Bij de Kannibaal is er deze winter weer kwistig rondgestrooid met koerspetjes en en sokken. Want naast dat ze nu twee derde van Berend Smilda bezitten, is Pieter Verhoeven zijn boezemvriend Maurice ‘Maupie’ Zaal achterna gegaan om elite te worden. Toch verliest de amateurploeg van de Kannibaal enkele voorname speerpunten. ‘Yoko’ Onno Voerman gaat zijn geluk beproeven bij de elites en Mark Boelens maakt de overstap naar Cicli Basso. Daar staat de komst van voormalig hardloper Bas Eefting tegenover. Ook schijnt elite-ploegleider Gerdin Boelens scherper te staan dan ooit…

In het geval van Cicli Basso zijn we blij dat nog niet alle clubs hun kleding voor 2017 hebben ontvangen. Superlelijk is het enige woord wat bij ons opkomt. Het lijkt erop dat alle baardmannetjes behalve Mark ten Cate zich hier hebben verzameld om onder leiding van Bart van de Walle en Mark Boelens het peloton onveilig te maken. Een groepje ruwe diamanten, die onder leiding van deze twee ervaren rotten hoge ogen kunnen gooien. In de gaten houden, hun kleding valt in ieder geval op!

Schokkend nieuws vanuit het borrelcafé de Pintelier. Dit jaar rijdt er geen enkele Tandje Hoger renner bij de sportklasse! Waar zijn de tijden van Jentse Top en Jeroen Bax gebleven? Allemaal amateur dus, zonder Pieter Verhoeven helaas. Maar wie wel? Bekende namen als Mark ten Cate, Roeland Kamp en Mart Menger blijven. Maar ook nieuwe gezichten vanuit de sportklasse. De siamese tweeling Berteld Braaksma en Matthijs Dijkstra is een tandem om goed in de gaten te houden!

Dan is er natuurlijk het sterrenensemble Team Zaes van Jan Hekman en Harko Kievit, het lijkt jandorie Team Sky wel. En om het nog erger te maken is er zelfs versterking gekomen in de vorm van Jan Terpstra en Dennis Steverink. Wat een klasse en kwaliteit in één team, op papier onverslaanbaar…

Vanuit het verre oosten ook veel transfernieuws. Elt Jan Tiggelaar en Mats Mellema hebben Omega verruild voor de Stormvogels. Naar verluidt hebben de Stormvogels een sterk team komend jaar, met onder andere ook de nieuwe aanwinst Nick Zuidema. Maar Gert de Veen en de zijnen hebben ook enkele vette vissen binnen gehaald. Zo schijnt Glenn Clermonts serieus aan het trainen te zijn en schijnt zelfs Joost Posthuma zijn comeback te maken bij de Groene Trein

Velo51 is en blijft een team om rekening mee te houden. Natuurlijk dankzij de vaste waarden Pim v/d Berg en René Mink v/d Werf. Maar dit seizoen gaat niemand minder dan Gert Jakobs voor dit team rijden. Op verschillende social media kwam naast de hashtag #derannnnnnnn ook al de hashtag #kleinehein voorbij. We willen niet aan koersvervalsing doen, maar je doet er verstandig aan om dit wiel te houden op de Limietweg

En ook bij de dames zijn er allemaal nieuwe shirtjes, ploegen en meisjes in nieuwe shirtjes en ploegen, waardoor ze dit jaar allemaal in andere ploegen en shirtjes achter elkaar aan gaan rijden.


Annen 1 te Annen

De kop is er af. De kop was er eigenlijk gisteren al af, want toen werden er trainingskoersen gereden op de Meerdijk te Emmen. Maar eigenlijk telt dat niet, want het seizoen is begonnen als Ekehaar 1 verreden is. Ekehaar wordt tegenwoordig verreden in Annen, eigenlijk niet leuk voor Ekehaar. Nu is daar, zeker sinds het plaatselijke café ter ziele, écht geen zak meer te doen. Maar soit. Annen dus.

Was er iets te melden? Zat. Iets noemenswaardigs? Mwoah. Bij de eliterenners was het een weerzien waarbij er ouderwets populair werd gedaan. Pikkies. Debutanten maakten geen slechte indruk: Tim Weerkamp reed professioneel lek voor de eerste bocht, het verstoppen voor de Ronde van Groningen is begonnen. Ook de nieuwbakken Kannibaal-elites deden het goed. Patrick van der Duin vierde het uitblijven van een knieblessure deze winter met een mooie vijfde plaats. Sjoerd Beukenoot maakte de meeste indruk: hij reed op dezelfde dag een etappe in Madagascar én een trainingskoers in Annen. Hulde!

Bij de amateurs was het, mede door het compleet ontbreken van de wind, een optocht naar de streep. Een groepje dappere krabbers probeerde het, bleef drie ronden weg, maar werd teruggereden. Onderweg schepte Gert de Veen op dat hij al de nodige winterkilo’s kwijt was. Dat was echt goed te zien. Het fenomeen “Ullrichwinter” had sowieso flink om zich heen geslagen in het amateurpeloton, amai. Daar over gesproken: Bart “Burry” van Zeilen plaatste na de eerste bocht een splijtende demarrage, zakte terug en werd verder niet meer gezien.

Allerlei bebaarde renners van divers pluimage probeerden weg te raken. Tevergeefs. Met het thuisblijven van Harko Kievit (“al die renners nemen de trainingskoersen veel te serieus, ze rijden op m’n wiel”) moest Jan Hekman de kleuren van Zaes verdedigen. Doordat hij de renners van CSG wist te overtuigen dat ze het gat op hun eigen renner in de kopgroep (Tsjerk Rozema, onthoudt die naam) moesten dichtrijden zat hij in een zetel richting de streep. De sluwe vos deed het weer en werd tweede! De renners van Tandje Hoger hebben nog veel te leren. Roepen en hard fietsen kunnen ze al, nu nog koersinzicht kweken. Bij de Kannibaal staat een mix van oudgedienden en getrimde baarden te trappelen om er iets van te maken dit seizoen. De eerste tekenen waren niet slecht. Ook niet goed trouwens.

Tot slot de dames: er waren er een stuk of 12 en ze reden achter elkaar aan.

Tot zover, tot volgende week.