Was ik maar zo’n man. Zo’n man die op willekeurige dagen in november de weersvoorspelling checkt, en goedkeurend knikt als er regen, storm en gure kou op komst is. Zo’n man die met een bek vol goesting staat te grijnzen als hij de gordijnen opentrekt en de weersomstandigheden de gemiddelde Inuit nog een keer zouden doen omdraaien in bed. Zo’n man die van oktober tot februari gestaag de trainingskilometers wegtikt, in de wetenschap dat alle anderen hun vorm kwijtraken tussen de pepernoten, gebakjes, kerstdiners en andere slappe excuses. Voor zo’n man is er Anderen.

Voor de gemiddelde amateur is Anderen één van de vele trainingskoersen in februari. Altijd goor, altijd wind, altijd veel te vroeg in het jaar. Voor De Man is Anderen de hoogmis. Hier is hij Cancellara. Hier legt hij het peloton zijn wil op en is hij onverslaanbaar. De meute mekkert voor de start over weinig trainingskilometers, virusjes, natte-bochten-angst en meer van zulk soort slap gelul. Huilend zitten ze even later net wel, of vaker, net niet op het wiel van De Man.

Vaak wint uiteindelijk één of andere wieltjeszuiger, of een halve elite die verdwaalde op weg naar Girona en maar is omgekeerd, of zo’n sprintertje dat hier in februari eigenlijk niks te zoeken heeft. Die weet dat zelf ook dondersgoed. Het peloton weet het ook. Anderen is van de man die hen net allemaal een uur over de rekken heeft gelegd. Ze geven hem in het voorbijgaan een knikje of een schouderklopje en druipen daarna af om thuis in de spoelende regen de drek van hun bolide te spuiten. De Man maakt nog een extra lus op weg naar huis om de 4 uur vol te maken. Hij weet niet beter.

Ik ben niet die man. Ik ben een luie lamzak. Mijn winter lijm ik aan elkaar met slecht plakkende excuusjes. Half oktober zet ik mijn fiets in de garage met ergens in mijn achterhoofd wat vage plannen en goede bedoelingen. Het eerste weekend van januari en ca. 0 trainingskilometers later schrik ik van een Strava bericht. Eén of andere trainingsrit van een vage kennis waarvan ik was vergeten dat ik hem volgde. Angstig scroll ik door mijn tijdlijn en de moed zinkt me in de schoenen. Her en der zitten er mensen op een slordige 1000 kilometer sinds de jaarwisseling. Ik weet nauwelijks nog wat de kleur van mijn fiets is.

Vol schuldgevoel en met frisse tegenzin werk ik in de weken daarna een serie Zwift trainingen af. Zonder afbeelding komen de ritten op Strava in een halve poging om voor de wereld te verbergen op wat voor beschamende wattages ik mijn blokken af werk. Ik ben het type renner dat zich met trillende vingers inschrijft voor Anderen, anticiperend op de pijn, de kou, de drek. Dat is tenslotte waar Anderen om draait.

Met enige opluchting maar vooral de nodige verbazing hoor ik dat Anderen #2 is afgelast vanwege het slechte weer. Slecht weer en Anderen horen bij elkaar als wielrennen en pijn. Echt vrolijk word je er niet van, maar los van elkaar bestaat het niet. Ik denk aan De Man. Hij zal het ook wel niet begrijpen. Hij zal op een plots loze zondag dan wel een trainingsrit van een krappe 140km rijden. Hij is in topvorm. Die winst komt er wel. Was ik maar zo’n man.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.