Ode aan een Renner: Bart “Burry” van Zeilen

Op volledig willekeurige tijdstippen brengen we een ode aan een renner uit het peloton.
Bart van Zeilen fietst bij de Kannibaal. Dat is niet gek, want er fietsten in het het verleden wel meer rare snoeshanen bij De Kannibaal. Dat vindt men daar mooi, schijnt. Denk bijvoorbeeld aan Riemer Bosma. Of Oege Hiddema. Illustere voorgangers die, eerlijk is eerlijk, wel iets harder fietsen dan Burry.
Dat is misschien ook weer niet helemaal waar. Want er is bijna niemand die harder kan fietsen dan Burry. De machtige versnelling die hij kan plaatsen is zo verschroeiend dat er zelfs een woord voor is verzonnen: de Turboburry. Op de wielerbaan van Groningen ligt een segment met dezelfde naam, ook een soort ode. Daar kan zelfs die aap van een Tjerk Bos niets aan veranderen, met zn TB-segmentjes. Zo’n Turbobury-versnelling is maximaal 200 meter lang en gaat gepaard met het compleet imploderen van de renner in kwestie. Imploderen, want voor exploderen is geen ruimte meer in het machtige postuur van Van Zeilen. De Turboburry zou uitstekend geschikt zijn om een koers te winnen, maar de praktijk is weerbarstig en het schijnt zo te moeten zijn dat de versnelling ergens tijdens een volledig onbenullig moment op pakweg 1/3 van de koers wordt geplaatst. Acceleren, imploderen, parkeren, doubleren en abbandoneren is het credo.
Het is namelijk zo dat Burry vrij regelmatig in koersjes start. Uitrijden is veel zeldzamer. Wij kunnen ons de laatste keer niet heugen. Op zich geen ramp, ware het niet dat het uitstappen altijd vooraf wordt gegaan door een idiote versnelling, levensgevaarlijk terugzakken door het peloton, aansluiten in de mongolenwaaier, deze compleet naar de tering rijden, opblazen en dán pas afstappen. Volgens De Grote Johan Wekema is het doodzonde dat Burry niet naast een wielerbaan is geboren, want dan was ‘ie al lang Nederlands kampioen baansprint geweest.
Kan dat dan niet anders, die versnellingen? Nee, zo lijkt het niet. Is dat vervelend? Ja, zonder meer. Komt ‘ie er mee weg? Ja, eigenlijk wel, op wat gevloek van Tom Akkerman na. Dat komt doordat Burry een doodgoeie vent is. Zodra je met ‘m in gesprek raakt blijkt het een heel aardige kerel te zijn. Er komt een hoop onzin uit, maar dom is ‘ie zeker niet. De gesprekspartner blijft vaak wel verwonderd achter, maar dat komt meer door de immense hoeveelheid informatie die Burry in 1 gesprek weet te geven. Trainingsgeschiedenis (net nog een rondje Lauwersmeer gedaan), trainingspartners (half bekend wielrennend Nederland), wie is er goed (Burry), wie niet (Peter Merx), materiaal (nieuwe wielen), idolen (Jan Hekman), pannenkoeken (Tom Akkerman), etc.
Nog even over die wielen. Wij durven te wedden dat er maar 1 wedstrijdrenner in Nederland rondrijdt met zulke wielen. Spiegelende, zilverkleurige velgen, circa 45mm hoog, aluminium. Loodzwaar, vast en zeker. Fraai? Mwoah, nee. Maar goed, ieder z’n smaak. Om het hele beeld iets rustiger te maken is er ook voorzien in een aluminiumkleurig stuurlint met een dot ducttape. Dat Cervélo de fiets niet standaard zo afmonteert is eigenlijk een gemiste kans.
Het postuur van Burry is verder ook het vermelden waard. Wij denken dat er twee Luuk van der Meers in 1 Burry passen. Nou is dat ook een skrieltje natuurlijk, maar u heeft een beeld. Dat postuur heeft een reden. Het schijnt dat Burry goddelijk kan koken. Vraag Gerdin Boelens eens naar het diner dat Burry ooit voor hem bereidde. Het kostte aardig wat bloed, zweet en tranen zo middenin de zomer (vooral zweet, als wij Gerdin mogen geloven), maar dan stond er ook een godenmaal waar de Andy Schleck-lookalike zijn afgetrainde vingers bij aflikte. Een vloek, dat kooktalent. Met 15 kilo minder was Burry een podiumkandidaat in het amateurpeloton.
Nu is ‘ie vooral bekend van het live-verslag dat hij doet van de koers. Ook leuk, ook schitterend, maar wij zijn fan en zien Burry liever schitteren in de sprint. Daarom een oproep: Burry, lieve jongen, luister eens. Leg de telefoon aan de kant. Zeg alle eetafspraken met de familie Boelens af. Monteer nieuw stuurlint. Houd die wielen maar, vooruit. Rijd Peter Merx naar de kloten op de training. Trek je eens wat aan van het commentaar van Tom Akkerman. Kom terug als de renner die je ooit was. Schitter vooraan in het peloton. Laat Jan Hekman je hielen zien in de eindsprint. Win. Verlies desnoods, maar rijd uit. Wij zijn fan, laat ons weer eens juichen! <3