Waarom de Gold Race zuigt
Aanklacht tegen de commercie, de Nederlandse mentaliteit en de NOS
een gastbijdrage
De Gold Race is een waardeloze koers. Als profwielrenner of Luuk van der Meer leid je een nomadenbestaan. Je bent constant op reis. De ene week in Frankrijk koersen, dan een paar dagen Italië, op hoogtestage in Spanje, of de VS als je Laurens ten Dam heet, maar nooit ben je thuis. Daarom verheugen Nederlandse coureurs zich op de GR, omdat ze dan weer eens terug zijn. Veel jongens wonen in of bij Maastricht of komen ervandaan (Ten Dam, Van Emden, wat buitenlanders in Nederlandse dienst, Boogerd, Lotz en natuurlijk onze eigen Tommeke, Tommeke), die daardoor iedere asfaltstrook weten te liggen. Rob Ruijgh, Valkenburger, was in 2011 de blikvanger, waardoor zijn diskwalificatie buitenproportioneel veel aandacht kreeg.
Voor velen is het geweldig wanneer ze door hun eigen regio rijden. Trainingsgebied, bekend terrein, fanclub langs de weg, overal supporters, de lokale held, misschien wel favoriet. Op z’n minst dark horse. Maar er zit helemaal geen nostalgie aan de GR, zoals je die wél hebt bij Vlaanderen, Roubaix, Lombardije en Luik. De GR is pure commercie op onbeklijvende wegen en heuvels zonder naam en faam. Alles lijkt tot in de puntjes perfect, luxe en comfortabel geregeld te moeten zijn. De organisatie lijkt in de koers niks aan het toeval te willen overlaten, wat je normaliter als goed zou kunnen bestempelen wanneer je het over ongelukspreventie hebt. Maar waar in de andere, de échte klassiekers nog wel spektakel te verwachten valt onderweg, omdat daar wél op iedere strook of helling een beslissing kan vallen, zit hier alles op slot. In de GR kan je altijd terugkomen, de hele koers zit dichtgetimmerd, omdat het uiteindelijk altijd weer samenkomt op de Cauberg. En al haal je ‘m eruit in de laatste ronde, dan nog is het eindresultaat hetzelfde. Saai en steriel als een This Is Cycling-filmpje. Verrassingen zijn uitgesloten. Niemand raakt nooit echt weg. Zou dit nou de mening van een enkeling zijn, soit. Maar ook Dumoulin heeft zijn bedenkingen bij het parcours. En dan ga je als koersdirectie toch serieus problemen krijgen wanneer je de eigen renners wegjaagt. Je zou nog liever van de fiets gereden worden in Baskenland, dan podium te rijden in de GR.
En hoe schandalig is het eigenlijk wel niet dat over een koers van 260 kilometer slechts over één helling gesproken wordt? Laat staan dat die dan ook nog vier keer opgereden moet worden. Armoe troef. Een veredeld rondje om de kerk, om tegemoet te komen aan commerciële belangen. Je rijdt toch ook niet vier keer de Poggio, de Redoute of Carrefour de L’Arbre over? Kijk naar de Waalse Pijl en San Sebastian. Hoe vaak doen ze daar wel niet de Muur van Huy en de Jaizkibel aan? Geen wonder dat ze niet als volwaardige klassiekers worden beschouwd. Als organisatie maak je je dan belachelijk. Daarbij heeft de Cauberg heeft ook totaal niet de uitstraling of reputatie van deze pareltjes. Het is een koers zonder uitstraling, zonder heroïek, zonder historie, zonder verhaal. Ieder jaar opnieuw wordt weer begonnen over het busongeluk van ‘54, en worden tot vervelens aan toe die beelden van Kneteman weer opgerakeld door de politiek correcte NOS (spreek uit als ‘nos’, niet ‘en o es’). Omdat er niks beters te tonen valt. En dan wéér dat shot van die 22% onderaan de Keutenberg. Twee kilometer na de top loopt het vervolgens allemaal samen, uitlooppogingen ten spijt. Het is een lege, nietszeggende koers, en uiteindelijk winnen de Duitsers wint Gilbert.
De enige keer dat er wat opwindends te zien was de laatste jaren, was de wanhoopspoging van Freire. Al mocht Kreuzigers solo vanwege de fysieke inspanning er ook wezen. Volledig terecht dat de Tourdirectie in 2006 de ‘Col du Cauberg’ aanvankelijk indeelde als beklimming van vierde categorie, om hem vervolgens, daags voor de proloog, nadat de Nederlanders gezeurd hadden dat hij zo’n belangrijke rol binnen de Nederlandse wielergeschiedenis vertolkt *kots*, een categorie op te waarderen. Het is een schande. Een afgang. ‘Geef die opdringerige Hollanders hun zin,’ zullen de Fransen gedacht hebben. ‘Dat ene extra bergpunt zal het verschil uiteindelijk toch niet maken. Dergelijke onzin is onze tijd en moeite om over in discussie te gaan niet waard.’
Om op het commerciële terug te komen, het lijkt wel of in Nederland in het algemeen niets meer heilig is voor sponsoren. Hoeveel wielerklassiekers zijn er in de wereld met de naam van de sponsor erin? Eén. Deze. Als je dit al een klassieker durft te noemen. Wat is er gebeurd met de Hel van het Mergelland? Hoe heet de Ronde van Nederland tegenwoordig? Ik ga deze koersen niet eens bij hun nieuwe naam noemen. Aan deze namen is namelijk geen enkele glorie verbonden. Alle emotie is eruit gewrongen. Toen AZ een nieuw stadion liet bouwen, zei Scheringa dat de fans ideeën voor een mooie naam mochten indienen, en dat het zeker niet iets afgezaagds als het Scheringa-stadion zou gaan heten. Uiteindelijk maakte hij er tóch DSB-stadion van. En nu staan zelfs Nederlandstalige namen onder druk. De Energiewacht Tour (bah) heet tegenwoordig heel hip edoch bloedeloos Healthy Ageing Tour (dubbel bah). En ook in België is de commercialisering aan het doordringen. In Vlaanderen klaagde men toen De Muur uit de Ronde verdween ten faveure van een extra lokale ronde. En zeg nou zelf, Gent-Gent klinkt toch ook veel mooier dan De Omloop <insert sponsor name here>. Bonuspunten gaan echter naar de Ronde van België. Die heet sinds dit jaar Baloise Belgium Tour (sponsor én Engels). Denk je dat ze aan Roubaix, Lombardije of San Remo ooit iets zullen veranderen? Bij San Remo hebben ze de finale eens verlegd in de tijd van Merckx, maar dit vervolgens gelukkig weer teruggedraaid. Want het werkte niet. Dit moet de enige keer in de wereldgeschiedenis geweest zijn dat Italianen het goede voorbeeld gaven.
Wanneer je bij de GR op het startpodium staat, dan wordt je ondervraagd door een dikke kerel van 150 kilo met een grijs baardje. Je weet wie ik bedoel. Het enige wat hij kan, is luid roepen. Inhoudelijk weet hij niks. Hij doet aan niets anders dan stemmingmakerij. In België staat Michel Wuyts je te woord. En in de coulissen staan Karl en Renaat en José en Ruben en Maarten Vangramberen nog. Die mensen weten waar ze het over hebben, zij het dat ze vaak te hoog opgeven van hun landgenoten. (Voor de wegwedstrijd op het WK komende zondag tipt Michel acht van de negen Belgen.) Wij doen het met Maarten Ducrot, Herbert Dijkstra en sinds kort ook Joris van den Berg. Zij snappen en weten er totaal niks van. Herbert praat alleen maar over wat er in de omgeving allemaal te zien en doen is (of over de vader van Voeckler), Maarten roept alleen maar wat wij op het scherm ook zien. Al doet hij ook dat eigenlijk niet, want hij zit er constant naast, net als Joris. In de finale van San Remo 2016 werd niet Roelandts, maar zijn teamgenoot Gallopin derde, blijkbaar. En het is ook nu nog onduidelijk of Cancellara aangezien werd voor ploegmaat Bonefazio of voor het Colombiaanse talent Gaviria die niet eens bij Trek rijdt. Ze kennen en herkennen de renners niet. En dat is toch wel het minste dat je zou moeten kunnen als commentator. Ducrot geeft ook geen enkele achtergrondinformatie. Luister eens naar Sporza. Daar weten ze alles van alle coureurs, zelfs van de onbekendsten. Niet voor niets zei Boogerd dat hij nog nooit naar de NOS had gekeken toen hij er als co-commentator begon. Al zat Boogerd namens Eurosport er zelf ook naast in de finale van San Remo, met z’n Brambilla in plaats van Gaviria. En dan heb ik de gebrekkige regiokennis van Ducrot nog niet genoemd. Cadier en Keer wordt uitgesproken als Cadié en Keer. Alsof we in Frankrijk zitten. Hoe vaak heeft hij nou deze koers becommentarieerd of zelf gereden? En Margraten wordt Margggráten. Klemtoon verkeerd. Consequent. Zelfde met Kerkrade en Kerkráde. De klemtoon ligt gewoon op de eerste lettergreep. (Zo is het trouwens ook stádspark en niet stadspárk voor wielerminnend Groningen onder ons.) Dat Hollandse moet er echt uit. Net als die harde g. De houding van de NOS is exemplarisch voor alles wat met de GR te maken heeft: Het moet vooral gezellig zijn en we gaan vooral niet moeilijk doen.
Hetzelfde geldt voor de toeristen annex toerders. Mannen van in de vijftig, met een bierbuik, in hun midlife crisis, die denken wel even een Limburgs heuveltje op te rollen in hun bolletjestrui, omdat ze een fiets van 5.000 euro hebben waar ze ieder jaar wel helemaal drie keer op zitten. Nou, het enige wat er gerold wordt, is hun shag. En dan heb ik het niet over het haar op hun benen. Heel het jaar wordt neergekeken op deze provincie, dat het maar cadeau gedaan moet worden aan België of Duitsland, op dat ene weekend in april na. Dan staat op vrijdagmiddag een kilometerslange file Maastricht in, en lijkt alles opeens vergeten. De mensen zeggen vervolgens hoe mooi het er wel niet is, maar op maandag is het toch weer het inferieure deel van het land. De regionale omroep L1 maakt jaarlijks een compilatie van de toerversie, waarin de combinatie van arrogantie en onvoorbereidheid van die Kuthollanders en andere Full Pro Kit Wankers prachtig naar voren komt. Vooral die van 2012 is briljant. Bijna satire. Na honderd meter heuvelop afstappen, omdat ‘we dit in Friesland niet hebben’. En na afloop studentikoos lallen en schreeuwen en bier zuipen en lawaai maken. Bier en wielrennen, of beter: alcohol en sport, hoort sowieso niet samen, op een overwinningsduveltje na. Er is helemaal niks leuks aan de GR. Het is slechts goed voor de commercie. Net als dat gedrocht van een Alpe d’HuZes, waar ik me op een ander moment graag over uitlaat. Nederland is allang geen gezellig fietsland meer, maar een plek waar bejaarden toch vooral heel goed zijn in omvallen met hun e-bikes. Niet voor niets train je beter vlak over de grens, in België. Daarom dat de profs juist naar het zuiden verhuizen. Daar ben je nog de fietser, eenzaam op de weg, dromend van glorie. Hier, en zeker in Zuid-Limburg tijdens de GR, maak je alleen drukte, agressie en onwetendheid mee.
Net goed dat de beste Nederlandse coureur in generaties een Maastrichtenaar is. Hup Tom!
PS Waarom moet de vrouwenkoers van de GR de afzichtelijke en tevens genderspecifieke naam Amstel Gold Race Ladies Edition hebben? Weg met namen als Giro Donna, La Grande Boucle Féminine en Tour de Feminin. Is er een andere sport waarin vrouw zijn zo ongegeneerd benadrukt wordt? Op modderworstelen na dan.
PPS Wat een engerd is die Leo van Vliet, hè.