Gastbijdrage: Overpeinzingen van een crosser

De overpeinzingen van (bijna) een seizoen als crosser en waarom ook jij moet gaan crossen!

Gezien het feit dat ik als mountainbiker eerder wedstrijden reed dan als wielrenner is het toch verrassend dat de overstap naar het veld pas plaats vond op dertigjarige leeftijd. Te oud om nog echt goed te worden, maar nog wel met 10 jaar trainingstijd om bij de Masters te schitteren.

Nu het seizoen goed en wel onderweg is en we alweer langzaam denken aan de voorbereidingskoersen is het een mooi moment voor enkele overpeinzingen. Stiekem hebben deze koersjes ook wel wat overeenkomsten met een cross. Naderhand dien je jezelf en je trouwe tweewieler grondig te reinigen en grip is niet altijd vanzelfsprekend. Net als mooi weer. Om in de traditie van de tijd van het jaar te blijven hieronder een lijstje van mijn bevindingen na 3/4 cross-seizoen. Alles in compleet willekeurige volgorde.

1: Crossen is leuk, ook als je er niet goed in bent.

Ik dacht wel over een portie stuurmanskunsten te beschikken, maar dat bleek als snel vrij relatief. Wat kunnen die echt goede crossers sturen zeg. En hard fietsen daar waar je zelf denkt dat het niet kan. Klakske af! Waar je bij een koers op de weg dan al snel het gevoel hebt een gelopen race te rijden, blijft het bij een cross spannend tot te laatste meters. Je blijft hopen op een fout van de gene voor je en vecht om zelf niet (nog eens) in gehaald te worden. En elke keer gaat het net weer een stukje beter. Plaats 21 in plaats van 22 voelde nog nooit zo goed!

2: Afwisseling

Geen enkele cross is het zelfde. Op de weg gaat het links om of rechtsom, over klinkers of asfalt en met wind op de kant of tegen. Veel meer smaken zijn er niet. Met crossen des te meer. Een cross in het bos is compleet anders dan een cross met veel gras. Zand is helemaal een vak apart. Ook de variatie in verschillende soorten modder is fascinerend. Van modder waar je je fiets in kan parkeren (Zwartemeer) tot remblok vretende dunne diarree modder vermengd met sneeuw.

3: Omkleden

Nu zijn wij als coureurs van bedenkelijk niveau al snel aangewezen op omkleden au plein air wegens het gebrek aan kleedkamers en daar kunnen we prima mee leven. Dat je bij voorkeur de cross rijdt bij temperaturen brengt daar geen verandering in. Babywashandjes zijn je beste vriend om toch enigszins toonbaar weer huiswaarts te keren. Heb je mazzel, dan is er wel een kleed- en douche gelegenheid die ook nog eens in de buurt is en ga je fris en warm weer de auto in.

4: Mobiele Kärchers

Met een beetje geluk staat er bij een nationale cross een hogedruk spuit om je fiets van de ergste zooi te ontdoen. Met een beetje mazzel staan er twee en hoef je iets minder lang te wachten. Staat er geen, dan kan je thuis 5 kg aangekoekte modder van je fiets af bikken. De ervaren crossers hebben hierom altijd hun eigen mini spuitje mee om de fiets direct te kunnen schoonmaken. Dit lijkt wat overdreven, maar ik begin er het nut wel van in te zien (leest u mee Kerstman?). Ben je echt serieus, dan heb je je eigen aggregaat mee voor een volwaardige Kärcher (incl 200 liter water uit een tank in de bus).

5: Zand

Zand is een vak apart. Het enige onderdeel waar ik echt moeite mee heb. Zeker wanneer de vermoeidheid begint toe te slaan en je er via een afdaling in duikt blijkt de goede gewichtsverdeling lastig te zijn. Voordeel: Je valt wel zacht!

6: Het is zo weer voorbij

Het voordeel van een cross is dat het vrij kort is. Met een beetje mazzel hoef je dus maar een ronde of 5 over dat loodzware rondje. Dit telt toch makkelijker weg dan half koers al stuk te zitten in een criterium en nog altijd 20 rondes te moeten. Het poetsen duurt daarentegen wel wat langer, maar dat is dan maar zo.

7: Code oranje

Waar bij alles meer dan 1 vlokje sneeuw het hele land in de alarmmodus gaat, gaat de cross gewoon door. Mooi, want zo hoort het ook. Nadeel is wel dat je semi verplicht bent om veel te vroeg te vertrekken om met 30 km/h over een snelweg te glibberen. Dit maakt de reis misschien nog wel spannender dan de bestemming (en de race die je er gaat rijden, want plek 20 + stond al lang vast).

8: Verwarming in de auto

Thank god voor verwarming in de auto. Normaal gesproken kwam deze niet boven de grens van 20 graden. Sinds de ontdekking van de cross is standje maximaal zo ongeveer standaard. Nu alleen nog een goede combinatie van verwarming op de voeten en geen beslagen voorruit. Crossen doe je immers zonder overschoenen (niet alleen omdat het niet soignee is, met veel lopen is het ook gewoon onhandig). Koude voeten gegarandeerd dus. De rest van je lichaam is echter wel gewoon warm, of zelfs heet. Ik wist niet dat mijn hoofd bij -2 toch kan zweten. Al met al een uitdaging op het gebied van klimaatbeheersing in de auto.

9: Stuk gaan

Wat is het leuk, wat is het moeilijk en wat ga je stuk! Misschien is het de combinatie van scherp moeten blijven opletten, goed sturen en hard fietsen. Misschien ben ik ook gewoon niet fit. Met schaatsen en wielrennen ben ik nog nooit zo stuk gegaan als met een gemiddelde cross! Verstoppen in de buik van het peloton is in een cross onmogelijk. Het is ieder volle bak voor zich zelf! Wel super eerlijk!

10: Ga ook crossen

Laat je niet afschrikken door alle horror verhalen over koud, remblok vretende modder, je bij – 5 omkleden in de bosjes, zand, balkje en trap lopen met je fiets in je nek. Crossen is gewoon hartstikke leuk, een goede manier om de winter door te komen en de sfeer is er doorgaans relaxter dan bij een gemiddelde trainingskoers. Koop een crosser, een goedkope of een dure. Meer lol op tweewielen kun je niet kopen. Ik heb zelfs triatleten lachend zien crossen! Die rustige duurritjes om op te bouwen naar Annen, Sleen, Exel, Enter, ’t Loo of wat dan ook die komen later wel weer!