Mijn rug doet zeer. Niet een klein beetje, maar echt heel erg zeer. Straks is de Zomerdrieluik, luik drie. Voor me liggen 3 glanzende roze ibuprofens. Samen hebben ze een slordige 1200 milligram aan werkzame stof. Er zijn baby’s die deze hoeveelheid niet overleven, vermoed ik. Voor vandaag is het de bedoeling dat ik even helemaal niks meer voel. Terwijl ik een glaasje water pak, gaan mijn gedachten terug naar eerder dit seizoen.

Annen. Er waren halve gare idioten zich in vorm aan het fietsen op Tacxen, op zolders, in kelders, in garages, met bonkende muziek, actiefilms en TrainerRoad, maar wij staan in een vies klein kleedkamertje. De regen klettert tegen de ramen. Het is koud. Het waait hard. De weg is vies. En iemand staat met een potje caffeïnepilletjes in zijn hand. Of ik er ook één wil. En dat wil ik wel. Hap-slik-weg.

Nog eerder. Een vriend is geopereerd aan zijn kaak en ik ben op ziekenbezoek. Hij vertelt over de zuster (was een man, niks mee te beleven), over de chirurg (was gewoon een vrouw, maar ook niks mee te beleven) en over de pijn (doet heel erg zeer, niet leuk om te beleven). Ter compensatie had hij de zwaarste pijnstillers gekregen die er te vinden waren. Achteloos vraag ik, “Tramadol?”. “Hoe weet jij dat nou weer!?”, vraagt hij verbaasd. “Er zijn wielrenners die dat slikken, vooral in het laatste uur van een koers”, reageer ik vrolijk.

Tramadol, cafeïne, wat ibuprofen, en misschien nog een andere pijnstiller, of een pepmiddel, in een bidon met sportdrank. Dat heet een finalebidonnetje. Het is de laatste stap die je legaal kan maken als renner. Een paar jaar geleden verloor een Sky-renner een buisje met dit soort middelen, dat werd opgepikt door een toeschouwer en geanalyseerd door de de Britse anti-doping dienst. Aan het einde kon de president van de UCI (en oude baas bij Sky) Brian Cookson opgelucht aan de wereld meedelen dat er geen doping in het buisje zat! Het waren alleen maar zware pijnstillers, astma medicijnen en cafeïne. Niks aan de hand dus!! Maak je geen zorgen.

Er zijn tijdrijders die zich helemaal suf slikken voor een tijdrit, zodat ze niks meer voelen en ‘door de pijn kunnen trappen’. Kennelijk zijn er profs die zo Parijs-Roubaix rijden. En vind ik daar iets van?

Mijn glaasje water is vol. Ik strompel naar de bank en kijk nog een keer naar de drie roze jongens in mijn hand. Vroeger hielp Ibu mij van iedere kater af. Ik krab wat achter mijn oor. Ze zijn zo groot. Ik weet niet of ik ze wel weg krijg. Met wat bier misschien, maar daar ga ik meestal niet beter van koersen.

Fuck it. Ik kruip terug naar het aanrecht. Ibu’s horen niet bij amateurs, besluit ik, terwijl ik ze door de gootsteen spoel.

Gelukkig zit mijn testosteron in pleisters, kan ik mijn EPO-kuurtje gewoon spuiten en los ik Ketonen op in water. Dat gaat allemaal veel makkelijker.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.