Langelo
Aan de rand van de speeltuin schuil ik voor de regen. Mijn dochtertje van net geen 3 en zoontje van dik (echt dik) 4 snappen dat niet zo goed. Ze rennen het gras in, recht op de grootste plassen af. Ik lach besmuikt en kijk opzij: recht in de ogen van een verschrikte moeder.
Die stamelt wat en wijst naar de vruchten van mijn overactieve lendenen (ja, dit is een verwijzing). Langzaam volg ik met mijn blik de onzichtbare lijn die van haar wijsvinger getrokken kan worden naar een punt in de speeltuin. Aan het einde, dus waar zij naartoe wijst, zie ik dat mijn dochter met een fantastische snoekduik kopje onder in een modderpoel verdwijnt.
De regen neemt toe. Ik kijk weer opzij. De verschrikte vrouw wordt kwaad op me. Het laat me onverschillig. Ik vestig mijn blik weer op mijn zo sterk gelijkende kroost. En ik zie dat zoonlief stampend door de plassen gaat. Het regenwater klotst inmiddels over de rand van zijn laarzen. Stoer, maar niet zo stoer als zijn zusje, dat een soort rugcrawl slagen maakt in een volgende waterplas.
De vrouw, die eerst naast me stond, staat nu wat verderop, luidkeels haar beklag te doen, bij andere ouders. Ze gaan allemaal met hun rug naar mij toe staan. Maar dat helpt niet echt, want mijn nageslacht krijgt gezelschap. Ook de andere kinderen willen in de regen spelen. Fuck it, ik sta inmiddels zelf op het punt om die speeltuin in te rennen. Het is misschien maar 10 graden, maar wat is er nou leuker dan in de modder spelen?
Dan voel ik een kleine buzz in mijn broekzak. Achteloos check ik mijn telefoon. Een appje, van de club: Vandaag Langelo, start om 19.00 uur.
Ah, ik hoef nu nog niet in de modder te springen, dat komt vanavond wel.